Nieuwe regels voor identiteitskaartnummers in het EMD: praktische oplossingen voor huisartsen

19 mrt 2026

In december herhaalde het federale eHealth-platform dat het opslaan van identiteitskaartnummers in het EMD verboden is, en dienden de nodige software-aanpassingen te worden gemaakt. Zo wordt mogelijk misbruik bemoeilijkt, maar hiermee kwam ook een einde aan een veelgebruikte methode waarmee huisartsen met goede bedoelingen een therapeutische relatie konden aanmaken of verlengen wanneer de identiteitskaart niet beschikbaar was of achterliggende systemen het lieten afweten. Hierdoor moeten huisartsen sindsdien soms werken zonder cruciale patiëntinformatie, wat dan ook leidt tot heel wat bezorgdheid en frustraties op het terrein. 

Ons standpunt hierin is duidelijk. Regels rond gegevensbescherming moeten gerespecteerd worden, maar mogen kwaliteitsvolle en werkbare zorg niet in de weg staan. Waar dat wel gebeurt, moeten ze worden herbekeken. Mede dankzij de aanhoudende druk van Domus Medica op het eHealth-platform en het Nationaal Intermutualistisch College (NIC), werden recent de bestaande regels en procedures verduidelijkt, en kunnen we vandaag enkele structurele oplossingen voorleggen. 

Download hier een wachtkameraffiche om patiënten eraan te herinneren steeds hun identiteitskaart mee te brengen.

Het wegvallen van een jarenlange fall-backmethode

Onder druk van het federale eHealth-platform verdween begin december in alle EMD-pakketten de mogelijkheid om identiteitskaartnummers lokaal op te slaan. De combinatie van INSZ- en kaartnummer laat immers toe een therapeutische relatie aan te maken zonder toestemming van de patiënt of zonder bewijs van die toestemming. Door niet langer te kunnen terugvallen op de opgeslagen kaartnummers, verdween hiermee ook de mogelijkheid om – mits toestemming van de patiënt – een therapeutische relatie aan te maken, waardoor de arts niet altijd kan beschikken over de nodige patiëntinformatie. Hierdoor ontstonden op het terrein dan ook allerlei (onwettige) methodes om alsnog over identiteitskaartnummers te beschikken, wat wijst op een onderliggend probleem.

Op initiatief van Domus Medica werd het analyseren en aanpakken van deze problematiek, via de Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (AADM), expliciet opgenomen in het Conventieakkoord 2026-2027 van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ). Samen met eHealth en het NIC verduidelijkten we de huidige regels en pleiten we voor verdere - structurele aanpassingen.

Formeel groen licht voor belangrijke eerste aanpassingen

Gegevensbescherming is cruciaal in de zorg en misbruik moet te allen tijde worden vermeden. Dit moet echter hand in hand gaan met een minimum aan administratieve processen om efficiëntie en gebruiksgemak te verhogen. Daarom heeft Domus Medica enkele concrete aanpassingen gevraagd en verkregen.

  • Manuele ingave van het identiteitskaartnummer is toegestaan wanneer het eID uitzonderlijk niet beschikbaar is. De eID’s van patiënten moeten steeds elektronisch worden uitgelezen. Voorheen waren er slechts drie uitzonderingen: bij een huisbezoek, als de eID gestolen of verloren was, of bij een technische storing. Intussen heeft het eHealth-beheerscomité beslist dat manuele ingave ook is toegestaan bij ‘het uitzonderlijk ontbreken van de identiteitskaart’. Deze optie mag je dus gebruiken wanneer de patiënt zijn identiteitskaart niet bij zich heeft.

    Uiteraard moet het kaartnummer dan wel gekend zijn. Vaak hebben patiënten een foto van hun eID opgeslagen op hun smartphone of kan iemand het kaartnummer telefonisch doorgeven. Intussen is er ook een handleiding om kaartnummers van de eigen eID of van isi+ kaarten van kinderen op te halen uit Itsme of de MyGov- app. 


    Vanuit Domus Medica benadrukken we nogmaals dat identiteitskaartnummers van patiënten niet bewaard mogen worden, en dat het absoluut verboden is om zonder uitdrukkelijke toestemming van een patiënt een therapeutische relatie aan te maken.

  • Tijdelijke opslag van het identiteitskaartnummer is toegestaan onder voorwaarden. Het verbod op het bewaren van identiteitskaartnummers leidde in de praktijk tot inefficiënte taferelen. Daarom bevestigde het eHealth-beheerscomité dat het kaartnummer tijdelijk bewaard mag worden in het EMD (maximum 168 uur, 7 werkdagen), enkel en alleen om op een later tijdstip een therapeutische relatie aan te maken. Dit biedt oplossingen in de volgende scenario’s:
    • Het secretariaat leest de identiteitskaart in, zodat de huisarts vervolgens een therapeutische relatie kan aanmaken.
    • Een arts kan de identiteitskaart inlezen tijdens een huisbezoek zonder internettoegang en bij terugkomst in de praktijk een therapeutische relatie aanmaken.
    • Een collega in een groepspraktijk kan indien nodig een therapeutische relatie aanmaken wanneer deze nog ontbreekt ten gevolge van de vertragingsweek bij GMD-propagatie.

Deze aanpassingen in regelgeving zijn intussen ook bezorgd aan de EMD-leveranciers, zodat zij hun software hieraan kunnen aanpassen. 

Vervolg

Het opslaan van identiteitskaartnummers werd destijds op vraag van artsen ingevoerd om praktische problemen op te vangen. Vandaag is een grondige analyse noodzakelijk om te beoordelen of de huidige regels werkbaar zijn, correct en uniform worden toegepast door alle ziekenfondsen en EMD-leveranciers, en of ze de continuïteit, kwaliteit en efficiëntie van zorg niet belemmeren. De resultaten van deze analyse moeten vervolgens worden ingebracht in beleids- en technische werkgroepen waarin we  participeren, met als doel de regels te vereenvoudigen en structurele oplossingen uit te werken.. Daarbij kunnen onder meer therapeutische relaties en GMD’s op praktijkniveau wenselijk zijn, en moet ook de mogelijkheid worden onderzocht om in bepaalde contexten automatische therapeutische relaties te creëren op basis van inschrijving, zoals vandaag al gebeurt in medische huizen.

Domus Medica blijft haar rol opnemen door oplossingen voor te stellen en druk uit te oefenen bij de bevoegde autoriteiten. Verdere aanpassingen zijn uiteindelijk afhankelijk van de beslissingen van deze instanties. 

Wil Rijnen
Expert ICT & eHealth