De FOD Volksgezondheid schetst in de nieuwe Blikvanger Geïntegreerde Zorg hoe geïntegreerde zorg in België vandaag georganiseerd is, welke vooruitgang al werd geboekt en waar de belangrijkste knelpunten liggen. De aanleiding is duidelijk: de bevolking vergrijst en steeds meer mensen leven met meerdere chronische aandoeningen. Volgens het rapport geeft 48% van de Belgen vanaf 15 jaar aan in de voorbije twaalf maanden twee of meer chronische ziekten te hebben gehad. Tegelijk staat het zorgaanbod onder druk door personeelstekorten en een hoge werkbelasting.
Geïntegreerde zorg moet op die evoluties een antwoord bieden door zorg en ondersteuning beter rond de persoon te organiseren. Daarbij gaat het niet alleen om medische zorg, maar ook om psychologische en sociale ondersteuning, dagelijks functioneren en de rol van mantelzorgers. Het rapport vertrekt van persoons- en doelgerichte zorg: de noden, mogelijkheden en levensdoelen van de patiënt bepalen mee welke zorg nodig is. Bij complexere problemen werken verschillende zorg- en hulpverleners als één team, eventueel met een gezamenlijk zorgplan en een zorgcoördinator of casemanager.
Eerste lijn krijgt een centrale rol
Het rapport maakt onderscheid tussen mensen met laagcomplexe zorgnoden, voor wie zelfmanagement en eerstelijnszorg doorgaans volstaan, een groep met matig complexe noden die gecoördineerde zorg nodig heeft en een kleinere groep met hoogcomplexe noden voor wie casemanagement aangewezen kan zijn. Het uitgangspunt is dat de intensiteit van de coördinatie moet aansluiten bij de zorg- en ondersteuningsnoden van de patiënt.
Die samenwerking moet ook structureel worden ondersteund. In Vlaanderen kent het rapport een belangrijke rol toe aan de zorgraden en eerstelijnszones als schakel tussen beleid en praktijk. Zij moeten onder meer populatiemanagement ondersteunen, netwerkvorming stimuleren, de implementatie van geïntegreerde zorg begeleiden en knelpunten vanuit het terrein terugkoppelen. Het Interfederaal Plan voor Geïntegreerde Zorg zet momenteel prioritair in op perinatale zorg, kwetsbare personen en kinderen en jongeren met obesitas.
Belgische patiënt is tevreden, zorgcoördinatie kan beter
De resultaten van de internationale PaRIS-bevraging tonen een genuanceerd beeld. In België werden 4.687 ingevulde vragenlijsten van personen met chronische aandoeningen geanalyseerd, afkomstig uit 59 deelnemende huisartsenpraktijken. Meer dan 95% van de respondenten ervaart een goede kwaliteit van medische zorg en 67% een goede coördinatie. Tegelijk blijkt zorgplanning nog geen standaardpraktijk en zegt minder dan de helft altijd voldoende informatie te krijgen om de eigen gezondheid en het welzijn te beheren. Van de Belgische respondenten geeft 28% aan over een zorgplan te beschikken.
Een belangrijk aandachtspunt ligt bij de organisatie van de eerste lijn zelf. Minder dan de helft van de deelnemende eerstelijnspraktijken bleek volgens de bevraging goed voorbereid op effectieve zorgcoördinatie. Ook de betrokkenheid van niet-artsen bij langdurige zorg ligt met 46% duidelijk onder het OESO-gemiddelde van 83%. Internationale evidentie wijst nochtans op positieve effecten van geïntegreerde zorg, onder meer op ziekenhuisopnames en heropnames, therapietrouw en ervaren levenskwaliteit. Voor een daling van de totale zorgkosten is de evidentie volgens het rapport minder eenduidig.
Van visie naar structurele praktijk
De conclusie van de FOD is dat België belangrijke stappen heeft gezet, maar dat geïntegreerde zorg nog geen vanzelfsprekend onderdeel van het zorgsysteem is. Vooral de hoofdzakelijk prestatiegerichte financiering, het ontbreken van één geïntegreerd digitaal patiëntendossier en het nog te vaak naast elkaar werken van zorg- en hulpverleners vormen belangrijke obstakels. De FOD pleit daarom onder meer voor financieringsvormen die samenwerking, preventie en kwaliteit stimuleren, een verdere uitbouw van het Belgian Integrated Health Record, sterkere lokale netwerken en meer interdisciplinaire samenwerking. De uitdaging voor de komende jaren wordt om succesvolle experimenten om te zetten in structureel beleid, zodat geïntegreerde zorg ook in de dagelijkse praktijk van huisarts en patiënt realiseerbaar wordt.
Wim Torbeyns