Frontale aanval op contingentering

10 jul 2020

Sophie Rohonyi en François De Smet zijn niet meteen de meest bekende namen in Vlaanderen. Daarin zou in artsenmiddens wel eens verandering kunnen komen met het wetsvoorstel dat ze deze week indienden in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Ze stellen voor de contingentering voor artsen en tandartsen op te heffen. Dat beide kamerleden lid zijn van Défi is geen onbelangrijk detail. Défi is de partij van Olivier Maingain die zich in het verleden toonde als een Vlamingenhater. Het wetsvoorstel zal dan ook vooral in Vlaanderen wenkbrauwen doen fronsen.

Voor Défi staat het vast dat er te weinig huisartsen zijn in ons land, wat volgens de partij overduidelijk bleek tijdens de Covid-19-crisis. “We willen dat tekort wegwerken door het probleem bij de wortel aan te pakken en beogen derhalve de federale contingentering af te schaffen”, luidt het in de toelichting van het wetsvoorstel. Rohonyi en De Smet halen meerdere argumenten aan waarom een afschaffing van de contingentering nodig is.

Ten eerste berust de federale contingentering volgens hen op een vooraf geponeerde stelling die nooit is bewezen. Dat het aantal artsen verband houdt met de kosten van de geneeskunde, is volgens de kamerleden nooit onomstotelijk bewezen. Hoewel ze meteen daarna zeggen dat er wel een verband is, maar dan in omgekeerde zin: “Uit onderzoek blijkt dat er een correlatie is tussen een ontoereikend aantal artsen en de kosten van het gezondheidszorgsysteem: wanneer het aantal artsen daalt, kan het aantal zieken toenemen, waardoor die kosten – met inbegrip van de kosten door werkverzuim – onrustbarend kunnen stijgen. Wanneer er te weinig huisartsen zijn, wordt tevens minder aan gezondheidspromotie gedaan, met als gevolg een stijging van het aantal zieken, en dus ook van de desbetreffende kosten.” 

Ook de verdeelsleutel (60% voor de Vlaamse gemeenschap, 40% voor de Franstalige gemeenschap) heeft volgens hen geen enkele objectieve grond. “De experts van de planningscommissie stellen een verdeelsleutel van 56,5% en 43,5% voor om te voorkomen dat er een tekort aan artsen ontstaat in het zuiden van het land. Aangezien de regering-Michel zich niet kon vinden in die regeling, werd beslist zich ter zake voortaan te baseren op het aantal inwoners van het Vlaams en het Waals Gewest. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd geopteerd voor een verdeelsleutel die volkomen losstaat van de behoeften inzake volksgezondheid, met name het aantal kinderen in het lager en secundair onderwijs dat in de twee gemeenschappen is ingeschreven.

De federale contingentering druist in tegen de nochtans alarmerende vaststelling dat zowel het noorden als het zuiden van het land kampen met een tekort aan artsen en tandartsen”, vervolgen Rohonyi en De Smet. Volgens hun berekening zijn er in Wallonië 190 huisartsen te kort. Voor Brussel geven ze geen exact cijfer, maar de toestand zal daar door de vergrijzing van het artsenkorps en de kwetsbaarheid van een groot deel van de bevolking er ook hier problemen zullen rijzen. Om te bewijzen dat ook Vlaanderen met een tekort kampt, verwijst het Franstalige duo naar de beslissing van de Vlaamse regering van december vorig jaar om 1276 studenten geneeskunde en 180 studenten tandheelkunde toestemming te geven hun universitaire studies aan te vatten in Vlaanderen. Dat betekent tweemaal een overschrijding van de vastgelegde quota. De contingentering leidt nog volgens Rohonyi en De Smet tot een verdeelsleutel die internationaal vragen oproept. Met 3,1 actieve artsen per 1000 inwoners scoort België volgens Oeso-cijfers onder het Europese gemiddelde (3,6 per 1000 inwoners). 

Défi vindt het voorts onaanvaardbaar dat studenten na jarenlange succesvolle studies de boodschap krijgen dat ze geen Riziv-nummer krijgen, terwijl studenten die in het buitenland studeerden wel vlot een Riziv-nummer ontvangen. “Het heeft geen zin jongeren die de ambitie hebben om levens te redden, te beletten een carrière in de gezondheidszorg aan te vatten, zeker niet nu de coronaviruspandemie op schrijnende wijze heeft aangetoond hoezeer de samenleving plots afhankelijk kan worden van een toereikend aantal zorgverleners.