Patiënten die volgens de bovenstaande risico-evaluatie in de rode zone van hoog risico terechtkomen, zullen voor een blijvend effect van niet-medicamenteuze en medicamenteuze behandelingen een duidelijk follow-upschema moeten krijgen. Samen met de patiënt zal de huisarts een behandelschema opstellen, waarbij wordt rekening gehouden met bepaalde medische prioriteiten (rookstop, gezonde voeding, lichaamsbeweging, acetylsalicylzuur, statine) en de haalbaarheid voor de patiënt. Ook een controleschema wordt opgesteld. Streefdoelen per risicofactor worden telkens besproken en opgevolgd. Bij elk contact moet worden gepeild naar de therapietrouw en tolerantie van de ingestelde therapie. Afhankelijk van de therapie kunnen specifieke controles noodzakelijk zijn (kalium- en creatininebepaling bij het gebruik van diuretica of ACE-inhibitoren). Een nieuwe risico- evaluatie is in deze groep niet aangewezen. Het is bij deze patiënten wel aanbevolen om een glykemiebepaling uit te voeren (84).

Patiënten bij wie een ‘matig risico’ vastgesteld werd en die dus in de oranje zone vallen, krijgen advies over gezonde leefgewoonten (rookstop, voedingsdriehoek en lichaamsbeweging). In deze groep kan het nodig zijn om naast leefstijlveranderende therapie een medicamenteuze behandeling te starten. De gestarte behandelingen maken deel van een behandelplan waarin ook de opvolgconsulten worden vastgelegd. Tijdens deze consulten wordt gelet op therapietrouw, klinische doeltreffendheid en tolerantie. Jaarlijks wordt een nieuwe risico-evaluatie uitgevoerd. De patiënt kan immers een hoogrisicopatiënt zijn geworden (85). Een intensievere behandeling dringt zich dan op.

Rokers die in de bruine zone terechtgekomen zijn en dus géén andere risicofactoren vertonen dan het roken op zich, moeten erop gewezen worden dat rookstop de belangrijkste interventie is om hart- en vaatziekten te voorkomen. Zij moeten gestimuleerd worden het roken te stoppen, eventueel door een simulatie van de verlaging van hun risico op de Score-tabellen. Rokers die bereid zijn een rookstoppoging te ondernemen, zullen worden opgevolgd zoals vermeld in de aanbeveling ‘Stoppen met roken’ (86). Bij patiënten die (nog) niet bereid zijn het roken te stoppen, wordt hun cardiovasculair risico opnieuw geëvalueerd na drie à vier jaar (87).

Bij patiënten met laag risico is een follow-up met nieuwe risicobepaling zinvol na drie à vier jaar.