Verduidelijking i.v.m. de conventie 2011

12 jan 2011

Sinds 1 januari is het Nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen van 13 december 2010 van kracht. Enerzijds had Domus Medica, als huisartsenvereniging, meer verwacht. Anderzijds kunnen we begrip opbrengen voor de moeilijke financiële omstandigheden waaronder het akkoord gesloten werd. Hieronder lichten we de belangrijkste aspecten van het akoord toe.

Nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2011 van 13 december 2010

Duurtijd van het akkoord

De duurtijd van het akkoord bedraagt 1 jaar (1/1/2011 – 31/12/2011).

Indexatie van de erelonen

Binnen de beschikbare ruimte wordt een indexatie van 1,4% toegepast op de basiserelonen (honoraria en accrediteringsforfait). 

Manuele of administratieve verlenging GMD

Naast de mogelijkheid tot manuele verlenging van het GMD bestaat momenteel zoals bekend ook de mogelijkheid tot administratieve verlenging (wordt toegepast indien het GMD niet voorafgaandelijk manueel verlengd werd). De administratieve verlenging van het GMD wordt verplicht vanaf 1 juli 2011. Het is momenteel onduidelijk wat dit betekent voor 2012.

Verder wordt de referentieperiode* voor het patiëntencontact met één jaar verlengd.
Praktisch betekent dit dat de opening van het GMD met code 102771 ongewijzigd blijft voor nieuwe patiënten of voor patiënten die van arts veranderen. De code blijft ook behouden voor een eventuele manuele verlenging tot 30 juni 2011. De administratieve verlenging wordt dus het eerste jaar doorgevoerd, ook als er géén patiëntencontact was.

De omschakeling naar een verplicht administratieve verlenging (vanaf 1 juli 2011) creëert als negatief effect – voor het inkomen in 2011 niet onbelangrijk om weten – een inkomstenverschuiving (naar 2012) voor wie tot dan manueel zelf of via derdebetalersregeling inde. Positief is dat dossiers gerecupereerd kunnen worden die vroeger verloren gingen door afwezigheid van contact in het refertejaar. Hierbij nogmaals de bedenking dat huisartsen bij mutualiteiten zouden moeten kunnen nagaan wanneer een GMD bij een bepaalde patiënt werd afgesloten of voor het laatst verlengd.

Het GMD binnen groepspraktijken/samenwerkingsverbanden

Het probleem van de toewijzing binnen de groepspraktijken en samenwerkingsverbanden blijft  bestaan. Hieraan moet dringend aandacht besteed worden.
De registratie van huisartsengroeperingen heeft als gevolg dat de patiënten vanaf 1 januari 2011, in het kader van hun GMD of zorgtraject, dezelfde remgeldvoordelen zullen genieten als zij zich wenden tot een huisarts van de groepering, ongeacht welke huisarts binnen de groepering het GMD heeft geopend of het zorgtraject heeft ondertekend. Het gebruik van de G-stempel wordt dus overbodig.

Automatische verlenging GMD is nog geen realiteit

Ook aan een vorm van automatische verlenging (uitbetaling voor “ingeschreven” patiënten bij de start van het nieuwe jaar in plaats van anderhalf jaar te moeten wachten) moet in de toekomst gedacht worden.

Premie sociaal statuut

De premie voor het sociaal statuut wordt opgetrokken tot 4199 euro.  We doen een oproep aan de collegae die het akkoord aanvaarden en dus niet deconventioneren, om dit bedrag zeker op te vragen.

Premie praktijkondersteuning

De praktijkondersteuning voor de erkende en wachtdoende huisarts wordt verhoogd tot 1500 euro.
Dit is een goede maatregel, al mocht het bedrag veel hoger stijgen. We vinden een verhoging van de praktijkondersteuning veel meer aangewezen dan de stijging met één euro van het bedrag voor de avondraadpleging.

