Op populatieniveau wegen de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, verbonden aan de leefstijl (ongezonde voeding, geringe beweging, roken en psychosociale en sociaal-economische achteruitstelling (5), steeds meer door. Daarnaast worden hart- en vaatziekten vaak onaangepast behandeld: patiënten met een hoog globaal risico op hart- en vaatziekten, maar bij wie de meeste gekende risicofactoren matig vergroot zijn, worden doorgaans onderbehandeld. Patiënten met één duidelijk gekende risicofactor, maar met een gematigd of laag globaal risicoprofiel, worden daarentegen vaak overbehandeld (6).

Er zijn ook grote verschillen in kosteneffectiviteit van de verschillende behandelingsalternatieven (zie figuur 1). Omdat de gezondheidszorgbudgetten van de overheid beperkt zijn, is het belangrijk noties van kosteneffectiviteit in de behandelingsstrategie te hanteren (7).
Door de vergrijzing ten slotte zullen de absolute aantallen van personen die overlijden ten gevolge van hart- en vaatziekten, nog stijgen. Preventie zal hierin geen verandering kunnen brengen. Onze aanpak moet zich vooral richten op het voorkomen van ‘vroegtijdige en te vermijden cardiovasculaire sterfte’.