Wat cardiovasculaire ziekten betreft, zijn er vier wetenschappelijk onderbouwde vaststellingen:
  1. Hart- en vaatincidenten zijn de belangrijkste oorzaak van vroegtijdige sterfte en van verminderde levenskwaliteit of invaliditeit in Vlaanderen (2). De prevalentie van hart- en vaatziekten hangt samen met de leeftijd. Met de toenemende vergrijzing wordt dit medische probleem steeds groter. Hart- en vaatziekten doen de kosten van de gezondheidszorg oplopen (3).
  2. De onderliggende pathologie is meestal atherosclerosis. Deze ontwikkelt zich gedurende jaren geruisloos en is al in een vergevorderd stadium als de eerste symptomen van een hart- en vaatziekte zich manifesteren. De belangrijkste complicaties (hartinfarct, CVA of plotse dood) doen zich ineens voor, waardoor het te laat is voor de vele therapeutische mogelijkheden.
  3. Het voorkomen van hart- en vaatziekten hangt sterk samen met de leefstijl zoals roken en ongezonde voeding en andere factoren als hoge bloeddruk en hypercholesterolemie. Een (niet-)medicamenteuze aanpak van deze risicofactoren is effectief om de sterfte en ziektecijfers te doen dalen. De meeste gezondheidswinst kan daarbij geboekt worden bij patiënten met een hoog globaal risico (4).
  4. Omdat het risico op hart- en vaatziekten multifactorieel bepaald is, moeten de risicofactoren samen (globaal) en niet geïsoleerd worden beoordeeld. Het niveau van dit globale risico op hart- en vaatziekten bepaalt de intensiteit van de interventies.