De tijgermug (Aedes albopictus) werd in 2026 voor het eerst gemeld in vier Belgische gemeenten en blijft aanwezig op minstens acht locaties waar de soort eerder al werd vastgesteld. Dat blijkt uit de voorlopige resultaten van de nationale surveillancecampagne van Sciensano en het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG), voorgesteld naar aanleiding van Wereldmuggendag.
Sinds mei werden meldingen geregistreerd in elf gemeenten. In Aywaille, Kraainem, Kuurne en Rotselaar ging het om eerste waarnemingen. Daarnaast bevestigden actieve terreincontroles dat de tijgermug nog aanwezig is in onder meer Hoegaarden, Merelbeke-Melle, Wijnegem, Zaventem, Boom en Ath. In sommige gemeenten wijzen de gegevens erop dat de soort zich steeds verder vestigt.
De tijgermug kan bijdragen tot de verspreiding van virussen zoals dengue, chikungunya en zika. De onderzoekers benadrukken wel dat de detectie van tijgermuggen op zich niet betekent dat er onmiddellijk risico is op virusoverdracht in België. Een verdere opvolging van de verspreiding blijft echter belangrijk in het kader van paraatheid en preventie.
De surveillance loopt nog tot het einde van het muggenseizoen in oktober. Burgers worden aangemoedigd om vermoedelijke tijgermuggen te melden via MuggenSurveillance.be of via de mobiele app.
Wim Torbeyns