Naar een geïntegreerde en realistische aanpak van chronische pijn

Chronische pijn treft naar schatting één op vijf volwassenen en heeft ingrijpende gevolgen voor zowel het individu als de maatschappij. Het KCE‑rapport 'Negen actiedomeinen om de multimodale aanpak van chronische pijn in België te verbeteren' beschrijft hoe het louter biomedische model tekortschiet om deze complexe problematiek adequaat aan te pakken. Pijn wordt begrepen als een persoonlijk fenomeen dat beïnvloed wordt door biologische, psychologische en sociale factoren. Vanuit die visie pleit het rapport voor een brede multimodale aanpak, waarbij educatie rond pijnmechanismen en actieve betrokkenheid van de patiënt centraal staan. 

Die multimodale aanpak vraagt om een grondige reorganisatie van zorgprocessen. Zo blijkt dat de aansluiting tussen eerste-, tweede- en derdelijnszorg nog onvoldoende vlot verloopt, met lange wachttijden en soms beperkte toegankelijkheid tot gespecialiseerde diensten. Een duidelijk zorgpad voor (sub)acute en chronische pijn ontbreekt momenteel, wat leidt tot versnippering van beschikbare middelen. Het rapport benadrukt bovendien dat vroege interventie tijdens de subacute fase essentieel is om chroniciteit te voorkomen en dat goede samenwerking tussen zorgverleners hierbij een sleutelrol speelt. 

Ook de communicatie tussen patiënten en zorgprofessionals vormt een belangrijk aandachtspunt. Patiënten ervaren regelmatig een gebrek aan informatie, onvoldoende ondersteuning of zelfs stigmatisering, mede door het onzichtbare karakter van pijn. Het rapport noemt daarom persoonsgerichte zorg – met actieve luisterhouding, duidelijke uitleg over pijnmechanismen (PNE) en gezamenlijke besluitvorming – een noodzakelijke voorwaarde. Daarbij hoort ook sensibilisering van de brede bevolking, om misvattingen over pijn weg te nemen en begrip te vergroten.

Daarnaast wordt de nood aan betere opleiding van zorgverleners sterk benadrukt. Het rapport pleit voor consequente integratie van de thema’s biopsychosociale pijnmechanismen, interprofessionele samenwerking en communicatievaardigheden in curricula, ondersteund door evidence‑based educatiemateriaal en multidisciplinaire leermomenten. 

Tot slot schuift het KCE structurele aanbevelingen naar voren, o.a. het opzetten van een nationale multiactorenwerkgroep en de ontwikkeling van een nationaal pijnactieplan. Door patiënten, zorgprofessionals, onderzoekers, opleiders, beleidsmakers, werkgevers en verzekeringsinstellingen samen te brengen, kan de versnippering worden doorbroken en kan een coherent, geïntegreerd beleid ontstaan. Zo’n actieplan moet duidelijke doelstellingen, meetbare resultaten en realistische tijdslijnen bevatten, met ruimte voor evaluatie en bijsturing.

Wim Torbeyns

Domus Medica volgt dit thema van nabij op. De weerslag daarvan vind je in het themadossier 'Behandeling van chronische pijn in de eerste lijn'.