Op basis van deze zes klinische gegevens worden de patiënten onderverdeeld in vier groepen:

  1. Patiënten met een persoonlijke voorgeschiedenis van cardiovasculair lijden E+ of patiënten met diabetes type 2 met minstens één bijkomende risicofactor: D+
    Risiconiveau: HOOG code rood
    Deze personen hebben een hoog risico op een recidief (voor patiënten E+) of eerste event (voor patiënten D+) (31).
    Bij deze patiënten wordt geen risicotabel gebruikt om hun cardiovasculair risico in te schatten: door hun medische voorgeschiedenis wordt hun risico gelijkgesteld aan een geschat risico van meer dan 10% om over tien jaar een fataal coronair of cerebraal incident door te maken.
  2. Patiënten van wie het cardiovasculaire risico enkel verbonden is aan het roken: C+
    Risiconiveau: LAAG maar dit wordt in de toekomst onder druk gezet: code bruin
    Deze personen zijn jonger dan 50 jaar en hebben geen andere risicofactor voor hart- en vaatziekten dan roken.
    Stoppen met roken is het enige therapeutische doel, wat de cholesterol- en vetwaarden ook zijn.
  3. Patiënten zonder risicofactoren (negatief voor ABCDEF)
    Patiënten met een LAAG cardiovasculair risiconiveau: code groen
    Dit zijn personen bij wie geen enkele risicofactor aanwezig is. Het bepalen van de cholesterol in die groep is niet nodig, behalve bij bekende heterozygote familiale hypercholesterolemie (32) met totaalcholesterol >320 mg/dl en LDL-cholesterol >220 mg/dl.
  4. Patiënten met andere risicofactoren positief zoals A+ (leeftijd), B+ (bloeddruk) of F+ (familiale voorgeschiedenis)
    Risiconiveau: ONBEPAALD risico na deze klinische evaluatie: code grijs
    Eén of meerdere andere risicofactoren zijn aanwezig: A (Age/leeftijd >50 jaar), B (hoge bloeddruk), of F (Familiale voorgeschiedenis).
    • Een bloedafname is vereist: totaalcholesterol en HDL-C (33).
      De resultaten worden in de Score-risicotabel ingebracht (34). Hoe de Score-tabel gebruiken: zie bijlage 2.
      Het gebruik van de tabel met cholesterolratio (totaalcholesterol en HDL-cholesterol (35)) is aan te bevelen.
    • Opgelet: denk aan ‘F’ en ‘C’:
      • F(+): vermenigvuldig het bekomen risico met 1,5 (150%) (36).
      • C(+): als de patiënt rookt, beschouw hem dan voor de eerste risico-evaluatie als niet-roker. Als hij hierdoor een risicocategorie daalt, overweeg dan om de patiënt eerst gedurende zes maanden te begeleiden in zijn poging om te stoppen met roken, samen met het geven van leefstijladvies. Na die zes maanden kan een herevaluatie van zijn risico plaatsvinden. Op die manier kunnen patiënten gemotiveerd worden om te stoppen met roken (allerbelangrijkste maatregel) én kan medicamenteuze behandeling voor sommige patiënten vermeden worden (37).

Alle patiënten kunnen uiteindelijk in drie risicogroepen worden onderverdeeld:

  • Patiënten hebben een hoog cardiovasculair risico als zij 10% of meer kans hebben om binnen de tien jaar het slachtoffer te worden van een fatale cardiovasculaire complicatie. Deze drempel van 10% is bij consensus vastgelegd (zie bijlage 2) (38).
  • Patiënten hebben een matig cardiovasculair risico als zij tussen 5 en 9% kans hebben om binnen tien jaar het slachtoffer te worden van een fatale cardiovasculaire complicatie. Ook deze drempels zijn bij consensus vastgelegd.
  • Patiënten hebben een laag cardiovasculair risico als zij minder dan 5% kans hebben om binnen tien jaar slachtoffer te worden van een fatale cardiovasculaire complicatie.