Komt longkankerscreening in beeld bij de huisarts?

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht de doeltreffendheid, veiligheid en kosteneffectiviteit van een screening op longkanker en kwam tot een enerzijds/anderzijds besluit: Longkankerscreening blijkt aanzienlijke voor- en nadelen te hebben, die de overheid en vervolgens de hoogrisicopersonen goed tegenover elkaar moeten afwegen. (1) Is het echt zo delicaat en ingewikkeld? Op het eerste gezicht lijkt het logisch en evident: spoor patiënten met beginnende longkanker vroegtijdig op zodat het behandeltraject meer kans op genezing biedt, dan wanneer de persoon in kwestie klachten vertoont van een verder gevorderde kanker in de longen. Aflijnen van de doelgroep voor ‘screening’ lijkt zelfs relatief makkelijk: hevige rokers of ex-rokers, want de meeste longkankers zijn het gevolg van het roken van sigaretten. 

Hoe bereik je die doelgroep  van intensieve rokers? Dat is een stuk moeilijker dan bij de strategie van bestaande bevolkingsonderzoeken (screening op darmkanker, borstkanker en  baarmoederhalskanker), waar op leeftijd en geslacht wordt geselecteerd om de juiste doelgroep te bereiken. (2) Maar het roken van tabak is niet terug te vinden in de beschikbare demografische data… Dus, deze doelgroep van intensieve gebruikers van tabak persoonlijk aanspreken vanuit de overheid, zoals bij de bestaande bevolkingsonderzoeken, is niet mogelijk. Hoe ze dan wel bereiken?

Dan kijkt de samenleving en het beleid naar ‘de’ huisarts, want die hulpverlener op de eerstelijn weet via het globaal medisch dossier ‘alles’ van de ingeschreven patiënten. En, inderdaad, huisartsen kunnen via een zoekopdracht de actieve rokers selecteren uit hun patiëntenbestand, hen aanschrijven en motiveren om aan een programma van longkankerscreening deel te nemen. Dat lijkt vanop afstand een eenvoudige, en zinvolle taak. In de praktijk gaat het om een arbeidsintensieve job. Vooreerst is er het zwakke punt van volledig dossierbeheer: is de actuele rookstatus steeds nauwkeurig genoteerd en op de juiste plek in het elektronisch dossier? Dat zal al een eerste struikelblok zijn om de doelgroep voldoende groot  in beeld te brengen. Gelukkig zit sinds de coronavaccinatie het digitale opzoekwerk wel in de vingers van de meeste huisartsenpraktijken. Maar daarmee is de kous niet af. De persoonlijke uitnodiging genereert allerlei vragen, onzekerheden en twijfels bij de opgeroepen patiënten. Al dat extra counselingswerk komt bij de huisarts terecht via telefoontjes en extra consulten bovenop de groeiende, actuele werkdruk.

Even in perspectief. Om één overlijden ten gevolge van longkanker te voorkomen moeten 130  tot 250 (ex)-rokers herhaaldelijk gescreend worden. (3, 4) Deze uitgenodigde patiënten hebben vragen, twijfels, bedenkingen en voor 129 tot 249 van hen voegt dat niets toe aan hun gezondheid of levensverwachting; eerder het tegendeel: het oppoken van latente angsten. Bovendien is geen enkel screeningsinstrument (ook niet de CT-scan voor longkankeropsporing) 100% betrouwbaar.  Er zijn vals-negatieve uitslagen en onterechte geruststelling. Daarnaast zijn er vals-positieve resultaten, met onnodige ongerustheid. (2) Ten slotte is er het fenomeen van overdiagnose, waarbij een ‘ziekte’ wordt vastgesteld die nooit tot symptomen of de dood zal leiden tijdens de verwachte levensduur van een patiënt. De laagdrempelige inzet van populatiescreening draagt bij aan overdiagnose. (5)

Kunnen huisartsen hun schaarse tijd misschien zinvoller gebruiken dan het ronselen van patiënten voor longkankerscreening en het opvangen van alle ‘collateral damage’? Dat is de stelling van wijlen Frans Govaerts, huisarts en wetenschappelijk medewerker bij Domus Medica. Laat ons longkanker ernstig nemen, maar zonder tunnelvisie. Daarom pleit hij ervoor dat huisartsen zich beter kunnen inzetten op rookstopbegeleiding, dan wel op het rekruteren van patiënten voor longkankerscreening. (6) Trouwens, stoppen met roken heeft niet alleen een gunstig effect op de longgezondheid, maar komt ook de cardiale gezondheid ten goede en verkleint bovendien de kans op trombose in de hersenen.

Huisartsen willen zich graag inzetten voor de publieke gezondheid, maar met de juiste middelen en via doeltreffende interventies. Inzetten op rookstop hoort daarbij, maar niet het systematisch rekruteren van patiënten voor longkankerscreening. Een persoonsgerichte aanpak is ons handelsmerk, met als uitgangspunt: ‘Hebben we deze diagnostiek (CT-scan longen) écht nodig om de patiënt beter te kunnen helpen of zou het de patiënt kunnen schaden?’(5)

Jeroen van den Brandt, voorzitter Domus Medica
Stefan Teughels, medisch directeur Domus Medica
Dirk Avonts, hoofdredacteur Huisarts Nu


Referenties
(1): Desimpel Fabian, Luyten Janis, Camberlin Cécile, Primus-de Jong Célia, Verleye Leen, Neyt Mattias. Longkankerscreening bij personen met een hoog risico. Health Technology Assessment (HTA). Brussel. Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2024. KCE Reports 379AS. DOI: 10.57598/R379AS.
(2): https://zorg-en-gezondheid.be/beleid/preventieve-gezondheidszorg/bevolkingsonderzoek
(3): https://minerva-ebp.be/NL/Article/2209
(4): Ebell MH, Bentivegna M, Hulme C. Cancer-specific mortality, all-cause mortality, and overdiagnosis in lung cancer screening trials: a meta-analysis. Ann Fam Med 2020;18:545-52.
(5): Cals JWL en Jansen J. Overdiagnostiek onderbelicht? NED TIJDSCHR GENEESKD. 2021;165:D6306
(6): https://www.huisartsnu.be/2022/nr3/opinie/preventie-van-longkanker-volledig-inzetten-op-rookstop
 

Meer nieuws