Vulvovaginale klachten bij vrouwen met vulvovaginitis en vaginose in de reproductieve levensfase

Gevalideerd in oktober 2016

Auteurs: Van Royen P, Foulon V, Tency I, Vandevoorde J

Richtlijn: Richtlijn vulvovaginale klachten bij vrouwen met vulvovaginitis en vaginose in de reproductieve levensfase

1. Bij welke klachten, tekenen en symptomen denken aan vulvovaginitis/vaginose?

  • Een gedetailleerde anamnese (bevraging van klachten van afscheiding, jeuk, irritatie, pijn, branderig gevoel, alsook van lokalisatie, duur en eerdere episodes, geneesmiddelengebruik, zelfzorg, intieme hygiëne) en een seksuele anamnese zijn essentieel om de noodzakelijk onderzoeken en de behandelingsopties te bepalen (GPP4).

2. Welk klinisch onderzoek verrichten bij vermoeden van vulvovaginitis/vaginose?

  • Zelfdiagnose van vaginitis bij nieuwe vulvovaginale klachten is onbetrouwbaar (Grade 1C).
  • Verricht een klinisch onderzoek bij alle vrouwen met vulvovaginale klachten om een ernstige pathologie uit te sluiten. Inspecteer vulva en perineum, en verricht een speculumonderzoek, vaginaal toucher en bimanueel abdomenonderzoek bij vermoeden van soi, opstijgende infecties of recidiverende klachten. Deze aanbeveling is niet van toepassing op vrouwen die reeds een eerder aangetoonde candida-infectie hebben doorgemaakt en opnieuw herkenbare klachten vertonen (GPP).

3. Welke onderzoeksstrategie (specifieke tests, bijkomende diagnostiek) is nodig bij vulvovaginale klachten en klinisch vermoeden van vulvovaginitis/vaginose?

  • Meting van de vaginale pH is een eenvoudig uit te voeren test om een bacteriële vaginose of een trichomonasinfectie uit te sluiten bij een waarde lager dan 4,5 (Grade 1B).
  • Een positieve aminetest (sterke visgeur bij een kaliumhydroxidetest) is een goede aantoner van bacteriële vaginose en maakt een candidavaginitis minder waarschijnlijk (Grade 1B).
  • Microscopisch onderzoek van de vaginale fluor is een betrouwbaar onderzoek om de diagnose van vulvovaginale candidiasis, bacteriële vaginose en trichomoniasis te bevestigen (Grade 1B).
  • Bij vrouwen met een risico op soi of een voorgeschiedenis van (chronisch) genitale infecties, of bij vrouwen die hierom vragen, kan men aangepaste tests verrichten (GPP).
  • Het afnemen van een vaginaal uitstrijkje voor een grampreparaat (voor de diagnose van bacteriële vaginose) of voor een kweek (voor de diagnose van gisten en/of Trichomonas vaginalis) heeft een meerwaarde als alternatief voor microscopisch onderzoek en/of bij onduidelijke diagnose na microscopisch onderzoek, recurrente symptomen, therapiefalen, tijdens de zwangerschap, postpartum, na een abortus of na een ingreep (GPP).

4. Welke behandeling voor vulvovaginitis ten gevolge van candidiasis?

  • Lokale behandeling van candidavulvovaginitis is even doeltreffend als orale behandeling. De verschillende lokale behandelingen zijn gelijkwaardig. Als orale behandeling geniet fluconazol in een eenmalige toediening van 150 mg de voorkeur (Grade 1B).
  • Stel bij recidiverende candidavaginitis, na initiële controle van de huidige episode, een profylactische behandeling in voor een periode van 6 maanden (Grade 1B).
  • Geef patiënten met een voorgeschiedenis van candidavaginitis en/of met typische recidiverende klachten (bv. tijdens behandeling met antibiotica) een ‘uitgesteld’ voorschrift voor een oraal antimycotisch middel mee, voor gebruik zo nodig, eventueel na telefonisch contact (GPP).
  • Bij een niet door Candida albicans veroorzaakte vulvovaginale candidainfectie kan een vaginale behandeling met boorzuurgelulen (600 mg, 1 x per dag gedurende 14 dagen) worden opgestart (Grade 1C).
  • Wijs vrouwen en hun mannelijke partners er op dat bepaalde lokale behandelingen voor candidavaginitis rubberen (latex) voorbehoedsmiddelen (condooms) kunnen beschadigen (Grade 1C).
  • Overweeg bij vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken (combinatiepreparaten) en last hebben van recidiverende candidavaginitis om van contraceptiemethode te veranderen (Grade 1C).
  • Adviseer vrouwen die last hebben van vaginale afscheiding om vaginale douches en lokale irriterende producten te vermijden (Grade 2C).

