Zin en onzin van het mondmasker

Op steeds meer plaatsen in Europa – in België valt het nogal mee – verschijnen er mensen met mondmaskers. Steven Van Gucht, viroloog bij Sciensano en voorzitter van het Wetenschappelijk Comité Coronavirus zet de puntjes op de i.

Apothekers kunnen de vraag naar mondmaskers amper bijhouden. In de kranten wordt gesproken van een groot tekort aan mondmaskers. Schuldige is uiteraard het coronavirus. Vraag is echter of mondmaskers de verspreiding van het coronavirus ook effectief tegenhouden. “Mondmaskers dragen om jezelf te beschermen tegen het coronavirus heeft weinig zin”, zegt Steven Van Gucht, viroloog bij Sciensano en voorzitter van het Wetenschappelijk Comité Coronavirus. “Enkel voor patiënten die besmet zijn met het coronavirus en voor zorgpersoneel heeft het gebruik van zo’n masker wel zin. Daarom is het belangrijk dat mondmaskers voor hen beschikbaar blijven.” Van Gucht wijst er wel op dat de respiratoire maskers (FFP2 en FFP3) die gezondheidsverstrekkers in ziekenhuizen gebruiken, met kennis van zaken worden aangebracht en verwijderd. Zo moet er een pastest gebeuren om na te gaan of het masker goed aansluit op het gezicht. “Bij verkeerd gebruik zijn deze maskers nutteloos.”

Mensen die al besmet zijn met het virus, dragen best een mondmasker omdat ze zo hun omgeving beschermen tegen de ziektekiemen die ze verspreiden bij het hoesten, niezen en praten. Voor een gezond iemand heeft een mondmasker weinig zin. 

Toch zijn er een aantal maatregelen die iedereen kan nemen om zich te beschermen tegen het coronavirus. De beschermingsmaatregelen zijn goed vergelijkbaar met die tegen de seizoensgriep:

  • Was regelmatig je handen met zeep en water.
  • Bedek je mond met een papieren zakdoekje bij het niezen en hoesten en gooi het weg na gebruik. Was nadien ook je handen.
  • Als je geen zakdoekje bij de hand hebt, hoest of nies dan in de binnenkant je arm en niet in je handen.
  • Als je ziek bent, blijf dan thuis.

Filip Ceulemans