Presentatie van het gewichtsprobleem

De patiënt met overgewicht of obesitas kan zich op verschillende manieren op de raadpleging presenteren:

  • Vaak komt de patiënt op raadpleging met zijn 'gewichtsprobleem' als enige klacht. Vaak zijn het psychosociale omstandigheden die de drijfveer vormen om hulp te zoeken. Soms komt voor dat een obese patiënt door zijn omgeving naar de arts wordt gestuurd, zonder zelf gemotiveerd te zijn voor vermagering.
  • De patiënt kan zichzelf te dik vinden, terwijl hij dat objectief niet of slechts in geringe mate is. Meestal zijn het vrouwen, en in zeldzame gevallen ook mannen, die hulp vragen om af te vallen, hetgeen past binnen het overdreven maatschappelijk-cultureel bepaalde slankheidideaal.
  • Er zijn ook patiënten die voor iets anders op raadpleging komen, maar bij wie de huisarts onmiddellijk kan zien dat er een probleem is van overgewicht of obesitas. Deze patiënten zoeken helemaal geen hulp of voelen zich geremd om de hulpvraag te formuleren.
  • Bij het meten en wegen van zijn patiënten kan de huisarts een duidelijke gewichtstoename vaststellen. In dit geval, is het van belang dat hij hen hierop wijst.
  • Zelden consulteert de obese patiënt zijn arts met klachten die rechtstreeks verband houden met zijn overgewicht (vermoeidheid, lusteloosheid of ademnood). Het probleem van gewichtstoename wordt dikwijls op een verdoken manier aangebracht. Obese mensen hebben meestal al een hele geschiedenis van soms opvallende discriminatie en kwetsende opmerkingen van vreemden of van eerdere hulpverleners achter de rug. Het is dus helemaal niet verwonderlijk dat zij zich defensief opstellen (21).

Ook voor de arts kan de klacht ‘dikker worden’ of ‘te dik zijn’ heel verschillende betekenissen hebben. Eigen normen en waarden spelen met betrekking tot de aanpak van overgewicht een essentiële rol (22).

Motivatie van de patiënt

Het is in het begin van de consultatie van groot belang dat de huisarts achterhaalt in welke mate de patiënt gemotiveerd is om te veranderen. De aanpak van gewichtsproblemen vergt immers een grote inzet van de patiënt (dieet, leefstijlveranderingen, medicatie enzovoort). Enkele centrale vragen vanuit de klinische psychologie kunnen hierbij helpen (23):

  • Hoe belangrijk vindt u het om te vermageren? Wat moet er veranderen opdat u vermageren belangrijker zou vinden?
  • Hoe belangrijk vindt u het om uw eetgewoonten/leefstijl te veranderen? (vraag naar motivatie)
  • Als u zou beslissen om te vermageren, hoeveel vertrouwen hebt u dan in uzelf om hierin te slagen? Wat moet er veranderenopdat u meer vertrouwen zou krijgen om succesvol te vermageren? (vraag naar zelfvertrouwen)

Deze vragen zijn verder ook zeer geschikt om de patiënt aan te sporen om de eigen gezondheidstoestand te evalueren en vooral om diens zelfmotiverende uitspraken te bekrachtigen (24).

Gedragsverandering initiëren

Verschillende theorieën uit de gezondheidspsychologie brachten motivationele modellen aan (bijvoorbeeld het ‘Health Belief Model’ van Taylor, 1990) (25). Een erg bekend en bijzonder bruikbaar model is dat van Prochaska & DiClemente (1986). Dit model beschrijft motivatie in aflijnbare stadia. Deze stadia bieden de arts een uitstekende hulp om de motivatiegraad van zijn patiënt in te schatten. Bovendien geeft het de arts aanwijzingen om de geschikte interventie te kiezen op maat van de individuele patiënt (zie tabel 1).

Tabel 1: Fasen van gedragsverandering.
Fase Kenmerk Actiebereidheid Mogelijke interventie
Voorbeschouwende fase Een persoon in dit stadium overweegt helemaal geen verandering en ziet zijn gedrag niet als een probleem (hij is te weinig geïnformeerd over de gevolgen of uitgeblust door de vele pogingen?) De patiënt is niet van plan om actie te ondernemen in de nabije toekomst (zes maanden) Verhoog het inzicht via gepersonaliseerde informatie
Beschouwende fase De persoon erkent het probleem, maar staat nog erg ambivalent tegenover veran-dering. Hij is zich wel meer bewust van de voordelen van verandering, maar ziet ook veel nadelen De patiënt denkt wel aan veranderen, maar dan in de nabije toekomst (zes weken) Bespreek voor- en nadelen van verandering en verhoog het zelfvertrouwen van de patiënt om de nodige gedragsverandering te kunnen realiseren
Beslissingsfase De patiënt maakt een plan op. Het is mogelijk dat hij al wat aan het experimenteren is met kleine veranderingen. Er bestaat nog steeds een zekere mate van ambivalentie De patiënt maakt zich klaar voor verandering, meestal binnen de maand Stel een concreet plan op met een realistisch doel en ondersteun kleine veranderingen bij de patiënt
Actiefase De persoon in dit stadium verandert specifiek en openlijk zijn leefstijl. Dit gedrag is duidelijk observeerbaar De patiënt is geëngageerd in een actieplan Verwijs door voor voedingsadvies en gedragsverandering en bied zelfhulpmateriaal, medicatie en dergelijke aan
Onderhoudsfase Het nieuwe gedrag krijgt een plaats in het leven van de persoon. Verandering van eetgedrag en gewichtsdaling zijn ontstaan. Het gewichtsbehoud wordt een nieuw doel De patiënt is geëngageerd in een actieplan Leer de patiënt probleemoplossend gedrag aan, zodat hij leert anticiperen op moeilijkheden
Hervalfase Herval is altijd mogelijk en is eerder de regel dan de uitzondering De patiënt gaat gemiddeld zes keer door de fasen van verandering, vooraleer een stabiele verandering tot stand is gekomen Ondersteun het zelfvertrouwen van de patiënt en geef inzicht in de aanleidingen tot herval

Om een persoon tot verandering te motiveren, is het van belang hem aan te spreken op een manier die aangepast is aan het motivationele stadium waarin hij zich bevindt. In dit model betekent motiveren dus niet de patiënt confronteren met de gevolgen van zijn gedrag (26) of hem overtuigen om zijn gedrag te veranderen. Het komt erop neer de patiënt mee te helpen evolueren naar een meer actieve fase van gedragsverandering. Vooral patiënten in de eerste motivatiestadia (voorbeschouwend en beschouwend) zijn een grote uitdaging voor de huisarts. Het heeft weinig zin om aan een persoon in de voorbeschouwende fase een dieet of medicatie voor te schrijven (27). Bij patiënten in de beslissingsfase wordt het motiveren om een haalbaar (gewichts)doel te behalen voor de huisarts de belangrijkste, maar even moeilijke opdracht. Het op gang brengen van dit motivationele proces gebeurt het best in verschillende consultaties.

Voor sommige patiënten is de steun van de omgeving (partner en andere gezinsleden) van groot belang. De arts kan ook hen aansporen om een positieve, steunende houding aan te nemen tegenover de persoon die wil vermageren.