De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt alle landen aan concrete doelstellingen voor hun gezondheidsbeleid vast te leggen. België hanteert al een aantal doelstellingen, maar ze zijn wel heel uiteenlopend. Om meer coherentie te bereiken, vroeg de overheid het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een overzicht te maken van alles wat al op federaal niveau bestaat.

Om coherent te zijn moet het gezondheidsbeleid van een land idealiter een aantal vrij concrete doelstellingen hebben, zodat alle betrokkenen een gemeenschappelijk doel kunnen nastreven. Dit is alleszins de aanbeveling van verschillende internationale instellingen, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het European Observatory on Health Systems and Policies.

België heeft geen programma om doelstellingen te formuleren. Het heeft de gewoonte dit geval per geval te doen, erg versnipperd dus. Het samenbrengen van de doelstellingen in een gestructureerd programma kan leiden tot meer coherentie en een betere zichtbaarheid en zou motiverend werken voor de actoren op het terrein. Zij zouden zich dan kunnen baseren op duidelijk afgebakende doelstellingen en het gevoel krijgen dat ze deelnemen aan een globale inspanning op nationaal niveau.

Een eerste stap is het inventariseren van wat al bestaat. Daarom vroeg de minister van Volksgezondheid aan het KCE om een lijst op te maken van de federale en supranationale doelstellingen, zoals diegene in het kader van de akkoorden met de WHO.
De inventaris bevat een mix van zeer algemene (het verkleinen van de ongelijkheid inzake levensverwachting in goede gezondheid naargelang opleidingsniveau en geslacht) en andere, meer specifieke doelstellingen (een minimumpercentage aan voorschriften voor goedkope geneesmiddelen door elke arts of tandarts). Er wordt ook een onderscheid gemaakt tussen resultaatsdoelstellingen (wat men wil bereiken, met eventueel tussendoelstellingen), procesdoelstellingen (de te ondernemen acties) en structurele doelstellingen (de structurele wijzigingen die nodig zijn om het resultaat te bereiken).

Deze doelstellingen worden geformuleerd door de politiek (de minister van Volksgezondheid die het aantal volwassen rokers wil terugbrengen tot 17%), de wetenschappelijke wereld (de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad inzake voeding) en op een meer operationeel of administratief niveau (de doelstellingen van de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie gericht aan de artsen).

Aan deze inventaris moeten ook de uiteenlopende actieplannen worden toegevoegd, die de voorbije jaren werden goedgekeurd. Voorbeelden zijn het gezamenlijke plan ‘Geïntegreerde zorg voor chronisch zieken’ (van de federale minister van Volksgezondheid en de ministers van de gefedereerde entiteiten) of het actieplan voor een hervorming van het financieringssysteem van de ziekenhuizen (van de federale minister van Volksgezondheid). Elk plan bevat meerdere, ambitieuze initiatieven.

België heeft dus talrijke gezondheidsdoelstellingen. Wat echter nog ontbreekt, is een rode draad en een omkadering. Het KCE stelt daarom voor om een platform op te zetten, om het beleid inzake formulering van doelstellingen te coördineren, te ondersteunen en zichtbaar te maken. Dit platform moet de politieke en administratieve vertegenwoordigers van de verschillende bevoegdheidsniveaus en de relevante domeinen, de vertegenwoordigers van de belangrijkste betrokken actoren op het terrein en de wetenschappers samenbrengen.
Als één van de eerste taken zou het platform de prioriteiten van het gezondheidsbeleid moeten vastleggen, idealiter in breed overleg met de stakeholders. Zo kan men concrete doelstellingen bepalen, met ambitieuze en realistische streefwaarden. Vervolgens kunnen programma’s worden opgezet die door de sector worden gedragen.
Aan de reeds geïnventariseerde doelstellingen kunnen er nog andere worden toegevoegd. Het KCE stelt er een reeks van voor, in de bijlage van zijn rapport. Het baseerde zich hiervoor op de herhaaldelijke evaluaties van de performantie van het gezondheidssysteem, die uitgevoerd werden in samenwerking met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en het Riziv. Deze voorstellen tonen aan dat er een samenhang nodig is tussen het evalueren van het gezondheidssysteem en de vastgelegde doelstellingen. Voordat ze als gezondheidsdoelstellingen worden goedgekeurd moeten ze verder uitgewerkt worden in overleg met de betrokken partijen.