Onder hoge druk van het federale eHealth-platform verdween begin december in alle EMD-softwarepakketten plots de mogelijkheid om identiteitskaartnummers lokaal op te slaan. De achterliggende redenering inzake gegevensbescherming – vermijden dat zorgverleners zonder toestemming van de patiënt een therapeutische relatie aanmaken of verlengen – is helder en correct. In de praktijk lijkt deze aanpassing echter verregaande consequenties te hebben op vlak van continuïteit, kwaliteit en efficiëntie van huisartsenzorg. Geruggesteund door het Conventieakkoord 2026-2027 van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ), roept Domus Medica via de Alliantie Artsenbelang – Domus Medica op om deze problematiek snel en grondig aan te pakken.
Het juiste verbod?
Een therapeutische relatie stelt zorgverleners in staat om medische gegevens van een patiënt te raadplegen die relevant zijn met oog op kwaliteitsvolle zorg. Gezien het privacygevoelige karakter van deze gegevens, zijn hier strikte regels aan verbonden; 1) geen therapeutische relatie zonder nadrukkelijke toestemming van de patiënt, en 2) een beperkte geldigheidsduur voor deze relatie. Het overhandigen van de identiteitskaart aan een zorgverlener – zodat deze digitaal kan worden uitgelezen (of eventueel manueel overtypen van INSZ- en identiteitskaartnummer) – wordt gezien als bewijsmiddel voor de nadrukkelijke toestemming van de patiënt.
Wanneer zorgverleners in hun software naast het INSZ-nummer van hun patiënten echter ook de identiteitskaartnummers bewaren, dan stelt dit hen (en de collega’s) in staat om therapeutische relaties aan te maken of te verlengen en zich toegang te verschaffen tot medische gegevens van patiënten zonder diens toestemming – of alleszins zonder bewijs van die toestemming.
Met oog op gegevensbescherming moet misbruik van therapeutische relaties absoluut worden vermeden. Principieel zou dan ook dáár het verbod moeten liggen, en niet bij het opslaan van identiteitskaartnummers, zoals vandaag het geval is. Eind vorig jaar wees het federale eHealth-platform de EMD-aanbieders terecht en werden zij verplicht om binnen 48 uur hun software zo aan te passen dat kaartnummers van de eID, kidsID en isi+ niet langer bewaard konden worden.
Belang en meerwaarde van een therapeutische relatie
Eenmaal een identiteitskaart is uitgelezen, wordt met de desbetreffende arts een therapeutische relatie aangemaakt, die standaard voor 15 maanden geldig is. Op die manier kan men medische gegevens raadplegen in Vitalink, de hubs en andere authentieke bronnen, en kan men gebruik maken van de verschillende eHealth-diensten. Ook bij varianten als het GMD, zorgtrajecten of een inschrijving in een medisch huis is er steeds sprake van een langere geldigheidsduur, zodat niet bij elke consultatie de eID, Kids-ID of isi+ kaart moet worden uitgelezen. Daarnaast worden therapeutische relaties – afhankelijk van de specifieke variant – ook uitgebreid (propagatie) naar andere artsen binnen de groepspraktijk, zodat ook collega’s toegang hebben.
Onzekerheid en frustratie op het terrein noopt tot actie
Toch bereikt ons vanuit het terrein veel onzekerheid en frustratie over het niet kunnen waarborgen van kwaliteit, continuïteit en efficiëntie van zorg, en horen we dat huisartsen daarom allerlei (onwettige) work-arounds verzinnen om alsnog over de identiteitskaartnummers te kunnen beschikken. Dit kan niet de bedoeling zijn, maar wijst wel op een onderliggend probleem dat moet geanalyseerd en aangepakt worden.
Geldende regels in kader van gegevensbescherming moeten gerespecteerd worden, daarover bestaat geen twijfel. Echter, mogen deze regels kwaliteitsvolle zorg niet in de weg staan, en moeten deze werkbaar zijn in de praktijk. Waar dit conflicten oplevert, moeten de regels worden herbekeken. Vanuit dat perspectief heeft Domus Medica bij het Nationaal Intermutualistisch College (NIC) en bij het federale eHealth-platform aangedrongen op:
- Gedetailleerde uitleg over de huidige regels omtrent de aanmaak, de geldigheidsduur en eventuele propagatie van therapeutische relatie/GMD/zorgtrajecten in uiteenlopende scenario's; solopraktijken/groepspraktijken/medische huizen/wachtposten enerzijds, en HAIO's/vervangartsen/artsen die later toetreden tot een praktijk anderzijds.
- Inventarisatie van casussen waar de praktijk deze theorie niet lijkt te volgen, zodat men kan analyseren waar het technisch exact misloopt. Maakt de arts misschien een fout, of zijn niet alle regels correct geïmplementeerd bij bepaalde ziekenfondsen of EMD’s?