Structurele financiering huisartsenwacht

Als ondersteunende maatregel voor de huisartsenwacht wordt de experimentele financiering voor de wachtpostprojecten vervangen door een structurele financiering. Dit betekent voor de kringen een administratieve zekerheid bij het opstarten en verder uitbaten van een wachtpost. Positief is ook de verhoging van het budget voor de uitbreiding van het aantal huisartsenwachtposten. In deze materie is verdere ondersteuning zeker een must. De kring of de vereniging van aangrenzende lokale kringen wordt zo een hefboom aangereikt om de zorg op de eerste lijn beter te organiseren.

Deze wachtposten gaan niet in concurrentie met de diensten spoedgevallen van de ziekenhuizen, maar maken de wachtdiensten op de eerste lijn efficiënter en minder belastend voor de actieve huisartsen.
De overheid en de verzekeringsinstellingen hebben hierbij naast het materieel ondersteunen ook de morele plicht om de bevolking te informeren en voor te lichten betreffende het ‘correct gebruik’ van zowel wachtdiensten van huisartsen, wachtposten, dringende geneeskundige hulp als van spoeddiensten in ziekenhuizen.

Derdebetalersregeling als tussenstap

De derdebetalersregeling voor OMNIO-patiënten (oa WIGW-patiënten) is van toepassing voor wie erom vraagt... De ziekenfondsen zullen de nodige documenten aanreiken voor rechtstreekse regeling of wij kunnen een beroep doen op onze tarificatiedienst.
Een bijlage bij het akkoord beschrijft de te volgen administratieve procedure voor de toepassing van de sociale derdebetalersregeling bij de raadpleging van een huisarts.
Bij een vermoeden van misbruik, onregelmatigheden in hoofde van de patiënt of bij vermoeden dat de werkelijke situatie van de patiënt niet overeenstemt met de gestelde voorwaarden, kan de toepassing van sociale derdebetalersregeling worden geweigerd.

Wij zijn voorstander van een derdebetalersregeling, maar willen benadrukken dat dit niet ten koste mag gaan van het normale functioneren van de huisarts binnen zijn eigen praktijk en dat de administratie om de regeling toe te passen heel eenvoudig moet zijn. De invoering van de huidige derdebetalersregeling zien wij dus als een  tussenstap naar een volwaardige regeling op alle niveaus.

GMD-plus met preventiemodule

Maatregel uit het vorige akkoord die nog steeds niet concreet gemaakt werd. Richtdatum momenteel beoogd is 1 april 2011.

Impulseo III

Maatregel uit het vorige akkoord die ook nog niet concreet gemaakt werd. Voorziet een financiële tegemoetkoming voor individuele artsen in de loonlast van bedienden die deze artsen bijstaan in de administratieve organisatie en het onthaal in hun praktijk. Er wordt aangedrongen op spoedige goedkeuring door de regering van het ontwerp van besluit.

Wat zijn goede punten in het akkoord?

  • Er is een aanzet tot uitbreiding derde  betalersregeling om de toegankelijkheid van de huisarts te verbeteren.
  • Ten tweede is er een verhoging van de praktijkondersteuning, evenwel is deze nog veel te beperkt. We achten een beduidend hogere praktijkondersteuning veel belangrijker dan een stijging van het bedrag van de avondraadpleging.
  • Er is ook de structurele financiering van de huisartsenwacht die een hefboom kan zijn voor de kringen om zich beter te organiseren.

Wat zijn slechte punten in het akkoord?

  • Er is geen verdere inhaalbeweging wat betreft het huisartseninkomen versus de specialisten. Dit is een van de goede randvoorwaarden die nodig zijn voor de aantrekkelijkheid van het beroep.
  • We willen een aantrekkelijk beroep en vinden het dus logisch dat de drempel om naar de huisarts te gaan het laagst zou zijn tijdens de normale praktijkuren en dat daar in eerste instantie op zou ingezet worden. Dat vinden we in dit akkoord niet terug.
  • Derdebetalersregeling toepassen moet veel eenvoudiger kunnen zijn met zo weinig mogelijk administratieve belasting.  Huisartsen verplichten dit toe te passen is geen goed idee. Dit moet kunnen op vraag van de patiënt, maar steeds in overleg met de arts.