5. Welke behandeling bij bacteriële vaginose?

  • Als referentiebehandeling voor bacteriële vaginose bevelen we metronidazol aan, 2 x 500 mg per dag gedurende 7 dagen. Alternatieven zijn een lokale behandeling met clindamycinecrème (1 applicator van 5 g per dag) of metronidazol (1 ovule van 500 mg per dag), telkens gedurende zeven dagen (Grade 1A).
  • Overweeg bij vrouwen met recidiverende bacteriële vaginose een profylactische behandeling met metronidazolovules, 2 x per week gedurende 4 tot 6 maanden (Grade 2B).
  • Behandeling is alleen aangewezen in geval van klachten (Grade 1A).
  • Behandeling van de seksuele partner wordt niet aangeraden (Grade 1A).
  • Vrouwen die een eerstetrimesterabortus moeten ondergaan, komen in aanmerking voor screening en behandeling van bacteriële vaginose (metronidazol per os of clindamycinecrème, zowel bij symptomatische als asymptomatische patiënten) (Grade 1A).
  • Informeer de vrouw over de aard en het verloop van de aandoening, met name dat spontane remissie en recidieven frequent voorkomen. Gebruik van intieme zepen en sprays, en van tampons wordt afgeraden (Grade 1C).
  • Raad vrouwen met bacteriële vaginose én een koperspiraaltje aan om over te schakelen op een andere vorm van anticonceptie (Grade 2C).

6. Welke behandeling bij Trichomonas vaginalis?

  • Geef metronidazol per os 2 g in eenmalige dosis aan niet-zwangere vrouwen met een trichomonasinfectie. Seksuele partners moeten ook behandeld worden (Grade 1A).
  • Om herinfectie te vermijden, raad vrouwen met een trichomonasinfectie aan geen seksueel contact te hebben tot zij en hun partner behandeld zijn (GPP).

7. Welke behandeling voor vrouwen met klachten van vulvovaginitis/vaginose tijdens de zwangerschap?

Vulvovaginale candidiasis

  • Vermijd orale antimycotica om candidiasis te behandelen tijdens de zwangerschap (Grade 1C).
  • Symptomatische candidiasis kan tijdens de zwangerschap behandeld worden met lokale imidazoles. Eénmalige behandeling is minder doeltreffend dan een behandeling gedurende 7 dagen (Grade 2A).

Bacteriële vaginose

  • In vergelijking met placebo zijn antibiotica doeltreffend in het elimineren van bacteriële vaginose tijdens de zwangerschap; ze zorgen ook voor een reductie van het risico op laattijdig miskraam (niet van vroeggeboorte). Orale therapie geniet de voorkeur (Grade 1A).
  • Zwangere vrouwen met bacteriële vaginose (gediagnosticeerd per toeval of op basis van klachten) kunnen behandeld worden met 250 mg metronidazol 3x/dag gedurende 7 dagen (Grade 2B).

Trichomonas vaginalis

  • Tijdens de zwangerschap blijkt een eenmalige toediening van metronidazol 2 g per os doeltreffend om trichomonasinfectie te behandelen, maar de mogelijke effecten ervan op de zwangerschapsuitkomst (vroeggeboorte, laag geboortegewicht) zijn onvoldoende gekend (Grade 2B).

8. Bij wie, hoe en wanneer screenen naar vulvovaginitis/vaginose tijdens de zwangerschap?

  • Doe geen actieve screening naar asymptomatische bacteriële vaginose tijdens de zwangerschap (Grade 2C).
  • Bij hoogrisicozwangerschappen is het aangewezen om de gynaecoloog te raadplegen of naar de gynaecoloog door te verwijzen (GPP).

end faq

 

Zie voor de gedetailleerde beschrijving en de toelichting van deze aanbeveling de volledige tekst van de richtlijn.