Juridische dienstverlening

Inleiding  Stel uw vraag  Nieuws  FAQ  Documenten

Veelgestelde juridische vragen

Dient U aan Uw verzekeraar te melden dat U een associatie opricht of toegetreden bent tot een associatie?

U heeft de verplichting nieuwe omstandigheden of wijzigingen van de omstandigheden aan te geven aan Uw verzekeraar indien de nieuwe of gewijzigde omstandigheden van die aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.

Is de toetreding tot een associatie of de oprichting ervan een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico? Dit is mogelijk, bijvoorbeeld indien U (bijkomend) personeel in dienst neemt.

Het niet melden van een risicoverzwaring kan zware gevolgen hebben. Wanneer het gebrek aan kennisgeving van de risicoverzwaring verweten kan worden aan de verzekerde is de verzekeraar er slechts toe gehouden dekking te verlenen naar de verhouding tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer had moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was genomen. Indien de verzekeraar bewijst dat hij het verzwaarde risico in geen enkel geval verzekerd zou hebben, dan is zijn prestatie bij schadegeval slechts beperkt tot de terugbetaling van alle betaalde premies.

In geval van bedrieglijk opzet in hoofde van de verzekerde kan de verzekeraar zijn dekking weigeren en de reeds betaalde premies houden als schadevergoeding.

Het is dan ook raadzaam contact op te nemen met Uw verzekeraar om hem in kennis te stellen van Uw toetreding tot of oprichting van een associatie.

Moet inzage van het medisch dossier verleend worden aan één van de ouders van een minderjarige patiënt na een echtscheiding?

In principe oefenen niet-samenlevende ouders het ouderlijk gezag gezamenlijk uit. Dit betekent dat de ouders het onderling eens moeten zijn over de te nemen beslissingen. Om de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag in de praktijk werkbaar te maken, wordt elke ouder ten aanzien van derden te goeder trouw geacht om te handelen met instemming van de andere ouder.  

De leeftijd van de minderjarige patiënt is van belang. Indien de minderjarige patiënt wilsbekwaam is, oefent hij zelfstandig zijn patiëntenrechten uit. Indien een minderjarige patiënt wilsonbekwaam is, zijn het zijn ouders die de rechten met betrekking tot het patiëntendossier uitoefenen. In de tussenfase wordt het recht op inzage uitgeoefend door de ouders én de minderjarige, rekening houdend met zijn maturiteit en leeftijd. Op grond van het vermoeden van instemming ten aanzien van derden te goeder trouw kan elke ouder afzonderlijk inzage en afschrift van het patiëntendossier krijgen. Zelfs indien er een conflict bestaat tussen de ouders, kan elke ouder nog steeds dit recht uitoefenen.

Met oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige patiënt kan U het verzoek tot inzage van het medisch dossier geheel of gedeeltelijk weigeren, met name wanneer U vermoedt dat de ouder niet het belang van het kind voor ogen heeft doch wel zijn eigenbelang nastreeft. U dient de nodige zorgvuldigheid aan de dag te leggen indien U kennis heeft van de echtscheiding van de ouders van de minderjarige patiënt.

Indien U het verzoek tot inzage van één van de ouders weigert, dient U een schriftelijke motivering toe te voegen aan het patiëntendossier van de minderjarige patiënt. In geval van weigering verloopt de inzage via een door de ouder aangewezen beroepsbeoefenaar.

Moet een associatieovereenkomst voorgelegd worden aan de provinciale raad?

Neen, U bent niet verplicht Uw associatieovereenkomst vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan de provinciale raad. U begaat geen deontologische fout door Uw associatieovereenkomst niet vooraf over te leggen aan de provinciale raad.

U kan wel een vrijblijvend advies vragen aan de provinciale raad over de deontologische aspecten van Uw associatieovereenkomst.

Kan een huisarts inzage in het patiëntendossier van een overledene aan nabestaanden verlenen in het kader van een testamentaire betwisting?

