Juridische dienstverlening

Inleiding  Stel uw vraag  Nieuws  FAQ  Documenten

Veelgestelde juridische vragen

Heeft een huisarts recht op een sluitingspremie bij openbare werken?

Ja, U heeft als huisarts recht op een sluitingspremie bij openbare werken.  

De hinderpremie B, ook wel sluitingspremie genoemd, ondersteunt kleine ondernemers die omwille van ernstige hinder door openbare werken hun activiteiten tijdelijk dienen stop te zetten waardoor het voortbestaan van hun zaak in het gedrang komt.  

Opdat U de hinderpremie B kan aanvragen, dient Uw huisartsenpraktijk aan volgende voorwaarden te voldoen op de datum van de eerste aanvraag:  

  • Uw onderneming is een kleine onderneming;  
  • Uw onderneming heeft een vestiging in het Vlaamse Gewest;  
  • Uw onderneming is een natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, een burgerlijke vennootschap met handelsvorm van privaat recht of een buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut;  
  • Uw onderneming bevindt zich niet in staat van ontbinding, stopzetting, faillissement of vereffening;  
  • Uw onderneming is geen overheidsonderneming;  
  • In de vestiging vindt er op vaste tijdstippen persoonlijk en direct contact met klanten plaats;  
  • De openingstijden van Uw vestiging volgen een vast schema;  
  • Uw onderneming heeft geen procedure op basis van Europees of nationaal recht lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd; 
  • De onderneming en de vestiging zijn actief.  

Naast de hierboven vermelde voorwaarden, dienen ook volgende voorwaarden vervuld te zijn:  

  • Uw vestiging ondervindt ernstige hinder van openbare werken;  
  • Uw vestiging oefent een hoofdactiviteit uit die in aanmerking komt voor de hinderpremie B, met name een huisartsenpraktijk;  
  • Uw vestiging wordt minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen volledig gesloten als gevolg van ernstige hinder door openbare werken.  

Wat ernstige hinder van openbare werken is, wordt gedefinieerd aan de hand van een aantal cumulatieve voorwaarden:  

  • De rijbaan is geheel of gedeeltelijk afgesloten of één of meer rijstroken zijn geheel of gedeeltelijk afgesloten;  
  • De openbare werken zijn concreet gepland en gestart;  
  • De openbare werken duren minstens 30 opeenvolgende kalenderdagen;  
  • De vestiging bevindt zich buiten binnen of buiten de hinderzone waar de openbare werken worden uitgevoerd.  

Als alle voorwaarden vervuld zijn, kan U een aanvraag indienen per e-mail via hinderpremie@vlaio.be. U dient aan te tonen dat de sluiting het gevolg is van de werken. Dit kan gebeuren aan de hand van duidelijke foto’s van de situatie, relevante mededelingen of berichten die U ontvangen heeft over de werken, specifieke informatie op de website van Uw huisartsenpraktijk, etc. Dit bewijsmateriaal voegt U bij Uw aanvraag.  

U komt in aanmerking voor een hinderpremie B indien U Uw zaak minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen volledig moet sluiten. De hinderpremie loopt dan vanaf de 22ste dag. De sluitingspremie bedraagt € 80,00,- per sluitingsdag.  

De aanvraag wordt gecontroleerd en geverifieerd door het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen. In geval van een ongunstige beslissing zal het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen U schriftelijk in kennis stellen en de weigering motiveren.  

Indien de hinderpremie B geweigerd wordt hoewel U aan de voorwaarden voldoet, kan U klacht indien bij het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen. Indien dit geen soelaas biedt, kan U zich wenden tot de Vlaamse ombudsdienst. 

Wat is een bewind?

De vrederechter kan een bewindvoerder aanstellen wanneer een meerderjarige persoon geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, wegens zijn gezondheidstoestand niet in staat is zijn belangen te behartigen. Ook in geval van verkwisting kan een bewindvoerder aangesteld worden. Bij verkwisting gaat het om personen die al hun inkomsten verspillen aan nutteloze uitgaven. 

