Deze aanbeveling wil een antwoord formuleren op de volgende klinische vragen:

Risicobepaling

  • Bij wie bepalen huisartsen het globale cardiovasculaire risico en wat is de aanleiding om dit te doen?
  • Hoe bepalen huisartsen het individuele cardiovasculaire risico? Welke cardiovasculaire risicofactoren gaan huisartsen hiervoor na? Bij welke patiënten is het gebruik van een risicotabel nuttig en welke risicotabel kan in de Belgische context gebruikt worden?
  • Wie heeft een hoog cardiovasculair risico (absoluut verhoogd risico)?

Aanpak 

  • Welke personen zouden intensief behandeld moeten worden om hun cardiovasculaire risico te verlagen?
  • Wat zijn de therapeutische mogelijkheden bij patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico?
  • Welke aanpak is zinvol bij personen met een matig verhoogd risico? Welke adviezen worden gegeven aan personen zonder verhoogd risico?
  • Welke therapeutische doelen worden gesteld?
  • Hoe worden hoogrisicopatiënten voor cardiovasculaire ziekten opgevolgd?
  • Hoe worden patiënten met een laag of matig verhoogd risico opgevolgd?
  • Wanneer is verwijzing nodig?