Wat gebeurt er met de gezondheidszorg als de stroom uitvalt? Als leveringen van medicatie stilvallen? Of als maatschappelijke ontwrichting de wereld maandenlang onder druk zet? Voor veel huisartsen klinkt dat nog altijd als een ver-van-mijn-bedshow. Toch vindt Jonas Dale dat we altijd voorbereid moeten zijn op een crisis.
Jonas Dale werkt voor NORCE, een Noors onderzoeksinstituut waar hij verbonden is aan het National Centre for Emergency Primary Health Care. Hij onderzoekt hoe huisartsen en eerstelijnsdiensten zich beter kunnen voorbereiden op langdurige crises zoals pandemieën, cyberaanvallen, klimaatgerelateerde rampen en geopolitieke spanningen. Zijn onderzoek vertrekt vanuit de vraag: hoe zorg je ervoor dat de eerstelijnszorg blijft functioneren wanneer de omstandigheden plotseling ingrijpend veranderen?
Op 6 juni spreekt de Noorse onderzoeker op het symposium van Domus Medica en Wachtposten Vlaanderen over crisisparaatheid in de niet-planbare zorg. Volgens hem mag voorbereiding op crisissituaties geen randthema meer zijn voor huisartsen. “We kunnen niet langer zeggen dat het de verantwoordelijkheid van ‘iemand anders’ is”, zegt hij. “De coronapandemie heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat eerstelijnszorg zichzelf overeind houdt.”
Een sterke praktijk is niet automatisch crisisbestendig
Wat betekent het om ‘voorbereid’ te zijn? Volgens Dale draait crisisparaatheid om meer dan noodgeneratoren en grote voorraden.
“Een voorbereid zorgsysteem moet kunnen anticiperen, schokken opvangen, zich aanpassen en herstellen, terwijl de gewone zorg blijft doorgaan”, legt hij uit. “Dat vraagt om aangepaste infrastructuur, organisatie en personeelscapaciteit. Veel dokterspraktijken functioneren uitstekend onder normale omstandigheden, maar blijken kwetsbaar zodra een crisis uitbreekt.”
De pandemie heeft aangetoond hoe snel een goed draaiend systeem onder druk kan komen te staan. Daarom moet volgens Dale moet crisisparaatheid een vast onderdeel worden van de dagelijkse praktijkvoering. Geen document dat ergens verdwijnt in een map met noodprocedures, maar een permanent aandachtspunt.
“Je moet jezelf regelmatig afvragen: hoe redden we ons als we twee weken zonder leveringen komen te zitten? Wat als het internet of de elektriciteit uitvalt? Wat hebben we nodig om zorg te blijven bieden?”
Huisartsen zijn onmisbaar in crisissituaties
Tijdens een crisis gaat de aandacht automatisch naar ziekenhuizen en spoeddiensten. “Toch speelt de eerstelijnszorg een sleutelrol”, benadrukt Dale. “Huisartsen kennen hun patiënten, hun context en hun medische geschiedenis. Dat lokale netwerk is enorm belangrijk in crisissituaties.”
Huisartsen waarborgen ook de continuïteit van de zorgverlening. Chronische patiënten hebben tenslotte ook tijdens pandemieën of andere ontwrichtende gebeurtenissen zorg nodig. Bovendien voorkomt een sterke eerstelijnszorg dat de ziekenhuizen overspoeld raken. Juist wanneer de druk stijgt, wordt het belangrijker om patiënten naar de juiste instanties door te verwijzen en de beschikbare zorgcapaciteit efficiënt in te zetten.
“Zonder goed functionerende huisartsenpraktijken wordt het heel moeilijk om de gezondheidszorg overeind te houden tijdens een grote crisis”, zegt Dale. “De eerstelijnszorg is een vangnet voor de hele samenleving.”
Wat België kan leren van Noorwegen
Noorwegen is een voorbeeld op het vlak van crisisparaatheid. Toch benadrukt Dale dat ook daar veel lessen pas tijdens de pandemie zijn geleerd.
Zo schakelden huisartsen versneld over op zorg op afstand. Voor corona maakten de Noren nauwelijks gebruik van de mogelijkheid om een arts digitaal te consulteren. Tijdens de pandemie schakelden huisartsenpraktijken massaal over op videoconsultaties, telefonische opvolging en digitale communicatie.
“De pandemie heeft de manier waarop Noorse huisartsen werken blijvend veranderd”, vertelt Dale. “En omdat het werkte, zijn veel van die aanpassingen gebleven.” Volgens hem schuilt daarin precies de kracht van de eerstelijnszorg: het vermogen om zich snel aan te passen. Flexibiliteit is onmisbaar voor weerbaarheid.
Daarnaast gelooft hij in praktische oefeningen en samenwerking op lokaal niveau. Zelf werkte hij jarenlang als medisch verantwoordelijke voor een Noorse gemeente, waar regelmatig simulatieoefeningen werden georganiseerd. Daarbij bespraken zorgverleners samen allerlei scenario’s en brachten ze mogelijke problemen in kaart.
“Dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn”, zegt hij. “Je kunt perfect tijdens een lunchmoment samen rond de tafel zitten en een crisisscenario doorlopen. Meestal ontdek je dan snel waar de zwakke plekken zitten.”
Crisisparaatheid moet op de agenda
Wat hoopt Dale dat Vlaamse huisartsen meenemen uit zijn lezing op 6 juni? Vooral een andere mindset. “Ik wil dat mensen naar buiten wandelen met het besef dat crisisparaatheid geen aparte discipline is”, zegt hij. “Het moet deel worden van het dagelijkse denken van iedere huisarts.”
Hij vergelijkt het met de werking van hulpdiensten. Brandweer- en ambulancepersoneel rukken niet elke dag uit voor een grote ramp, maar blijven wel voortdurend voorbereid. Daardoor weten ze hoe ze moeten handelen zodra zich echt een noodsituatie voordoet.
“Crisisparaatheid zit vandaag nog te veel in een hoekje verstopt”, besluit Dale. “We moeten het centraal zetten in onze manier van werken.”
| Tijdens het symposium ‘Grenzen verleggen in niet-planbare zorg’ op 6 juni geeft Jonas Dale een internationale kijk op een thema dat ook voor Vlaamse huisartsen steeds relevanter wordt. Hij geeft concrete inzichten in hoe eerstelijnszorg sterker en veerkrachtiger wordt en zich beter kan voorbereiden op crises. Dit symposium is bovendien het uitgelezen moment om kennis en ervaringen te delen met collega’s en om nieuwe mensen te ontmoeten. Bekijk het programma en schrijf je vandaag nog in. |