Deze poster wordt niet voorgesteld.
Beersmans S, Hendrickx K, Faes M
De laatste decennia ziet men een daling van het aantal bevallingen bij huisartsen en van het aantal verloskundig actieve huisartsen (VAH). In de literatuur werd meermaals beschreven dat bevallingen in de eerste lijn, waaronder huisartsbevallingen, eenzelfde maternale en neonatale outcome hebben en dat er minder medicalisering optreedt dan bij de gynaecologen. Toch kiezen meer en meer vrouwen de tweede lijn voor de peripartum zorg. Studies over de Belgische verloskundig actieve huisartsen zijn schaars en resultaten van internationale studies kunnen niet worden veralgemeend met de Belgische situatie. Dit onderzoek steunt op de opinie van de verschillende belangengroepen waarbij een antwoord wordt gezocht op de vraag: Is er nog toekomst voor bevallingen in de huisartsgeneeskunde?
Aan de hand van cijfers, verkregen bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), wordt de verdeling van bevallingen tussen de verschillende verloskundigen over de jaren heen geschetst. In een enquête werden huisartsen, gynaecologen en patiënten naar hun mening over dit onderwerp gevraagd. Een specifieke vragenlijst voor elke onderzochte groep werd samengesteld op basis van bestaande literatuur. De verkregen antwoorden werden in een Excel-schema verwerkt en mogelijke verbanden werden met behulp van draaitabellen afgeleid.
Het aantal huisartsbevallingen in België daalde van 14 448 in 1985 tot 1 030 in 2004 met een verschuiving van de eerste naar de tweede lijn. Na 2004 vond eerder een verschuiving binnen de eerste lijn plaats met een halvering van het aantal huisartsenbevallingen tussen 2004 en 2007 in het voordeel van de vroedvrouwen. 253 huisartsen, 45 gynaecologen en 52 patiënten namen deel. Volgens huisartsen zijn de belangrijkste oorzaken het tekort aan obstetrische vaardigheidstraining en het moeilijk combineren van verloskunde met praktijkwerk. De hoge verzekeringskost was voornamelijk belangrijk voor de huisartsen die hun verloskundige activiteiten staakten. Voor gynaecologen was het tekort aan ervaring het grootste struikelblok en is de jongere generatie eerder positief ingesteld over de VAH. Ook patiënten geven het tekort aan ervaring aan als belangrijkste oorzaak, al zijn de meeste patiënten voorstander van de VAH. 51% van hen wist echter niet dat sommige huisartsen bevallingen begeleiden.
De beweegredenen voor het dalende aantal huisartsbevallingen in België verschillen in zekere mate van de informatie uit internationale literatuur. Het voornaamste struikelblok ligt bij een tekort aan ervaring wat op zijn beurt veroorzaakt wordt door het lage aantal huisartsbevallingen zelf. Zodoende ontstaat een spiraalwerking waar enkel structurele maatregelen een verandering in kunnen brengen. Herziening van de opleiding, de instroom van nieuwe huisartsen, informatieverschaffing aan patiënten en duidelijke afspraken met gynaecologen kunnen, indien gewenst, een nieuwe toekomst betekenen voor bevallingen in de huisartsgeneeskunde.
Naam inzender: Sven Beersmans
Beroep: Haio
Postcode Stad/gemeente: 2980 Zoersel
Land: BELGIE