De nationale raad van de Orde der artsen wordt verzocht te verduidelijken welke regels gelden voor het gebruik van het patiëntendossier door de arts voor zijn verdediging in rechte.
Rekening houdend met de privacyregelgeving, het beroepsgeheim en de medische deontologie, heeft de nationale raad op 16 oktober 2026 volgend advies opgesteld.
- Gezondheidsgegevens die de arts zelf heeft verzameld in het kader van de zorgverlening, mogen door hem worden aangewend om zich in rechte te verdedigen. De arts mag echter uitsluitend de stukken uit het patiëntendossier gebruiken die noodzakelijk en relevant zijn voor zijn verdediging.
- Gezondheidsgegevens die collega-artsen hebben verzameld, mogen niet op eigen initiatief van de arts worden geraadpleegd voor de samenstelling van zijn dossier ter verdediging in rechten. Dat een arts bijvoorbeeld via het ziekenhuisdossier toegang heeft tot de gezondheidsgegevens van een patiënt, betekent niet dat hij de door de collega-artsen verzamelde gegevens voor andere doeleinden dan de zorgverlening mag raadplegen. Vanuit deontologisch oogpunt is het onaanvaardbaar dat de arts in een conflictsituatie met een patiënt zijn of haar gezondheidsgegevens raadpleegt die aan collega-artsen werden meegedeeld binnen een vertrouwelijke arts-patiëntrelatie.
- Het is de arts niet toegelaten gezondheidsgegevens van de patiënt te raadplegen via de uitwisselingsnetwerken voor de verdediging in rechte, ongeacht de therapeutische relatie met de patiënt en ongeacht de toestemming van de patiënt. Uitwisselingsnetwerken mogen uitsluitend worden geraadpleegd voor doeleinden van zorgverlening.
- Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden zijn toegangsbevoegdheid tot een informaticasysteem overschrijden, is een strafrechtelijke inbreuk.
- Indien de arts meent dat bepaalde stukken uit het patiëntendossier noodzakelijk zijn voor zijn verdediging, maar ontbreken, dient hij zich te wenden tot de rechter.
Yente Reinenbergh
Jurist