Update klinische richtlijnen voor huid-, urogenitale en orthopedische aandoeningen bij kinderen

Een werkgroep bestaande uit kinderartsen (BaoP), dermatologen, kinderurologen en kinderorthopedisten heeft afgelopen maanden de uitgebreide onderzoeksinformatie uit de ‘Gerichte update State of the Art’ (gepubliceerd via WOREL) verder uitgewerkt tot heldere klinische richtlijnen en een kwaliteitsvol opvolg- en verwijsbeleid vanuit de preventieve opdracht van Kind en Gezin. Het resultaat werd telkens ook afgestemd met Domus Medica.

Alle flowcharts zijn terug te vinden op opgroeien.be

Enkele highights bij deze updates:

Algemeen

Bij verwijzing wordt voorgesteld om naar de kinderarts te gaan. De aard van deze aandoeningen (met betrekking tot de huid, urogenitale en orthopedische aandoeningen) én de jonge leeftijd van de kinderen vraagt bijzondere expertise waarmee kinderartsen het beste vertrouwd zijn. De kinderarts beoordeelt vervolgens of verwijzing naar dermatoloog, orthopedist of uroloog wenselijk en/of noodzakelijk is.

Orthopedische aandoeningen:

Evolutieve heupdysplasie:

  • Bij een kind met risicofactoren voor een evolutieve heupdysplasie (EHD) wordt op consult 4 weken nagevraagd of een screenende echo heupen is gepland of reeds gebeurd is rond de leeftijd van 4 à 6 weken. Risicofactoren zijn gedefinieerd als stuitligging na 32 weken of bij de bevalling, positieve familiale anamnese EHD 1ste of 2de graad, positionele afwijkingen (torticollis, infantiele scoliose, klomvoet), meerlingenzwangerschap en oligohydramnios (indien gekend). Een echografie na de geboorte kan deze echo niet vervangen.

  • Bilplooiasymmetrie is een aspecifiek teken voor EHD. Dit teken maakt geen deel meer uit van het preventief klinisch onderzoek in kader van detectie van EHD. De reden hiervoor ligt mede in het inzetten op de screenende echografie bij risicofactoren.

Tiplopen wordt verwezen naar de kinderarts als dit constant is (ongeacht leeftijd) of als dit persisteert na de leeftijd van 24 maanden.

Standafwijkingen van de benen (O-benen en X-benen) en voeten (toeing-in, toeing-out, platvoeten) worden niet actief opgespoord. Bij vragen van ouders wordt geïnformeerd dat dit normaal is op jonge leeftijd en de kans erg groot is dat dit zal verdwijnen met de groei. Als ouders bezorgd blijven of vragen hebben hierover, of het kind heeft klachten, dan wordt verwezen naar de kinderarts.

Urogenitale aandoeningen 

Het huidige beleid met betrekking tot het opsporen van een cryptorchide teelbal blijft behouden. Als de teelbal (links en rechts) niet scrotaal palpabel is op het consult 16 weken wordt verwezen naar de kinderarts. Deze kalenderleeftijd geldt ook voor prematuren. Bij micropenis, hypospadie of bilaterale cryptochidie met vermoeden van een genetische of syndromale aandoening wordt op consult 4 weken verwezen.

Een ascenderende teelbal wordt opgespoord op consult 15 maanden in plaats van op consult 24 maanden.

Een retractiele teelbal wordt opgevolgd op consult 24 maanden. Als er op dat moment nog sprake is van een retractiele teelbal, dan wordt geadviseerd dit jaarlijks te laten opvolgen bij de huis-of kinderarts. De verantwoordelijkheid om dit verder op te nemen, ligt bij de ouder.

Het beleid met betrekking tot hydrocele wordt verfijnd. 

  • Op consult 4 weken wordt verwezen naar de kinderarts. De reden hiervoor is tweeledig: enerzijds om een geassocieerde liesbreuk uit te sluiten en anderzijds voor instructie aan de ouder om alert te zijn voor mogelijke complicaties.
  • Als een hydrocele nog aanwezig is op consult 15 maanden, wordt nogmaals verwezen naar de kinderarts. De kans op spontane resorptie is immers erg klein vanaf deze leeftijd.

Het advies met betrekking tot verzorging van de voorhuid werd verfijnd. De boodschap ‘Blijf er af’ wordt genuanceerd, in de zin dat het belangrijk is om de voorhuid mee te wassen voor zover deze niet verkleefd of vernauwd is. Deze boodschap ging in het verleden vaak verloren met hogere kans op een lokale infectie door suboptimale hygiëne. Ook de boodschap om een peuter aan te leren om na het plassen de voorhuid droog te deppen, komt meer in de kijker. Aandoeningen aan de urinewegen | Kind en Gezin

Huid

Er is een duidelijk beleid, met name wanneer op te sporen en wanneer te verwijzen, met betrekking tot congenitale naevi, hemangiomen en vasculaire malformaties, midline laesies, café-au-lait vlekken en hypopigmentatievlekken.

Bij een baby met droge huid of eczeem hoeft de badfrequentie niet beperkt te worden, als het op de juiste manier gebeurt. Een bad geven | Kind en Gezin

Beschermende luierzalf-of crème wordt niet meer preventief aangebracht bij elke luierwissel, maar enkel nog bij beginnende roodheid van de luierzone of bij kinderen die extreem gevoelig zijn voor luierdermatitis. Dit heeft onder andere te maken met het beperken van blootstelling aan hormoonverstorende stoffen. De voorkeur gaat dan ook uit naar een zalf of crème op basis van zinkoxide of dexpanthenol zonder geurstoffen. Je baby verzorgen | Kind en Gezin

Liesbet Vergauwen
Adviserend arts, Team inhoudelijke expertise Artsen 
Opgroeien