De laatste jaren wordt in de medische sector steeds vaker gebruik gemaakt van 3D-geprinte implantaten. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) heeft echter zijn twijfels bij de doeltreffendheid van deze innovatie.

3D-printing wordt voornamelijk gebruikt in de orthopedie en de tandheelkunde. Volgens de voorstanders van het systeem zou het gebruik van 3D-implantaten de duur van operaties inkorten en is het risico op een fout door een vermoeid chirurgisch team minder groot. Ziekenhuizen zouden bovendien besparen op operatiezalen die minder lang worden ingenomen. Het KCE vond hiervoor echter geen bevestiging. Ook de voordelen voor de patiënt (minder risico op complicaties, betere resultaten na chirurgie) zijn volgens het KCE beperkt. Ten slotte wordt ook de bewering dat het minder zou kosten aan de gezondheidszorgverzekering in twijfel getrokken.

Momenteel kunnen artsen 3D-implantaten onbeperkt gebruiken ook als nog niet werd bewezen dat ze even veilig en efficiënt zijn als de bestaande alternatieven. Het KCE beveelt daarom aan zeker voor de nieuwe hoogrisico 3D-implantaten het gebruik in een eerste fase te beperken tot gespecialiseerde centra en vooral werk te maken van de verzameling van wetenschappelijke data die het nut ervan aantoont.

Om te vermijden dat de patiënt op kosten wordt gejaagd, zou het Riziv de veilige implantaten waarvan nog niet is aangetoond dat ze minstens even doeltreffend zijn als het alternatief, toch kunnen terugbetalen, maar aan hetzelfde bedrag als dat van het bestaande alternatief. Voor Riziv en patiënt is er dan geen meerkost, terwijl deze laatste wel toegang krijgt tot een potentieel innovatief hulpmiddel. Tegelijkertijd wordt ook innovatie door het bedrijf niet afgeremd. Als het bedrijf een hogere prijs wil ontvangen, moet het daarvoor het nodige wetenschappelijk bewijs aanleveren, waarbij met bestaande alternatieven wordt vergeleken en resultaten worden verzameld die relevant zijn voor de patiënt (bijvoorbeeld levenskwaliteit, complicaties). Is er geen alternatief – bijvoorbeeld voor een 3D-geprinte gezichtsprothese – dan kan het Riziv geval per geval beslissen of het terugbetaalt.