Inleiding

Wat je moet weten

Doel

Veel tijdschriftredacteuren (en reviewers) geven tegenwoordig de voorkeur aan een korte en op het onderwerp toegespitste inleiding. Doel van de inleiding is om de lezer de essentiële informatie te geven die hij/zij nodig heeft om te begrijpen waarom je je onderzoek hebt gedaan en om de onderzoeksvraag te presenteren.

De inleiding geeft de context van het onderzoek aan door een samenvatting te geven van de tot dan toe gepubliceerde relevante literatuur (met referenties) en de bestaande opvattingen over het onderzochte probleem. De inleiding moet de lezer in staat stellen de biologische, klinische of methodologische redenen voor het uitvoeren van het onderzoek te begrijpen en afgestemd zijn op het tijdschrift waarin je wilt publiceren. Met een goede inleiding kun je je artikel ‘verkopen’ aan redacteuren, reviewers, lezers en soms zelfs de media.

Trechter

De structuur van een inleiding kan worden voorgesteld als een trechter. Het brede gedeelte bovenaan (het begin van de tekst) is de algemene context van het onderzoeksonderwerp. Vervolgens vernauwt het beeld zich naar meer specifieke informatie over die context, om te eindigen met de specifieke reden om het onderzoek uit te voeren en, heel essentieel, het doel van het onderzoek. Het aantal woorden in de inleiding is niet zoals bij het abstract aan een limiet gebonden, maar je houdt de paragraaf best zo beknopt mogelijk: in de meeste gevallen niet meer dan 10-15% van het totale aantal woorden van het artikel. De inleiding vormt het begin van de verhaallijn van je artikel; het verdient dus aanbeveling om pas met het schrijven ervan te beginnen als je een goed beeld hebt van de inhoud van het artikel als geheel.

h15 05 12 cartoon

Wat je moet doen

Hoofdpunten

Vraag je om te beginnen af of je tevreden bent over de hoofdpunten van je artikel. Kijk liefst nog eens naar het schrijfschema (‘skelet’) van het artikel en bepaal de voornaamste openingszinnen van de alinea’s van de inleiding (zie deel 1: Het begin). Ga uit van deze openingszinnen en werk ze uit tot vier à vijf alinea’s, met het trechtermodel in je achterhoofd. Denk aan het beschrijven van de relevantie, de resultaten van eerder gepubliceerd onderzoek, wat er nog ontbreekt in het onderzoek op dit gebied en het doel van je artikel.

Inhoud

In de inleiding wordt geen volledig overzicht gegeven van het hele onderzoeksterrein, maar voldoende informatie om de lezer inzicht te geven in de reden waarom je dit onderzoek hebt uitgevoerd en het waarom van de doelstelling ervan.

Bespreek eerst de algemene achtergrond, waarbij je zo mogelijk de omvang van het probleem of de maatschappelijke betekenis van de onderzochte ziekte benadrukt. Geef vervolgens een samenvatting van wat er al bekend is over het specifieke onderwerp en wat nog niet bekend is. Dit moet straks in de discussieparagraaf terugkomen, maar voorkom dat de twee te veel gaan overlappen. Bewaar vergelijkingen met eerder onderzoek voor de discussie. Geef aan wat er nog ontbrak aan de onderzoeksresultaten tot nu toe en leg duidelijk uit waarom deze informatie relevant is. Benadruk gerust de noodzaak en het belang van je onderzoek.

Presenteer vervolgens de probleemstelling van je onderzoek; dit is het eigenlijke begin van je verhaallijn (de rode draad). Denk eraan dat lezers vooral aandacht zullen besteden aan de laatste alinea van je inleiding. Zorg daarom dat daarin de onderzoeksvraag of de hypothese aan bod komt en combineer dit als het kan met een korte beschrijving van wat je hebt gedaan om die vraag te beantwoorden, bij voorkeur door een korte aanduiding van de onderzoeksopzet. Hiermee maak je een mooi bruggetje naar de methoden, waar je deze opzet gedetailleerd beschrijft.

Maak een duidelijk onderscheid tussen de voornaamste (primaire) en minder belangrijke (secundaire) onderzoeksvragen. Wees kritisch in je keuze van te vermelden secundaire doelen, maar áls je ze wilt opnemen, doe dat dan in een afzonderlijke zinnen waarbij je expliciet stelt dat dit secundaire doelen zijn.

Taalgebruik

Zorg voor helder, onopgesmukt en niet-emotioneel taalgebruik. Probeer zoveel mogelijk actieve werkwoorden te gebruiken (in de bedrijvende vorm) en gebruik waar nodig woorden en uitdrukkingen die als signaal voor de lezer werken (zoals concluderend, daarnaast, echter,…). Gebruik de tegenwoordige tijd voor vaststaande feiten (bv. ‘Lagerugpijn is een veel voorkomende reden om een fysiotherapeut te bezoeken’) en verleden tijd of voltooid tegenwoordige tijd als het gaat over onderzoeksresultaten die je nog niet definitief bewezen acht (bv. ‘Uit een cohortstudie bleek / is gebleken dat een behandeling met twee sessies per week effectiever was dan met één sessie’).

Referenties

Geef referenties ter onderbouwing van belangrijke beweringen, waarbij je altijd de oorspronkelijke bron van de gegevens citeert. Neem alleen die referenties op die werkelijk relevant zijn, en als je meerdere opties hebt, kies dan degene die je met meest relevant vindt.

Denk erom dat tijdschriftredacteuren het prettig vinden als wordt verwezen naar relevante artikelen in hun eigen tijdschrift, omdat daaruit blijkt dat je geïnteresseerd bent in de inhoud daarvan en omdat dit hun citatiescore kan helpen verbeteren.


Checklist voor de inleiding

  • Ga na of de inleiding is opgebouwd volgens het trechtermodel, bestaande uit duidelijk onderscheiden delen:
    • de algemene achtergrond (waar gaat dit over?),
    • wat al bekend is over het specifieke onderwerp en wat nog onbekend is (waarom was dit onderzoek nodig en waarom is het van belang?),
    • de primaire onderzoeksvraag (wat wilden we te weten komen?),
    • doel en opzet van het onderzoek (wat hebben we gedaan om de onderzoeksvraag te beantwoorden?).
  • Controleer of de inleiding de juiste lengte heeft (maximaal 10-15% van het totale aantal woorden).
  • Controleer of je inleiding inderdaad het begin vormt van je verhaallijn (de rode draad), door deze te vergelijken met je schrijfschema (‘skelet’).
  • Vraag jezelf af of je met deze inleiding het artikel zult kunnen ‘verkopen’ aan redacteuren, reviewers, lezers en eventueel de media.

Auteurs

  • Jochen Cals is huisarts en universitair docent aan de Universiteit Maastricht;
  • Daniel Kotz is epidemioloog en hoogleraar aan de Universiteit Düsseldorf.

Dit artikel is een vertaalde versie van Cals JWL, Kotz D. Effective writing and publishing scientific papers, part III: Introduction. J Clin Epidemiol 2013;66:702. Publicatie gebeurt met toestemming van de uitgever. Meer informatie: www.scientificwritingtips.com

pdfh15_05_12_wetenschappelijk_schrijven_inleiding.pdf

Huisarts Nu is het wetenschappelijk tijdschrift van Domus Medica. Het verschijnt tweemaandelijks

Zoek in Huisarts Nu