De Nationale Raad van de Orde der Artsen vindt dat medische zorg ook voor mensen zonder papieren niet beperkt kan blijven tot dringende zorg.

De commissie Volksgezondheid in de Kamer bespreekt momenteel een wetsontwerp inzake de dringende medische hulpverlening aan vreemdelingen die zonder papieren in het land verblijven en de ten laste neming van deze zorg door de overheid. De Nationale Raad van de Orde van Artsen vindt het zijn deontologische plicht om – ook zonder dat er hierover een vraag werd gesteld – zijn mening te geven.

De Nationale Raad gaf op 19 september 2015 een advies over de notie ‘dringend karakter’ van de dringende medische hulp verstrekt door de OCMW’s voor patiënten die zonder papieren in ons land verblijven. In dat advies stelt de Orde dat het “niet raadzaam is zich toe te leggen op de terminologie in de medische hulp, maar wel op de behoeften die ze dient te dekken. In wezen moet er een antwoord gegeven worden op de vraag naar gezondheidszorg waartoe een bijzonder kwetsbare bevolkingsgroep toegang dient te hebben. In de eed van de Nationale Raad van de Orde der Artsen van België beloven de leden van het medisch korps de menselijke waardigheid te zullen eerbiedigen. Aansluitend bij dit principe is de Nationale Raad van oordeel dat de medische zorg aan vreemdelingen die onwettig in België verblijven, niet beperkt kan worden tot de onmiddellijke en dringende zorg die van levensbelang is, maar alle zorg nodig voor een leven in menselijke waardigheid dient te omvatten.”

In het kader van de discussie in het parlement benadrukt de Nationale Raad dat het volmondig achter de inhoud van dit advies blijft staan.


Zie ook: het persbericht van SVH en Domus Medica over dit thema.