Volgens de wet patiëntenrechten hebben nabestaanden onder bepaalde voorwaarden recht op inzage in het patiëntendossier van de overleden patiënt:  

  • de vraag dient uit te gaan van een naaste bedoeld in de wet patiëntenrechten, namelijk de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad van de patiënt (ouders, kinderen, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen van de patiënt);  
  • de vraag dient voldoende gemotiveerd en gespecificeerd te zijn;  
  • de patiënt heeft zich tijdens zijn leven niet verzet tegen dergelijke inzage;  
  • de toegang is onrechtstreeks, via een door de verzoeker aangewezen beroepsbeoefenaar. 

Dit recht op inzage laat niet toe kopie van de elementen van het patiëntendossier te verkrijgen!  

De nationale raad van de Orde der artsen raadt elke arts aan overleg te plegen met het bureau van zijn provinciale raad alvorens inzage van het medisch dossier van een overleden patiënt toe te staan in geval van een betwisting van het testament. Deze aanbeveling van de Orde der artsen heeft tot doel de arts te helpen bij zijn beslissing. Alleen de betrokken arts kan beslissen; de provinciale raad heeft niet de bevoegdheid de inzage al dan niet toe te laten. 

Wenst U meer informatie over de inzage van het patiëntendossier, aarzelt U niet om ons te contacteren via juridisch.advies@domusmedica.be.  

Wie dient een wilsverklaring te bewaren?

Men adviseert de patiënt om de originele wilsverklaring thuis te bewaren, alsook kopijen met een originele handtekening bij zijn huisarts of behandelend arts, vertrouwenspersoon en/of vertegenwoordiger. Het is belangrijk dat deze personen de aanwezigheid van de wilsverklaring vermelden indien nodig.  

Volgende wilsverklaringen kan men laten registreren bij de gemeente:  

  • wilsverklaring inzake euthanasie;  
  • wilsverklaring teraardebestelling;  
  • wilsverklaring orgaandonatie.  

Het voordeel van een dergelijke registratie is dat de wilsverklaring consulteerbaar is door artsen via een elektronische databank.  

De wilsverklaring orgaandonatie kan ook geregistreerd worden bij de huisarts of via elektronische zelfregistratie op www.mijngezondheid.be.  

Indien gewenst kan men via LEIF een kaartje aanvragen waarop verwezen wordt naar de wilsverklaringen. Het kaartje is zo groot als een bankkaart en is bedoeld om in de portefeuille te bewaren zodat artsen en hulpverleners snel op de hoogte kunnen zijn van het bestaan van de wilsverklaring(en).  

Kan een huisarts een no show fee aanrekenen?

Wat als een patiënt die een afspraak heeft gemaakt niet komt opdagen en dit zonder tijdige annulering? In dat geval kan een andere patiënt de afspraak niet overnemen (en dus niet geholpen worden) en is er een financieel verlies voor de huisarts. Om patiënten aan te moedigen om effectief te komen nadat een afspraak gemaakt is, kan een no show fee gevraagd worden.  

Er is geen directe wettelijke grondslag voor de huisarts om een no show fee te vragen. De rechtspraak aanvaardt dit wel maar onder zeer strenge voorwaarden. De huisarts dient bij het vorderen van de no show fee rekening te houden met de algemene wettelijke bepalingen en deontologie.  

De basis voor de vergoeding is een overeenkomst. Het maken van een afspraak is namelijk een overeenkomst tussen de huisarts en de patiënt. Het bestaan van deze overeenkomst is vereist. U dient als huisarts te bewijzen dat er een overeenkomst met de patiënt is gesloten, alsook wat de modaliteiten van de overeenkomst zijn.  

Om de aanwezigheid van de overeenkomst aan te tonen, kan U de afspraken laten verlopen via mail of via website. Op deze manier wordt de intentie van de patiënt om een afspraak te maken vastgelegd én kan de patiënt onmiddellijk geïnformeerd worden over het bestaan van de no-show-vergoeding. Indien de afspraak telefonisch vastgelegd wordt, kan de huisarts een bevestigingsbericht of e-mail ter bevestiging sturen. Echter, dit is niet geheel juridisch sluitend omdat enkel aangetoond kan worden dat de patiënt geïnformeerd werd, niet dat een overeenkomst gesloten werd.  

