Obesitas kan worden gedefinieerd als een toestand van overtollige opstapeling van lichaamsvet, in vergelijking met de norm voor de leeftijd en het geslacht. Directe metingen van het totale lichaamsvet zijn in de praktijk moeilijk uit te voeren en niet altijd betrouwbaar. Daarom gebruikt men indirecte methodes, zoals de Body Mass Index (BMI of Quetelet-index) (18):

gewicht in kg
BMI =
(lengte in m)2

Overgewicht wordt gedefinieerd als een BMI van 25 tot 29,9 (19). We spreken van obesitas vanaf een BMI van 30. Daarboven is er sprake van een extra morbiditeits- en mortaliteitsrisico. Vanaf een BMI van 40 spreekt men van morbide obesitas.

Als risicofactor voor de gezondheid is niet alleen de mate van overgewicht belangrijk, maar vooral het type obesitas, met andere woorden de plaats in het lichaam waar het overtollige vet is gelokaliseerd. Dit speelt een essentiële rol in de prognose. Zo is met name de abdominale vetafzetting (‘appelvorm’) een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van onder andere diabetes en hart- en vaatziekten. Abdominale obesitas brengt meer gezondheidsrisico’s met zich mee dan wanneer het vet op de heup en dijen zit (‘peervorm’) (20).

De arts kan het type obesitas bij volwassenen bepalen door de middelomtrek te meten (ter hoogte van de navel). We spreken van abdominale obesitas bij een middelomtrek meer dan 88 cm bij vrouwen en meer dan 102 cm bij mannen.