- Pragmatische aanbevelingen voor dagdagelijkse praktijksituaties waarbij patiënten geen identiteitskaart bij zich dragen, alsook voor tal van scenario’s waarbij collega’s dienen in te springen om continuïteit van zorg te garanderen, en voor een efficiënte workflow waarbij patiënten hun identiteitskaart niet zowel bij het secretariaat als bij de arts moet laten uitlezen.
Eerste verduidelijkingen
Domus Medica bundelde tal van vragen en bezorgdheden uit de praktijk, en legde deze voor aan eHealth en het NIC. Hieronder alvast enkele verduidelijkingen zoals het theoretisch zou moeten verlopen. Onderstaande enkel om de huidige regels te verduidelijken. We beseffen dat bepaalde zaken beter kunnen, en we gaan hiermee aan de slag.
- Verschil tussen digitale uitlezing en manuele ingave
Via beide methoden kan de huisarts per direct een therapeutische relatie van het type ‘lezing eID’ aanmaken met een geldigheid van 15 maanden. Een digitale uitlezing dient echter de standaard te zijn omdat dit geldt als sterk authenticatiemiddel van de patiënt en als elektronisch bewijs van toestemming voor een therapeutische relatie. Toch zijn er een paar uitzonderingen:- Bij eID’s/KidsID’s is registratie van een therapeutische relatie via manuele ingave van INSZ- en identiteitskaartnummer enkel toegelaten mits grondige motivatie van de reden van gebruik van deze methode: huisbezoek, verlies/diefstal eID of technische problemen.
- Bij isi+ kaarten is de eis voor elektronische lezing niet uitvoerbaar, en mag het nummer van de isi+ kaart steeds manueel ingegeven worden zonder motivatie. De meeste zorgverleners beschikken immers niet over een barcodescanner, en bovendien is een digitale uitlezing en een manuele ingave van een barcode technisch niet van elkaar te onderscheiden.
- Voor pasgeborenen volstaat een manuele ingave van een INSZ-nummer tot de leeftijd van 3 maanden omdat de aflevering van een isi+ kaart niet binnen een kortere periode kan worden gegarandeerd.
- GMD als langdurige en betrokken arts-patiëntrelatie
Na aanmaak van een therapeutische relatie van het type ‘lezing eID’ kan – altijd gepaard met een consultatie – een GMD worden geopend.- De mutualiteiten geven in het weekend een lijst van alle GMD’s door aan het NIC die vervolgens op zondag de therapeutische relatie met de GMD-houder maakt. Toch zal de GMD-houder al toegang hebben tot patiëntengegevens omdat er al een therapeutische relatie van het type ‘lezing eID’ bestond.
- Hoewel het bijhouden van een GMD veelal een gedeelde verantwoordelijkheid is van de praktijk, staat een GMD vandaag nog steeds op naam van één individuele arts. Als de praktijksamenstelling echter correct geregistreerd staat in ProGezondheid (incl. HAIO’s en vervangartsen), wordt een therapeutische relatie van type ‘GMD’ gepropageerd naar de collega’s van de praktijk zodat ook zij toegang hebben tot alle nodige patiëntgegevens. Doordat de mutualiteiten de GMD-lijsten slechts in het weekend doorgeven en het NIC de therapeutische relaties vervolgens op zondag aanmaakt, zit hierop een vertraging van maximum 1 week. In tussentijd kan een collega-arts steeds een lezing eID doen om alsnog toegang te krijgen.
- Ook voor artsen die later toegevoegd worden aan de praktijksamenstelling, wordt de propagatie in orde gebracht voor alle GMD’s die actief zijn. Vanuit eHealth wordt dagelijks een update van de praktijksamenstellingen verstuurd naar het NIC op basis waarvan het NIC dagelijks nieuwe therapeutische relaties genereert. Hier zou dus een vertraging op kunnen zitten van maximum 48 uur.
- Een GMD wordt jaarlijks automatisch verlengd op voorwaarde dat er minstens eens in de twee jaar een contact is met één van de artsen van de praktijk. Zo lang het GMD actief is, blijft automatisch de therapeutische relatie geldig.
- Medisch huis
Na een inschrijving bij een medisch huis wordt automatisch een therapeutische relatie aangemaakt.- De mutualiteiten geven in het weekend een lijst van alle Medisch Huis-inschrijvingen door aan het NIC die vervolgens op zondag de therapeutische relaties aanmaakt voor alle collega’s in het medisch huis, mits correcte registratie van de praktijksamenstelling in ProGezondheid. Hierop zit een vertraging van maximum 1 week. In tussentijd kunnen artsen via een lezing eID alsnog toegang krijgen.