De no show fee is een schadevergoeding, geen honorarium. De no show fee moet evenredig zijn met de schade die door de huisarts geleden wordt. De vergoeding mag dus niet vrij gekozen worden en wordt best forfaitair beperkt tot maximaal de kost van een normale consultatie.  

Dient u als huisarts een licentie van Unisono te hebben?

Indien U muziek wenst af te spelen in de wachtruimte van Uw praktijk, heeft U een licentie van Unisono nodig.  

Belangrijk is dat U enkel auteursrechten dient te betalen, geen billijke vergoeding.  Er dient aan Unisono geen billijke vergoeding voor het spelen van muziek in de wachtruimte betaald te worden indien voldaan is aan volgende voorwaarden:  

  1. U bent beoefenaar van een vrij beroep (indien U goederen verkoopt is er geen vrijstelling. Apothekers, opticiens, e.a. moeten wel de billijke vergoeding voor het spelen van muziek betalen.);  
  2. De muziek is hoorbaar door uw interventie;  
  3. Er is sprake van een relatief vast patiënten- of cliëntenbestand;  
  4. Er zijn slechts een beperkt aantal klanten/patiënten op hetzelfde moment aanwezig in de praktijk of wachtruimte;  
  5. U beoogt geen winstoogmerk door het spelen van muziek. 

Huisartsen voldoen in principe aan voormelde voorwaarden en dienen in dat geval geen billijke vergoeding te betalen.  

Heeft een huisarts recht op een sluitingspremie bij openbare werken?

Ja, U heeft als huisarts recht op een sluitingspremie bij openbare werken.  

De hinderpremie B, ook wel sluitingspremie genoemd, ondersteunt kleine ondernemers die omwille van ernstige hinder door openbare werken hun activiteiten tijdelijk dienen stop te zetten waardoor het voortbestaan van hun zaak in het gedrang komt.  

Opdat U de hinderpremie B kan aanvragen, dient Uw huisartsenpraktijk aan volgende voorwaarden te voldoen op de datum van de eerste aanvraag:  

  • Uw onderneming is een kleine onderneming;  
  • Uw onderneming heeft een vestiging in het Vlaamse Gewest;  
  • Uw onderneming is een natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, een burgerlijke vennootschap met handelsvorm van privaat recht of een buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut;  
  • Uw onderneming bevindt zich niet in staat van ontbinding, stopzetting, faillissement of vereffening;  
  • Uw onderneming is geen overheidsonderneming;  
  • In de vestiging vindt er op vaste tijdstippen persoonlijk en direct contact met klanten plaats;  
  • De openingstijden van Uw vestiging volgen een vast schema;  
  • Uw onderneming heeft geen procedure op basis van Europees of nationaal recht lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd; 
  • De onderneming en de vestiging zijn actief.  

Naast de hierboven vermelde voorwaarden, dienen ook volgende voorwaarden vervuld te zijn:  

  • Uw vestiging ondervindt ernstige hinder van openbare werken;  
  • Uw vestiging oefent een hoofdactiviteit uit die in aanmerking komt voor de hinderpremie B, met name een huisartsenpraktijk;  
  • Uw vestiging wordt minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen volledig gesloten als gevolg van ernstige hinder door openbare werken.  

Wat ernstige hinder van openbare werken is, wordt gedefinieerd aan de hand van een aantal cumulatieve voorwaarden:  

  • De rijbaan is geheel of gedeeltelijk afgesloten of één of meer rijstroken zijn geheel of gedeeltelijk afgesloten;  
  • De openbare werken zijn concreet gepland en gestart;  
  • De openbare werken duren minstens 30 opeenvolgende kalenderdagen;  
  • De vestiging bevindt zich buiten binnen of buiten de hinderzone waar de openbare werken worden uitgevoerd.  

Als alle voorwaarden vervuld zijn, kan U een aanvraag indienen per e-mail via hinderpremie@vlaio.be. U dient aan te tonen dat de sluiting het gevolg is van de werken. Dit kan gebeuren aan de hand van duidelijke foto’s van de situatie, relevante mededelingen of berichten die U ontvangen heeft over de werken, specifieke informatie op de website van Uw huisartsenpraktijk, etc. Dit bewijsmateriaal voegt U bij Uw aanvraag.  

