Casuïstiek en praktijk consensus om continu te verbeteren

Kliniek Casuïstiek en praktijk consensus

Adviezen

  • De zorgverleners bespreken regelmatig klinische richtlijnen en patiënten casussen met elkaar. De verbeterpunten kunnen samengevat worden in een praktijk consensus.
  • Bespreken van casussen is een wekelijks agendapunt op de praktijk vergadering.

Beschrijving

Er moet steeds ruimte zijn voor het bespreken van patiënten casussen onder collega’s. Bij voorkeur maakt dit ook deel uit van de wekelijkse vergadering. Vanuit deze vergadering kunnen kennis hiaten of problemen rond de zorg voor patiënten naar boven komen. Bij het opstellen van een praktijk consensus gebeurt deze casusbespreking op een meer systematische wijze:

  • Via casuïstiek of dossierstudie wordt bekeken hoe de zorg nu verleend wordt.
  • Er wordt getoetst aan de huidige richtlijnen.
  • Er wordt samen afgesproken wat mogelijk is in de eigen situatie van de praktijk.

De praktijk consensus moet makkelijk bereikbaar zijn voor alle medewerkers in de praktijk. Dit kan bijvoorbeeld door een map praktijk consensus op het bureaublad te plaatsen. Door regelmatig deze praktijk consensus te raadplegen en te evalueren, kunnen verbeterpunten aangebracht worden. Hierdoor wordt de praktijk gestimuleerd om klinische richtlijnen rond evidence-based medicine te bespreken, te evalueren en toe te passen in hun eigen medisch handelen. Bij voorkeur wordt één medewerker verantwoordelijk gesteld voor het managen van de praktijk consensus.

Reflectie

Door regelmatig casuïstiek te bespreken verbetert de kwaliteit van de gezondheidszorg. Het bespreken van patiënten casussen stimuleert om met een kritische blik te kijken naar het individueel handelen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het CanMEDS-model, dat de zeven kerncompetenties van een volwaardig arts beschrijft, als maatstaf om een casus te evalueren.

Iedere medewerker kan door het upgraden van de eigen kennis, vaardigheden en de professionele attitude meewerken aan een deugddoende en werkzame praktijkvoering. Verder is dit een waardevol leermoment voor de medewerkers om elkaars mening en aanpak rond de zorg te respecteren en samen te werken tot een praktijk consensus die door iedere medewerker wordt ondersteund.

Bronnen

  • NPA. (2015). Kwaliteitsnormen voor de Nederlandse huisartsenpraktijk. NHG-Praktijkaccreditering versie 2.1. Utrecht: NPA. P33. 2015.
  • Grouwels, D., Seuntjens, L., Vanden Bussche, P. (2008). Dokteren met kwaliteit. Antwerpen: Standaard Uitgeverij nv. P. 116-124, P. 183. 2015.
  • Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO): databank Masterproeven. Daelemans E., Pype P., Lobbestael J. Hoe wordt de professionele identiteit gevormd en welke factoren spelen hierbij een rol: een kwalitatief onderzoek bij geneeskundestudenten. Masterproef huisartsgeneeskunde 2019-2020. via https://www.icho-info.be/application/content/thesislist
  • Schoenmakers, B., De Lepeleire, J., Aertgeerts, B. (2014). Praktijkmanagement voor de huisarts. Leuven: Acco.
Heeft u een vraag of opmerking of ging uw praktijk aan de slag met de adviezen?
Laat het ons weten!