Er zijn twee soorten bewind:   

  • Bewind over de goederen: een bewindvoerder over de goederen staat de beschermde persoon bij of vertegenwoordigt deze bij het stellen van handelingen met betrekking tot zijn goederen.  
    Voorbeelden van handelingen met betrekking tot de goederen zijn:  
    • vervreemden van goederen;  
    • aangaan van een lening;  
    • schenken onder levenden;  
    • afsluiten van een huurovereenkomst;  
    • aankopen van een onroerend goed.  
  • Een bewindvoerder over de persoon staat de beschermde persoon bij of vertegenwoordigt deze bij het stellen van handelingen met betrekking tot de persoon.  
    Voorbeelden van handelingen met betrekking tot de persoon zijn:  
    • keuze van verblijfplaats;  
    • geven van de toestemming tot huwen;  
    • indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;  
    • erkennen van een kind;  
    • uitoefening van het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarige. 

De bewindvoerder kan niet zomaar alle handelingen stellen. Voor sommige handelingen dient de vrederechter de bewindvoerder een bijzondere machtiging te verlenen.  

De vertegenwoordigingsmacht van de bewindvoerder is niet absoluut. Indien een persoon een bewindvoerder over de goederen heeft, blijft de persoon bij gebreke van aanwijzingen van de vrederechter bekwaam voor alle handelingen in verband met zijn persoon. Een bewind over goederen impliceert aldus geen bewind over de persoon, en vice versa.  

Het bewind en de aard ervan kan gevolgen hebben voor Uw contacten met de patiënt.  

Indien U meer informatie wenst over de gevolgen van een bewind voor de contacten met Uw patiënt, aarzelt U niet om contact op te nemen via juridisch.advies@domusmedica.be.  

Moet een patiënt verwittigd worden wanneer een huisarts een praktijk verlaat?

Indien U een huisartsenpraktijk verlaat teneinde elders aan de slag te gaan, dient U de patiënten van de praktijk in kennis te stellen van Uw vertrek.  

Artikel 15 van de Code van Medische Deontologie bepaalt dat de arts de vrije artsenkeuze van de patiënt respecteert, ook in groepsverband. Op grond van de Code van Medische Deontologie dient de patiënt aldus voorafgaand en tijdig in kennis gesteld te worden van het vertrek van een arts.  

De patiënt dient schriftelijk in kennis gesteld te worden van de beëindiging van de samenwerking, voorafgaand aan het vertrek van de arts én tijdig. Dit opdat het recht op vrije artsenkeuze van de patiënt gewaarborgd wordt.  

Vanzelfsprekend bespreekt de vertrekkende arts deze communicatie naar patiënten toe voorafgaandelijk met zijn collega’s. Indien er hieromtrent een dispuut is, kan men contact opnemen met de Provinciale Raad van de Orde der artsen.

Hoe kan de huurprijs van een praktijkruimte of kabinet bepaald worden?

Domus Medica ontvangt regelmatig vragen over de bepaling van een huurprijs voor een praktijkruimte en/of kabinet. Domus Medica is niet in de mogelijkheid om op vraag de huurprijs van een praktijkruimte of kabinet te bepalen.  

De bepaling van de concrete huurprijs is afhankelijk van verschillende factoren zoals de staat van het pand, de ligging, de oppervlakte, de aard en staat van de aanwezige infrastructuur, etc.  

Het is zeer belangrijk om goed te overleggen met Uw boekhouder over de huur, onder meer omtrent de btw.  

Verder is het raadzaam na te denken over de gevolgen van een eventueel afgesloten huurovereenkomst. Wat als binnen een aantal jaar situatie anders kan zijn? U denkt aldus ook best al eens even na over de mogelijke scenario’s die zich kunnen afspelen na het einde van de huurovereenkomst.  

Domus Medica beschikt over een modelovereenkomst voor de verhuur van een praktijkruimte. Indien U dit model wenst te bekomen, kan U contact opnemen via juridisch.advies@domusmedica.be .  

Wat is een niet-concurrentiebeding?

Een niet-concurrentiebeding is een beding waarbij men zich ertoe verbindt om zich gedurende een bepaalde periode na de beëindiging of het verlaten van een associatie of samenwerking niet te vestigen in een straal van een bepaald aantal kilometer rond de vestiging van de huisartsenpraktijk.  

Men is niet verplicht om een niet-concurrentiebeding op te nemen in een overeenkomst. Indien je dit wel doet, dient het niet-concurrentiebeding aan een aantal voorwaarden te voldoen.  

