Op 1 maart 2026 vierden de Dementie Referentie Artsen (DRA) hun eerste verjaardag. Precies een jaar geleden gingen zij van start om collega-artsen te ondersteunen bij complexe dementiesituaties. Dit eerste jaar laat zien dat de nood groeit aan gespecialiseerde ondersteuning. Samenwerken vormt de basis voor de verdere uitbouw van de werking van de Dementie Referentie Artsen die samen met dementiedeskundigen van de Expertisecentra Dementie een versterkende schakel vormen binnen waardige en kwaliteitsvolle zorg voor mensen met dementie.
Sinds de start vormen 31 aangestelde Dementie Referentie Artsen (DRA’s), samen met een dertigtal dementiedeskundigen van de negen Expertisecentra Dementie, een aanspreekpunt voor collega-zorgverleners. Deze groep wordt versterkt met 15 vrijwillige DRA’s. Ongeveer één derde van de DRA’s is (psycho)geriater. Het overige deel is huisarts, waarvan het merendeel ook actief is als coördinerend en raadgevend arts (CRA) in een WZC. Alle DRA’s verwierven hun dementie-expertise via de online-opleiding van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, in samenwerking met Domus Medica. Na actualisering is een 4de uitgave vanaf mei 2026 beschikbaar.
Eerste resultaten: meerwaarde bevestigd
De nood aan gespecialiseerde ondersteuning binnen dementiezorg is reëel. Dat bevestigen de ervaringen van de advies vragende huisartsen en CRA’s. In het eerste werkingsjaar behandelden de DRA’s 80 adviesvragen. Ongeveer 65% van de vragen had betrekking op personen met dementie in woonzorgcentra. Daar gingen de meeste adviesvragen over moeilijk te begrijpen of veranderend gedrag. De overige vragen kwamen uit de thuiscontext. Daar ligt de nadruk vaker op zorgdiagnostiek, het inschatten van zorgzwaarte, en het afstemmen van het formele en informele netwerk rond de persoon met dementie.
De DRA’s starten waar anderen vastlopen: wanneer individuele zorgverleners, teams of netwerken geen uitweg meer zien. Artsen die geconfronteerd worden met onmacht in het omgaan met medische, gedragsmatige of sociale problemen bij een persoon met dementie of hun naasten, kunnen via www.huisartsendementie.be contact opnemen met een DRA-team uit de buurt. De casus wordt indien nodig interdisciplinair besproken met aandacht voor medische en psychosociale aspecten, alsook het bredere zorgnetwerk rond de persoon met dementie. Op die manier maken ze samen het verschil.
Dr. Joke Pauwelyn (projectleider Dementie Referentie Arts): “Door samen te werken, expertise te bundelen en interdisciplinair te denken, willen de Dementie Referentie Artsen met de Expertisecentra Dementie blijven groeien als een aanspreekpunt voor zorgverleners wanneer dementiezorg bijzonder complex wordt. Onze leidraad is eenvoudig: “Uw dementiezorg is onze zorg”. We willen zorgverleners ontzorgen en bijdragen aan een waardig en kwalitatief leven voor mensen met dementie – thuis én in residentiële zorg.”
Meerwaarde van de DRA-werking binnen het zorglandschap
In de aanloop naar de eerste verjaardag werd duidelijk dat de noden op het terrein breder zijn dan louter medische adviesverlening. Artsen grijpen soms onbewust en uit onmacht naar medicamenteuze interventies. De expertise van de dementiedeskundigen van de Expertisecentra Dementie maakt het verschil via niet-medicamenteuze suggesties. De blik op complexe situaties rondom mensen met dementie wordt op die manier verruimd.
Vooruitblik
Professionals met verschillende achtergronden moeten, met instemming van de behandelende huisarts, vlot toegang hebben tot de interdisciplinaire expertise van het DRA-netwerk. Daarom wordt vanaf april 2026 een afgeschermd digitaal platform gelanceerd via www.huisartsendementie.be waar zorgverleners casussen kunnen posten. Bij al te complexe casussen nodigt het regionale DRA-team de juiste experten uit om de casus online verder uit te diepen. Op die manier gaan adviesvragen meer “leven” binnen het netwerk en wordt kennis systematisch gedeeld.
Daarnaast richt de werking zich op een aantal belangrijke stappen voor de verdere uitbouw. Zo wordt gewerkt aan een goede regionale spreiding van DRA’s, een vertaling van goede praktijken naar aanbevelingen voor de regio en een update van de opleiding. Ook wordt een serie navormingspakketten rond interdisciplinaire zorg ontwikkeld, waarbij zorgverleners wegwijs worden gemaakt in de aanpak van enkele veel voorkomende klinische en ethische vraagstukken, evenals in het rijke, maar versnipperde zorgaanbod.
Ann Janssen
Projectcoördinator