Wat is het verschil tussen snel- en zelftesten?

Zelftesten 

  • De zelftest bij de apotheker (opsporing van het antigeen) heeft een ander doel dan de sneltest die de arts gebruikt (eveneens opsporing van het antigeen), en is gericht op volksgezondheid. Een zelftest kan asymptomatische superverspreiders van het virus aan het licht brengen; en dat is cruciaal om de epidemie te beheersen door het opsporen van contacten en bronnen van besmetting. 
  • De ‘indicatie’ voor een zelftest is extra veiligheid. Het gaat niet om een klinische indicatie, gericht op een diagnose, zoals bij de huisarts. De variant die voor het eerst werd vastgesteld in Groot-Brittannië, is 30 tot 40% besmettelijker en kan ‘ontsnappen’ aan de nu geldende hygiënische regels. Daarom kan zelftesting als extra maatregel een bijdrage leveren aan de beheersing van de epidemie. 
  • Een zelftest wordt aangekocht door gezonde personen in de apotheek 
    • Indien de apotheker merkt dat een patiënt symptomen heeft, verwijst de apotheker de patiënt door naar de huisarts 
    • Indien de zelftest positief is (aanwezigheid van virus-antigeen) worden ze patiënt en moeten ze zelf de huisarts contacteren. Op deze manier kan de medische opvolging gebeuren en start ook de contacttracing. 
  • Op dit moment is het niet mogelijk om de werkbelasting voor huisartsen in te schatten na introductie van de zelftesten in de apotheek. Na een maand komt er een evaluatie van het gebruik en de manier waarop mensen met een positief resultaat omgaan.  
  • Indien de werkbelasting te hoog is, zal de patiënt rechtstreeks kunnen bellen naar het contacttracingscenter waar hij zelf een CTPC-code zal ontvangen om zelf een afspraak in te plannen in een test- en triagecentrum. De procedure hiervoor wordt voorbereid en zal binnenkort bekend gemaakt worden.

Sneltesten 

  • Het primaire doel van een sneltest (opsporing van virus-antigeen) die de huisarts gebruikt, is: een correcte diagnose. Hiervoor steunt de arts op het klinisch beeld en het resultaat van een (snel)test. Artsen hebben nog steeds de diagnostische en therapeutische vrijheid om sneltesten te gebruiken of de PCR of beide. 
  • In ziekenhuizen, huisartsenpraktijken en test- en triagecentra kunnen sneltesten worden gebruikt om patiënten met symptomen van COVID19 te testen, binnen de 5 dagen na het begin van de symptomen, want na 5 dagen kan het virus verdwenen zijn en valt de test negatief, waardoor de diagnostische waarde vervalt. Sommige, maar niet alle, reguliere testcentra hebben sneltesten ter beschikking.  
  • Daarnaast worden sneltesten gebruikt in bij repetitief (preventief) testen, mogelijk in volgende situaties 
    • Residentiële zorgvoorzieningen 
    • Onderwijs waar de testen gebeuren door het CLB 
    • Bedrijven waar de testen gebeuren door de arbeidsgeneeskundige dienst 

Voor meer informatie over sneltesten: zie draaiboek Domus Medica 

Mijn patiënt belt en de zelftest is positief 

  • Een positieve zelftest dient bevestigd te worden door een PCR-test. 
    • U maakt een COVID-labarotory request aan en kan als indicatie aanduiden “positieve zelftest”. 
    • De patiënt krijgt vervolgens een PCR-test. 
      • U kan de wisser zelf afnemen. 
      • Indien u de wisser niet zelf afneemt, kunnen patiënten een afspraak maken in een testcentrum via www.mijngezondheid.be. Daarvoor is de Corona Test Prescription Code (CTPC of  activatiecode) van 16 cijfers nodig die ze krijgen van u als arts. 
  • Tot het resultaat van de PCR-test gaat de patiënt in isolatie en zijn/haar gezin in quarantaine. 
  • Er zijn twee mogelijkheden voor het resultaat: 
    • PCR-test is positief: De patiënt is een bevestigd COVID-19-patiënt en gaat in isolatie. Zie huisartsenfiche voor meer informatie  
    • PCR-test is negatief : De zelftest was vals-positief. De patiënt hoeft niet in isolatie en zijn/haar gezin hoeft niet in quarantaine 
  • Het is mogelijk dat de patiënt geen PCR-test wil laten afnemen of dat u beslist dat een PCR-test niet nodig is omwille van een duidelijk klinisch beeld van COVID-19. U vult dan het eForm “Directe aanvraag contactopvolging bij zeer sterk vermoeden van COVID-19 invullen” in. 

Mijn patiënt belt en de zelftest is negatief 

Een negatief resultaat moet niet bevestigd worden door een PCR test, tenzij er bij de klinische evaluatie sterke aanwijzingen zijn voor een vals negatief resultaat (type en evolutie van de symptomen, mogelijke blootstelling aan een bevestigd geval, geen andere waarschijnlijke etiologie) 

Wat is de betrouwbaarheid van snel- en zelftesten? 

Zelftesten 

De gevoeligheid van een zelftest is sterk afhankelijk van de virale lading. Een negatief resultaat sluit waarschijnlijk uit dat de persoon sterk infectieus is, maar niet dat hij/zij besmet is (geweest).  

De meeste zelftesten hebben een hoge specificiteit (>90%), maar minder dan 100%. De kans op vals positieve resultaten neemt daardoor sterk toe bij lage prevalentie. Er zijn twee erkende zelftesten, goedgekeurd door het FAGG.

De betrouwbaarheid is afhankelijk van wie de test uitvoert. De kans op vals-negatieve of vals-positieve resultaten is bijvoorbeeld hoger bij zelf-testen. Het juiste tijdstip van aflezen is belangrijk om vals positieve resultaten bij te lang wachten te vermijden. En een te oppervlakkige staalname kan te weinig viruspartikels oppikken, zodat de zelftest valsnegatief uitvalt. 

Sneltesten 

Het federale agentschap voor geneesmiddelen (FAGG) stelde een lijst op van testen die aan bepaalde minimumcriteria voldoen. De belangrijkste criteria om uit te drukken hoe betrouwbaar een test is, zijn sensitiviteit en specificiteit. 

  • De sensitiviteit drukt uit bij hoeveel procent van de personen die besmet zijn met het coronavirus de test effectief een positief resultaat oplevert ofwel het percentage terecht positieve resultaten. 
  • De specificiteit drukt uit bij hoeveel procent van de personen die niet besmet zijn met het coronavirus de test effectief een negatief resultaat oplevert ofwel het percentage terecht negatieve resultaten. 

De testen die opgenomen zijn in de lijst van het FAGG hebben een sensitiviteit van minimum 90% en een specificiteit van 99%. Deze waarden worden echter door de fabrikant zelf aan het FAGG gerapporteerd en moeten daarom met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. 

Voor meer informatie zie het draaiboek van Domus Medica.