Voor de behandeling van hart- en vaatziekten zijn niet-medicamenteuze maatregelen minstens even belangrijk als de medicamenteuze. Geen enkele medicamenteuze interventie heeft zo’n grote impact als rookstop. De huisarts moet zich zo nodig bekwamen in strategieën (motiverende gesprekstechnieken en fasen van gedragsverandering) om gedragsverandering bij de patiënt te bekomen.

Bij een persoon van middelbare leeftijd geldt dat hoe groter zijn absolute risico is, hoe groter de impact van de interventies zal zijn. Omdat het belangrijkste risico op sterfte (cardiovasculair of niet) de leeftijd is, zullen 70- en 80-plussers altijd hoogrisicopatiënten blijven.

De preventieparadox geeft aan dat de individuen die de grootste winst kunnen ondervinden, slechts een ‘kleine’ (± 800 000) populatie uitmaken, en dat de veel grotere groep die een beperkte meerkans heeft op hart- en vaatziekten, als individu weinig kan winnen, maar op populatieniveau een grotere winst kan geven. Dit zou gepaard gaan met het medicaliseren van een grote groep gezonde individuen. Bovendien gaat dit gepaard met zeer hoge kosten voor de maatschappij.

De personen die na de risicoschatting in de rode groep zijn ingedeeld en vooral de personen die al een infarct hebben doorgemaakt, kunnen de grootste winst verwachten door een volgehouden therapie. Een intensieve behandeling en begeleiding zijn nodig en prioritair.

De personen die na de risicoschatting in de oranje groep zijn ingedeeld, hebben een beperkt extra risico en in deze groep is minder gezondheidswinst te maken met de therapeutische maatregelen. Adviezen zullen prioritair gericht zijn op het aanmoedigen van een gezonde leefstijl en het belang van niet roken. Ook in deze groep kan het nodig zijn om een medicamenteuze therapie op te starten als bijkomende risicofactoren zoals sedentarisme en obesitas aanwezig zijn.

Voor personen met een laag risico is het belangrijk om onnodig medicatiegebruik terug te dringen.