Interfederale drugsstrategie 2026‑2029 versterkt geïntegreerde aanpak

De Interfederale strategie voor een globaal en geïntegreerd drugsbeleid 2026‑2029 schetst een brede, gecoördineerde aanpak van het Belgische drugsfenomeen. Het plan benadrukt dat verslaving en druggerelateerde criminaliteit complexe en multidimensionale uitdagingen vormen die een gezamenlijke inzet van gezondheidszorg, welzijn, justitie, veiligheid en andere sectoren vereisen. De strategie bouwt voort op eerdere beleidskaders en vertaalt de actuele trends, risico’s en maatschappelijke noden naar zes strategische pijlers. 

Een eerste grote pijler focust op preventie, met aandacht voor het bevorderen van gezondheid, het beperken van risico’s en het tegengaan van desinformatie. De strategie voorziet maatregelen rond educatie, regelgeving en een gezonde leefomgeving. Er wordt geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering bij professionelen die in contact komen met personen met risicovol gebruik. In dat kader worden ook huis-, arbeids- en sportartsen genoemd als eerstelijnsactoren die kunnen bijdragen aan vroegdetectie en correcte informatieverstrekking.

Daarnaast krijgt de organisatie van zorg en hulpverlening een belangrijke plaats. Het plan benadrukt een herstelgerichte, multidisciplinaire aanpak, met een toegankelijk en divers hulpverleningsaanbod, inclusief laagdrempelige en outreachende initiatieven. Er is bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, continuïteit van zorg en betere afstemming tussen zorg- en welzijnssectoren. Ook de toeleiding naar hulpverlening binnen justitiële context wordt verder uitgebouwd. 

Een derde centrale component is het repressieve luik, waarin de strategie inzet op het verstoren van illegale drugsmarkten, het versterken van handhaving en het aanpakken van georganiseerde criminaliteit. De nadruk ligt hierbij op een proportionele aanpak, het tegengaan van criminele verdienmodellen en het beschermen van personen die door hun functie risico lopen op bedreigingen of corruptie. Jongeren die risico lopen om in het criminele milieu terecht te komen vormen een specifieke aandachtspunt. 

Tot slot besteedt de strategie aandacht aan monitoring, wetenschappelijke onderbouwing en een versterkte nationale en internationale coördinatie. Betrouwbare data, efficiënte informatiedeling en samenwerking tussen alle beleidsniveaus en internationale partners worden essentieel geacht voor een duurzame uitvoering van het beleid. De interfederale aanpak moet op die manier evoluties kunnen volgen, nieuwe fenomenen snel detecteren en evidence‑informed maatregelen ondersteunen.

Wim Torbeyns