kindergeneeskundeBindels PJE, Kneepkens CMF.
Kindergeneeskunde.

Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2006: 396 blz. ISBN: 978-90-313-4797-1; prijs: € 66,50.

‘Kindergeneeskunde’ in de reeks Praktische Huisartsgeneeskunde is een belangrijke aanwinst in deze serie. Kinderen vormen immers een groot aandeel in de patiëntenpopulatie die bij de huisarts over de vloer komt. Het boek is ingedeeld in vijf grote delen. Deel één is een algemeen deel.

Het Van Wiechenontwikkelingsschema komt aan bod, alsook de groeicurven, voeding en vaccinaties worden besproken. Het gaat hier wel over het Nederlandse systeem, dat zeer gelijklopend is met het Belgische en enkel verschilt door het niet systematisch vaccineren tegen hepatitis B en het niet verplichten van de poliovaccinatie. Verder wordt er aandacht besteed aan anamnese, klinisch en aanvullend onderzoek en farmacotherapie bij kinderen.

In deel twee komen de frequente klachten aan bod waarmee kinderen zich op het spreekuur presenteren: acute en chronische diarree, hoesten, oorpijn, koorts zonder focus, vermoeidheid, psychosociale problemen,… Men vertrekt telkens vanuit een welbepaalde klacht die geïllustreerd wordt met een casus en nadien uitgediept wordt met een bespreking van de epidemiologie, diagnostiek, aanvullend onderzoek en therapie. Hierbij wordt ook telkens gerefereerd naar de casus. Het derde deel handelt over de spoedeisende levensbedreigende aandoeningen zoals meningitis, sepsis, bewustzijnsstoornissen en acute dyspnee.

In deel vier komen enkele pediatrische chronische ziekten aan bod: diabetes mellitus, coeliakie, mucoviscidose, epilepsie en astma. Chronische ziekten bij kinderen behoren misschien meer tot het domein van de kinderarts, maar de huisarts speelt een grote rol bij de diagnostiek; het is immers de taak van de huisarts om van de onschuldige kwalen de ernstige aandoeningen te onderscheiden. Ook in de verdere begeleiding van het chronisch zieke kind en zijn omgeving kan de huisarts een ondersteunende rol bieden. Het vijfde en laatste onderdeel van het boek is gewijd aan de interdisciplinaire samenwerking tussen huisarts en jeugdgezondheidszorginstanties. Omdat het een Nederlandse uitgave is, wordt hier uiteraard het Nederlandse jeugdgezondheidssysteem besproken. Nuttig voor iedereen is het gedeelte over diagnostiek en begeleiding bij kindermishandeling.

Samenvattend is ‘Kindergeneeskunde’ een goed leesbaar en huisartsgericht naslagwerk. De casussen, de overzichtelijke lay-out en de praktijkgerichte tabellen (bijvoorbeeld BMI in verhouding tot leeftijd, voedingsbehoefte van baby tot opgroeiend kind,…) geven dit boek net dat ietsje meer dan een ander pediatrisch handboek. Voor wie van een bepaald onderwerp iets meer wil weten, is er een rubriekje ‘leesadvies’ na elk hoofdstuk met referenties van andere naslagwerken.

Een klein minpuntje in dit naslagwerk is dat een hoofdstuk met enkele frequent voorkomende kinderpsychiatrische aandoeningen hierin niet had misstaan. Kinderen met ADHD, ticstoornissen, ontwikkelingsstoornissen zoals autisme,… komen vaak met hun klachten eerst bij de huisarts, waarbij vroegdetectie van groot belang is voor een gunstige verdere ontwikkeling van het kind in kwestie. Toch blijft het boekje een waardevolle aanwinst voor de huisartsenpraktijk.

Catherine Zajkowski