De richtlijn hartfalen is opgenomen in een Living Guideline Approach. Dit betekent dat wetenschappelijke literatuur en veranderingen in de Belgische zorgcontext (zoals beschikbaarheid en terugbetaling van geneesmiddelen) op de voet worden opgevolgd. Zo kunnen aanbevelingen snel worden bijgewerkt en blijft de richtlijn up-to-date en toepasbaar in de dagelijkse praktijk.
In maart 2026 publiceerde WOREL een nieuwe update van de richtlijn chronisch hartfalen. Domus Medica pastte de steekkaarten, de e-learning en het themadossier aan. Hieronder een overzicht van voornaamste wijzigingen:
Wijziging van grenswaarden NT-proBNP voor diagnose van hartfalen
Bepaling van natriuretische peptiden (NP) wordt aanbevolen om hartfalen uit te sluiten, als de diagnose onzeker blijft. NT-proBNP geniet de voorkeur gezien de langere halfwaardetijd. De test wordt in België momenteel nog niet terugbetaald, ook niet in de ziekenhuissetting.
Om uniformiteit tussen de verschillende Belgische richtlijnen te behouden, vermeldt de geactualiseerde richtlijn nieuwe NT-proBNP-grenswaarden, in overeenstemming met de recente richtlijn over de aanvraag van laboratoriumtesten. De interpretatie van de waarde is nu mede afhankelijk van de leeftijd.
Grenswaarden NT-proBNP bij vermoeden van chronisch hartfalen:
| Leeftijd | NT-proBNP grenswaarde | |
|---|---|---|
| <75 jaar | <125 pg/ml | >125 pg/ml |
| >75 jaar | <450 pg/ml | >450 pg/ml |
| Interpretatie | Hartfalen onwaarschijnlijk | Hartfalen waarschijnlijk |
Wijzigingen in de aanbevelingen over vaccinatie
Om in lijn te blijven met de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad besliste de auteursgroep om de RSV-vaccinatie als aanbeveling op te nemen voor patiënten met hartfalen ouder dan 60 jaar omdat dit de kans op ernstig ziek-zijn, ziekenhuisopname en overlijden als gevolg van RSV-infectie vermindert. RSV-vaccinatie kan onafhankelijk van epidemiologische pieken worden uitgevoerd.
De aanbeveling om gelijktijdig te vaccineren tegen influenza en covid-19 is geschrapt omwille van de jaarlijkse variabiliteit van de epidemiologische pieken voor deze twee infecties. Als om organisatorische redenen een gelijktijdige toediening van griep- en coronavaccins wordt overwogen, is de meest geschikte periode volgens de Hoge Gezondheidsraad eind september - begin oktober.
Wijziging voor aanbevelingen over medicamenteuze behandeling
SGLT-2-inhibitoren voor patiënten met hartfalen
SGLT-2-inhibitoren kunnen enkel worden opgestart door de cardioloog.
Vanaf maart 2026 kunnen huisartsen verlenging van terugbetaling aanvragen voor SGLT-2-inhibitoren voor alle patiënten met hartfalen. Zo kan deze behandeling makkelijker verdergezet worden. De beschikbaarheid van cardiologen en de kosten van een consult vormen in dit kader geen beperkende factor meer.
Gezien deze wijziging in terugbetalingscriteria wordt opstart van een behandeling met een SGLT-2-inhibitor sterk aanbevolen voor alle patiënten met EF≥40% (HFmrEF, HFpEF).
Aandacht voor gecontraïndiceerde geneesmiddelen bij hartfalen
De geactualiseerde versie van de richtlijn bevat een sterke aanbeveling om volgende geneesmiddelen te vermijden bij patiënten met hartfalen:
- NSAID’s,
- glitazones,
- antiaritmica klasse 1C,
- verapamil, diltiazem,
- moxonidine,
- itraconazol,
- salbutamol
- TNF-alfablokkers
Voor meer informatie verwijzen we naar rubriek 7.3. van de richtlijn hartfalen (gecontraïndiceerde medicatie)
Nieuwe onderbouwing voor gebruik van finerenon bij hartfalen
De geactualiseerde richtlijn beschrijft dat finerenon een plaats zou kunnen krijgen in de behandeling van patiënten met bewaarde en matig verminderde ejectiefractie (HFpEF/HFmrEF, EF≥40%), met name bij patiënten die spironolactone niet verdragen. De FINEARTS-HF studie toont immers aan dat finerenon verergerend hartfalen onder controle kan houden en de levenskwaliteit kan verbeteren bij deze patiëntenpopulatie.
Omdat finerenon in België nog niet geregistreerd is voor hartfalen en terugbetaling voor deze indicatie nog niet voorzien is, formuleert de richtlijn nog geen officiële aanbeveling over de toepassing van dit geneesmiddel bij hartfalen.
Anneleen Janssen
Coördinator Richtlijnen