Een niet-concurrentiebeding dient beperkt te zijn in tijd en ruimte. Zowel de duur van het niet-concurrentiebeding als de afstand waarbinnen men zich niet mag vestigen dienen duidelijk in de overeenkomst omschreven te zijn. Bovendien dienen zowel de duur als de straal naar redelijkheid bepaald te worden.   

In geval van betwisting omtrent het vestigingsverbod dient het geschil voorgelegd te worden aan de bevoegde Provinciale Raad van de Orde der artsen.  

De niet naleving van het niet-concurrentiebeding wordt gesanctioneerd met de betaling van een forfaitaire schadevergoeding. De hoegrootheid van de forfaitaire schadevergoeding dient voorafgaandelijk uitdrukkelijk in de overeenkomst bepaald te worden.  

Is een instapsom toegelaten?

Het advies van de Orde der artsen van 20 juni 2020 deed heel wat stof opwaaien: de instapsom om een aandeel van het patiëntenbestand te verwerven is juridisch en deontologisch onaanvaardbaar, zelfs indien deze slechts tijdelijk is.  

De Orde der artsen stelde dat het deontologisch onaanvaardbaar is dat een arts financiële belangen heeft bij de overdracht van gezondheidsgegevens van de patiënt. Deze gezondheidsgegevens zijn geen eigendom van de arts en kunnen dus ook niet verhandeld worden. Bovendien moet het recht op vrije artsenkeuze van de patiënt gewaarborgd worden, ook in groepsverband.  

Elke vorm van dichotomie, waarbij de jonge huisarts een deel van zijn ereloon dient af te staan aan de meer ervaren huisarts of diens vennootschap, onder de vorm van een instapsom, om een aandeel te verwerven van het patiëntenbestand is juridisch en deontologisch onaanvaardbaar. 

Ook mogen geen GMD’s afgedragen worden in ruil voor het verwerven van een aandeel in het patiëntenbestand. Zulks vormt immers een ‘verdoken’ instapsom teneinde een aandeel in het patiëntenbestand te verwerven, hetwelk verboden is.

Is de instapsom in zijn geheel dan ontoelaatbaar? Neen, het is toegelaten dat men een instapsom betaalt om een aandeel in de praktijk te verwerven. Dit kan slaan op immateriële (bijvoorbeeld goodwill of kosten voor onderzoek en ontwikkeling) of materiële bestanddelen (het praktijkgebouw of apparatuur). Immateriële bestanddelen kunnen gelet op het voorgaande nooit betrekking hebben op de patiëntenbestanden. 

Nieuwe overeenkomsten moeten in overeenstemming zijn met het advies van de Orde der artsen. Reeds bestaande overeenkomsten die een instapsom teneinde een aandeel in het patiëntenbestand te verwerven bevatten, dienen aangepast te worden. Dergelijke overeenkomsten vormen namelijk een inbreuk op de deontologie.  

Wat is een instapsom?

Wanneer een arts tot een associatie toetreedt, verwerft hij een gedeelte van de groepspraktijk die reeds een bepaalde economische waarde heeft opgebouwd. Dienvolgens kan voor de verkrijging van deze reeds bestaande economische waarde een compensatie gevraagd worden. Deze compensatie is de instapsom. Belangrijk is dat de instapsom proportioneel is.  

De instapsom kan twee vormen aannemen: een progressief ereloon dan wel een intredevergoeding.  

  • Progressief ereloon: gedurende een aantal maanden of jaren betaalt de toetredende geassocieerde maandelijks een bedrag gelijk aan een bepaald percentage van het bruto-inkomen van de voorbije maand aan de associatie. Belangrijk bij het progressief ereloon is dat het maximumaantal procent van de maandelijkse betalingen door de toetredende geassocieerde en het minimum- en maximumbedrag van de instapsom uitdrukkelijk bepaald worden. 
  • Intredegeld: de toetredende geassocieerde betaalt een vast bedrag aan de associatie, al dan niet in schijven. Indien de intredevergoeding in een aantal schijven betaald wordt, dient uitdrukkelijk de hoegrootheid van de schijven en de datum van betaling bepaald te worden. 

Een instapsom kan leiden tot onderlinge conflicten indien later zou blijken dat het werkvolume niet evenaart aan de voorafgaande verwachtingen. Verder bestaat het risico dat de geassocieerde die de vergoeding betaald heeft financieel benadeeld wordt indien hij op enig tijdstip de associatie zou verlaten. Dergelijke nadelen zijn niet verbonden aan het progressief ereloon.