Scenario’s voor de toekomst van de huisartsgeneeskunde: van praktijkinzicht naar betere prognoses

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) ontwikkelde in het rapport 'Alternatieve hypothesen voor de prognose van het toekomstig huisartsenbestand' een nieuwe benadering om de toekomstige behoefte aan huisartsen beter te interpreteren. Klassieke prognosemodellen vertrekken vooral van historische trends, maar deze blijken onvoldoende om rekening te houden met maatschappelijke, technologische en organisatorische veranderingen. Daarom werd gekozen voor een scenariobenadering, waarin praktijkervaring van huisartsen expliciet wordt geïntegreerd in de modellering. 

Centraal in de studie staan vier toekomstscenario’s, opgebouwd rond twee belangrijke onzekerheden: de evolutie van het takenpakket van de huisarts (meer klinisch versus meer gedelegeerd en multidisciplinair) en de mate waarin technologie de praktijk ondersteunt. Deze combinatie leidt tot uiteenlopende beelden, gaande van een sterk technologisch ondersteunde, klinisch georiënteerde praktijk tot een context met beperkte ondersteuning en weinig taakdelegatie. In alle scenario’s blijft de aantrekkelijkheid van het beroep een cruciale factor, evenals de rol van samenwerking en organisatie van zorg. 

De scenario’s beïnvloeden verschillende sleutelparameters in het prognosemodel, zoals de specialisatiegraad, de mate waarin huisartsen effectief in de klinische praktijk blijven (verdelingsgraad), hun werkvolume (activiteitsgraad) en de vraag naar zorg (zorgconsumptiegraad). Zo verwachten experten bijvoorbeeld dat de werktijd per huisarts tegen 2045 kan dalen met 20% tot 35%, terwijl de zorgvraag blijft stijgen door vergrijzing en veranderende zorgnoden. Opvallend is dat taakdelegatie en technologie de directe patiëntcontacten kunnen verminderen, maar tegelijk leiden tot een toename van coördinatie- en administratieve taken, waardoor de globale zorgbehoefte relatief hoog blijft. 

De resultaten van deze oefening zijn geen voorspellingen, maar instrumenten om robuuster beleid te ondersteunen. Ze zullen worden overgemaakt aan de Planningscommissie Medisch Aanbod, die ze kan gebruiken om bestaande wiskundige prognoses aan te vullen met praktijkgerichte inzichten. Op die manier ontstaat een genuanceerder beeld van toekomstige noden en mogelijke afwijkingen van theoretische modellen. 

Voor huisartsen en beleidsmakers onderstreept deze studie vooral de complexiteit van personeelsplanning in een snel evoluerende zorgcontext. Ze pleit voor regelmatige actualisering van hypothesen, een bredere kijk op zorgbehoeften in plaats van louter zorgconsumptie, en een meer geïntegreerde planning over disciplines heen.

Wim Torbeyns