De huisarts heeft een unieke positie in het mee oplossen van deze problemen door een ‘globaal cardiovasculair risicobeheer’. Hij levert continue, integrale (lichamelijk en psychisch) en persoonlijke zorg aan de patiënt en zijn directe (familiale) omgeving. Dit vormt de basis voor een vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt (8). Deze context is nodig om de patiënt over dit onderwerp proactief aan te spreken en indien nodig, een optimale behandeling in te stellen. De huisarts zal trachten om een gunstige gedragsverandering in leefstijl te bekomen, zijn patiënt te motiveren tot therapietrouw en verder op te volgen.

De huisarts ziet als eerste de groep van hoogrisicopatiënten die nog geen symptomen vertonen van een hart- en vaatziekte. Ook bij de eerste symptomen is hij meestal de eerste hulpverlener tot wie de patiënt zich richt. De huisarts heeft bij de opvolging van patiënten met hart- en vaatziekten een positieve invloed op de therapietrouw.