wijnPaul CA, Au R, Fredman L, et al. Association of alcohol consumption with brain volume in the Framingham study. Arch Neurol 2008;65:1363-7.


Het is bekend dat volwassenen die gemiddeld weinig tot matig alcohol verbruiken, minder cardiovasculaire ziekte vertonen dan andere volwassenen. Dit wordt vaak voorgesteld met een J-vormige curve waarbij volwassenen met het laagste risico zich in het dalpunt van de J bevinden.

Het effect van alcohol op de evolutie van het hersenvolume is minder goed gekend. Wat men wel weet, is dat het hersenvolume met oudere leeftijd afneemt en dat dit bij zware drinkers veel sneller gebeurt. Maar men heeft een minder goed zicht op het effect van weinig of matig drinken op hersenatrofie. Om dit na te gaan werd in een Amerikaans cross-sectioneel onderzoek bij 1 839 volwassenen (gemiddelde leeftijd 60 jaar) het alcoholconsumptiegedrag bevraagd en het hersenvolume gemeten door middel van een NMR-scan.

De deelnemers werden ingedeeld in vijf klassen van habitueel alcoholgebruik (klasse 1= geen gebruik; klasse 2= voorheen gebruikt; klasse 3= lage consumptie, i.e. 1 à 7 porties per week; klasse 4= matige consumptie, i.e. 8 à 14 porties per week; klasse 5= hoge consumptie, i.e. >14 porties per week). De NMR-volumemeting van de hersenen werd gecorrigeerd naar schedelvolume.

De meeste deelnemers bleken te behoren tot de derde klasse van lichte gebruikers. Meer mannen dan vrouwen behoorden tot de groep van matige of zware drinkers. Na aanpassing voor covariabelen (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, lengte, body mass index en een berekende risicofactor van cardiovasculaire ziekten) vond men een significant negatief lineair verband tussen alcoholgebruik en hersenmassa; dit effect was meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen.

De relatie tussen alcoholverbruik en hersenvolume toont dus geen J-vormige curve maar een ‘steil’ lineair verband. Of om het met een boutade te zeggen: men zal met gemiddeld 1 à 7 porties alcohol per week misschien wat langer leven (minder cardiovasculaire ziekten), maar wel sneller cerebraal aftakelen. Verklaart dit waarom cardiologen op recepties meer lijken te drinken dan neurologen?

M. Van Nuland