- Therapeutische relatie blijft geldig voor onbepaalde duur, tot einde inschrijving.
- Wachtpost
Ook op de wachtpost dient de arts een therapeutische relatie aan te maken via uitlezing van de identiteitskaart (of eventueel manuele ingave van INSZ- en kaartnummer).- Therapeutische relatie met beperkte geldigheidsduur van 3 maanden.
- Break-the-glass beperkt tot medische noodsituaties
Een ‘break‑the‑glass’ noodprocedure laat artsen zonder therapeutische relatie toe om in een uitzonderlijke en urgente situatie patiëntengegevens te raadplegen. Deze procedure mag dan ook niet gebruikt worden wanneer de patiënt gewoon zijn eID niet bij zich heeft. Bovendien wordt via deze procedure ook geen therapeutische relatie tot stand gebracht. In een dergelijke niet‑urgente situatie kan de patiënt eventueel zelf via MijnGezondheid een therapeutische relatie met een zorgverlener aanmaken zodat de arts op rechtmatige manier toegang krijgt tot de relevante patiëntgegevens.
(uit navraag bij de softwarevendors blijkt dat de ‘break-the-glass’-procedure bij de meeste softwarepakketten momenteel niet meer actief is).
Technische problemen?
De praktijk lijkt bovenstaande theorie niet altijd te weerspiegelen. Zo bereiken ons verhalen van artsen bij wie de therapeutische relatie niet actief is terwijl het GMD wel nog loopt, of artsen bij wie toegang niet werkt hoewel collega’s uit de praktijk geen problemen ondervinden. Daarnaast zien we ook een grote variatie in praktijken met veel dan wel weinig problemen. Een grondige analyse is dan ook noodzakelijk om uit te klaren waar het exact misloopt.
Gezien er veel partijen en systemen zijn betrokken en het vaak onduidelijk is tot welke partij een arts zich dient te richten om een probleem te verhelpen, pleit Domus Medica voor een centraal meldpunt. Van daaruit zou iedere vraag en/of probleem vervolgens kunnen worden toegewezen aan de partij die specifiek verantwoordelijk en beslissingsbevoegd is. Vandaag is dat centraal meldpunt er helaas niet. Maar we lijsten hieronder alvast enkele contacten op:
- Voor functionele vragen en/of bugs in de EMD-interface wordt in eerste instantie best contact genomen met de aanbieder van uw software.
- Technische vragen en/of fouten in eHealth-diensten via het contactformulier van eHealth Therapeutic Links.
- Vragen over propagatie en bronprocessen (groepspraktijken, GMD, medische huizen) via het contactformulier van het NIC.
Met het oog op een grondige analyse is een brede inventarisatie van casussen zeer belangrijk. We willen alle artsen dan ook oproepen om – zowel in het eigen als in het collectieve belang – problemen te melden en casussen aan te leveren. Belangrijk hierbij om weten is dat propagatie van therapeutische relaties met een bepaalde vertraging gebeurt, en je ervan te vergewissen dat de praktijksamenstelling correct, volledig en up-to-date geregistreerd staat in ProGezondheid. Mogelijks kan ook de status van de therapeutische relatie een impact ondervinden bij scenario’s waarbij sprake is van een overname van het GMD door een andere arts of een mutatie naar een ander ziekenfonds.
Next steps
Aangezien het opslaan van identiteitskaartnummers in het verleden geïmplementeerd blijkt te zijn op vraag van artsen omdat systemen destijds onvoldoende werkbaar waren, dient er nu te worden geïnventariseerd hoe de situatie vandaag is: zijn de huidige regels voldoende werkbaar in de praktijk, zijn deze correct geïmplementeerd bij alle ziekenfondsen en alle EMD’s, en kan bovenal gegarandeerd worden dat deze continuïteit, kwaliteit en efficiëntie van zorg niet in de weg staan?
Op initiatief van Domus Medica via de Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (AADM) werd het aanpakken van deze problematiek expliciet opgenomen in het Conventieakkoord 2026-2027 van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ). Naar aanleiding daarvan zaten vertegenwoordigers van het NIC en eHealth afgelopen week samen. Naast het inventariseren en analyseren van casussen en het opstellen van pragmatische aanbevelingen, wordt ook de mogelijkheid alvast bekeken om samen met Domus Medica een vormingsmoment te organiseren om de huidige werking in detail toe te lichten.
Naar de toekomst toe moet de analyse van deze problematiek in beleidskringen en technische werkgroepen worden aangewend om huidige regels te herzien, met name te vereenvoudigen en te uniformiseren. Therapeutische relaties en GMD’s op praktijkniveau zou zo bijvoorbeeld zeer wenselijk zijn… Ook hierin nemen we onze verantwoordelijkheid op.
Wil Rijnen
Expert ICT & eHealth