U komt in aanmerking voor een hinderpremie B indien U Uw zaak minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen volledig moet sluiten. De hinderpremie loopt dan vanaf de 22ste dag. De sluitingspremie bedraagt € 80,00,- per sluitingsdag.  

De aanvraag wordt gecontroleerd en geverifieerd door het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen. In geval van een ongunstige beslissing zal het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen U schriftelijk in kennis stellen en de weigering motiveren.  

Indien de hinderpremie B geweigerd wordt hoewel U aan de voorwaarden voldoet, kan U klacht indien bij het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen. Indien dit geen soelaas biedt, kan U zich wenden tot de Vlaamse ombudsdienst. 

Wat is een bewind?

De vrederechter kan een bewindvoerder aanstellen wanneer een meerderjarige persoon geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, wegens zijn gezondheidstoestand niet in staat is zijn belangen te behartigen. Ook in geval van verkwisting kan een bewindvoerder aangesteld worden. Bij verkwisting gaat het om personen die al hun inkomsten verspillen aan nutteloze uitgaven. 

Er zijn twee soorten bewind:   

  • Bewind over de goederen: een bewindvoerder over de goederen staat de beschermde persoon bij of vertegenwoordigt deze bij het stellen van handelingen met betrekking tot zijn goederen.  
    Voorbeelden van handelingen met betrekking tot de goederen zijn:  
    • vervreemden van goederen;  
    • aangaan van een lening;  
    • schenken onder levenden;  
    • afsluiten van een huurovereenkomst;  
    • aankopen van een onroerend goed.  
  • Een bewindvoerder over de persoon staat de beschermde persoon bij of vertegenwoordigt deze bij het stellen van handelingen met betrekking tot de persoon.  
    Voorbeelden van handelingen met betrekking tot de persoon zijn:  
    • keuze van verblijfplaats;  
    • geven van de toestemming tot huwen;  
    • indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;  
    • erkennen van een kind;  
    • uitoefening van het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarige. 

De bewindvoerder kan niet zomaar alle handelingen stellen. Voor sommige handelingen dient de vrederechter de bewindvoerder een bijzondere machtiging te verlenen.  

De vertegenwoordigingsmacht van de bewindvoerder is niet absoluut. Indien een persoon een bewindvoerder over de goederen heeft, blijft de persoon bij gebreke van aanwijzingen van de vrederechter bekwaam voor alle handelingen in verband met zijn persoon. Een bewind over goederen impliceert aldus geen bewind over de persoon, en vice versa.  

Het bewind en de aard ervan kan gevolgen hebben voor Uw contacten met de patiënt.  

Indien U meer informatie wenst over de gevolgen van een bewind voor de contacten met Uw patiënt, aarzelt U niet om contact op te nemen via juridisch.advies@domusmedica.be.  

Moet een patiënt verwittigd worden wanneer een huisarts een praktijk verlaat?

Indien U een huisartsenpraktijk verlaat teneinde elders aan de slag te gaan, dient U de patiënten van de praktijk in kennis te stellen van Uw vertrek.  

Artikel 15 van de Code van Medische Deontologie bepaalt dat de arts de vrije artsenkeuze van de patiënt respecteert, ook in groepsverband. Op grond van de Code van Medische Deontologie dient de patiënt aldus voorafgaand en tijdig in kennis gesteld te worden van het vertrek van een arts.  

De patiënt dient schriftelijk in kennis gesteld te worden van de beëindiging van de samenwerking, voorafgaand aan het vertrek van de arts én tijdig. Dit opdat het recht op vrije artsenkeuze van de patiënt gewaarborgd wordt.  

Vanzelfsprekend bespreekt de vertrekkende arts deze communicatie naar patiënten toe voorafgaandelijk met zijn collega’s. Indien er hieromtrent een dispuut is, kan men contact opnemen met de Provinciale Raad van de Orde der artsen.