Bedenkingen op het akkoord

We stellen ons ernstige vragen bij de tijdsduur die het behoeft om een aantal zaken te verwezenlijken en het niet naleven van beloofde termijnen (impulseo III en GMD-plus). We dringen aan op het respecteren van een gemaakt akkoord en een correcte uitvoering van afgesproken maatregelen.
Er is ook veel onduidelijkheid rond de nieuwe modaliteiten van GMD-verlenging. Het is eigenaardig dat dit zo onduidelijk en onvolledig geformuleerd werd in het akkoord zodat veel bijkomende vragen nog moeten opgelost worden.

Globale evaluatie

Als huisartsenvereniging hadden we enerzijds meer verwacht, maar anderzijds willen we begrip opbrengen voor de moeilijke financiële omstandigheden waaronder het akkoord diende gesloten te worden. Er zijn aanzetten tot verdere ondersteuning van de huisartsen(praktijk) maar de veranderingen mogen gerust ruimer en in een hoger tempo doorgevoerd worden dan nu het geval is.

 


 

Bijlage aan punt 3.6 van het Nationaal Akkoord Geneesheren-Ziekenfondsen 2011

Administratieve procedure voor de toepassing van de sociale derdebetalersregeling bij de raadpleging van een huisarts

De administratieve procedure voor de toepassing van de derdebetalersregeling omvat drie stappen:

  • nagaan van het recht;
  • invullen en doorsturen van de documenten;
  • regels voor de betaling en de follow-up.

1.    Nagaan van het recht

Er kan op drie manieren worden nagegaan of de patiënt recht heeft op de sociale derdebetalersregeling:

  1. een kleefbriefje waarvan de code gerechtigde op "1" eindigt;
  2. een attest van het ziekenfonds waarop het recht op de derdebetalersregeling is vermeld;
  3. een SIS-kaart waarop een van de hoedanigheden is vermeld die recht geven op de derdebetalersregeling.

2.    Invullen en doorsturen van de documenten

  • De 7 Landsbonden van de ziekenfondsen moeten de artsen etiketten bezorgen met een uniek verzendadres (het regionaal verbond) van elke Landsbond. Dat etiket moet worden geplakt op de envelop met alle getuigschriften voor verstrekte hulp van elke Landsbond.
  • Alle getuigschriften voor verstrekte hulp van een zelfde verbond moeten in één envelop worden verstuurd; daarbij moet een blad worden gevoegd met de volgende vermeldingen:
    • het aantal getuigschriften voor verstrekte hulp;
    • het financiële rekeningnummer voor de betaling;
    • de identificatie van de arts;
    • datum en handtekening.
  • Per maand zijn verschillende zendingen mogelijk.
  • De envelop kan per post worden verstuurd of in de brievenbus van een ziekenfonds worden gestoken.

3.    Regels voor de betaling en de follow-up

  • De patiënt betaalt de arts het "vereenvoudigd" remgeld.
  • Het ziekenfonds voert de betaling uit aan de geneesheer binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de getuigschriften.
  • Indien het recht op het door de patiënt voorgelegd document onterecht is, blijft de betaling gegarandeerd. Het ziekenfonds zal dit bij de patiënt in orde brengen.
  • Elke landsbond moet aan de geneesheer een regionaal en uniek contactnummer meedelen waarop hij inlichtingen kan inwinnen.
  • Elke landsbond verbindt zich ertoe om de arts informatie te verstrekken betreffende de follow-up van de betalingen.

Opmerking: De Verzekeringsinstellingen zullen tegen 30 juni 2011 de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen de resultaten meedelen van hun onderzoek omtrent de toepassing van bovenstaande procedure tot de andere situaties waarin beroep kan gedaan worden op de derdebetalersregeling.
Ondertussen kunnen de attesten voor deze verstrekkingen bij de verzekeringsinstellingen op dezelfde wijze worden ingediend als voorzien in 2.