De steeds frequenter opduikende zelftests spelen in op een vraag van de patiënten. Er is ook niets mis met het gebruik ervan, op voorwaarde dat ze uitsluitend in de apotheek verkocht worden. Dat stelt de Orde van Artsen in een recent advies.

Zelftests waarbij patiënten makkelijk op eigen houtje bepaalde gezondheidsproblemen kunnen opsporen of opvolgen, worden steeds populairder. Omdat deze toepassingen steeds vaker door de patiënt gebruikt worden om bijvoorbeeld de glucosewaarden of de stollingstijden op te meten alvorens ze door te sturen naar de behandelende huisarts, vond de Orde van Artsen het de hoogste tijd om een aantal algemene aanbevelingen hieromtrent uit te vaardigen.

Op wettelijk vlak vallen de zelftests onder de Europese regelgeving inzake medische hulpmiddelen voor in vitrodiagnostiek en onder het Koninklijk Besluit van 14 november 2001 over medische hulpmiddelen voor in vitro. Op ethisch en deontologisch vlak baseert de Nationale Raad van de Orde zich op het principalisme, een universeel kader dat steunt op vier principes: autonomie, beneficence, non-maleficence en justice.

Op vlak van autonomie is er geen enkel probleem omdat zelftests vallen binnen het concept van selfempowerment en de methode absolute privacy garandeert.

Op vlak van beneficence zet het laagdrempelig karakter van de zelftests de patiënten aan tot deelname aan gezondheidzorg. Zelftests kunnen bepaalde aandoeningen sneller opsporen waardoor de outcome beter is.

Op vlak van justice is de zelftest binnen het bereik van elke patiënt. Toch ziet de Orde hier toch een mogelijk probleem op korte termijn. Door de toename van het aantal zelftests kan – tijdelijk – het aantal controletests in erkende laboratoria toenemen, met een stijging van het gezondheidszorgbudget tot gevolg. Maar, voegt de Orde er meteen aan toe, op termijn kan de vroegtijdige opsporing van aandoeningen de kostprijs terugdringen.

Ten slotte is er het principe van de non-maleficence. In bepaalde situaties dreigt het gevaar dat een alleenstaand testresultaat weinig of niets zegt over een bepaalde ziekte en de test meer kwaad dan goed berokkent. Het gevaar bestaat ook dat mensen zich een zelftest aanschaffen terwijl hun draagkracht om met een ongunstig resultaat geconfronteerd te worden, onvoldoende is.

Alle voor- en nadelen op een rijtje gezet, besluit de Nationale Raad van de Orde van Artsen dat zelftests beantwoorden aan een vraag van de burger en dat ze passen in het kader van de empowerment van de patiënt. Omwille van de patiëntveiligheid is de Nationale Raad wel van mening dat zelftests enkel mogen verkocht worden in een apotheek. De aanwezigheid van een apotheker bij de verkoop biedt de garantie dat de aflevering op maat van de patiënt gebeurt en dat de patiënt de nodige informatie aangereikt krijgt. Verkoop in een officina biedt tevens garanties inzake authenticiteit, betrouwbaarheid en houdbaarheid. Artsen die geconfronteerd worden met negatieve voorvallen worden verzocht dat te melden aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidszorgproducten (FAGG). Ook de impact van zelftests op de uitgaven van de gezondheidszorg moeten volgens de Orde nauwlettend in het oog gehouden worden.


Lees hier het volledige advies van de Orde