Lichte oversterfte tijdens winter 2024-2025: impact van griep, RSV en omgevingsfactoren

Tijdens de winter van 2024-2025 registreerde België een lichte oversterfte van +1,9%, wat neerkomt op 1.315 extra sterfgevallen ten opzichte van het verwachte aantal. Deze stijging concentreerde zich in acht opeenvolgende weken vanaf januari en viel samen met een hevige griepepidemie, een RSV-uitbraak, smogperiodes en een koudegolf. Vooral ouderen van 85 jaar en ouder werden getroffen (+4,2%), met een opvallend verschil tussen mannen (+7,7%) en vrouwen (+3,1%). Bij vrouwen jonger dan 65 jaar werd een oversterfte van +5,4% vastgesteld, terwijl mannen in deze groep een ondersterfte vertoonden.

De griepepidemie duurde 13 weken en veroorzaakte een oversterfte van +10,9% (2.591 extra sterfgevallen), met een piek van 670 consultaties per 100.000 inwoners in week 4. Bewoners van woonzorgcentra (WZC) waren bijzonder kwetsbaar: zij kenden een oversterfte van +2,7% over de hele winter en +12,5% tijdens de griepepidemie. Ook klimatologische en omgevingsfactoren speelden een rol: een koudegolf in januari en zes smogwaarschuwingen voor fijnstof (PM2,5) versterkten de impact op kwetsbare groepen.

Hoewel de sterfte hoger lag dan in de twee voorgaande winters, bleef ze onder het gemiddelde van de afgelopen 24 winters (+2,2%) en aanzienlijk lager dan tijdens de pandemische jaren. Statistische analyses tonen een sterke correlatie tussen sterfte en griepincidentie, een matige correlatie met temperatuur en een zwakkere met luchtvervuiling.

Voor gedetailleerde cijfers en regionale analyses kan je het volledige rapport raadplegen via Sciensano.

Wim Torbeyns