Klik op de datum voor meer informatie of om na afloop van de cursus de presentaties te kunnen zien.
| Zaterdagochtend 6 oktober 2012 (09.00-13.00 uur) | |
|---|---|
| 09.00-09.30 | Onthaal |
| 09.30-09.45 | Inleiding voorzitter werkgroep MPW |
| 09.45-10.30 | Gij hebt makkelijk spreken Getuigenis: Kristien Hemmerechts Schrijver, docente, meter van Te Gek?! |
| 10.30-11.15 | Wie niet ziek is, is gezien Prof. dr. Ignaas Devisch Professor medische en sociale filosofie en ethiek, Universiteit Gent en Arteveldehogeschool - Voorzitter de Maakbare Mens vzw |
| 11.15-11.45 | Koffiepauze |
| 11.45-12.30 | De wazige grenzen tussen normaliteit en psychose: een neurobiologisch verklaringsmodel Dr. Georges Otte Neuropsychiatrie, hoofdgeneesheer P.C. Dr. Guislain |
| 12.30-12.45 | Vraagstelling |
| 13.00-14.30 | Lunch en uitwaaitijd |
| Zaterdagnamiddag 6 oktober 2012 (14.30- 18.00 uur) | |
| 14.30-14.45 | Jan Van Assche en Herman Kuppers |
| 14.45-15.30 | Ons brein als plastisch orgaan in een maatschappelijke context Prof. dr. Kurt Audenaert Hoogleraar psychiatrie Universiteit Gent, kliniekhoofd Psychiatrie UZ Gent |
| 15.30-16.15 | Kinderen en abnormaal gedrag Prof. dr. Piet Vandebriel Kinderpsychiater |
| 16.15-16.45 | Koffiepauze |
| 16.45-17.30 | Hoe normaal is abnormaal: het einde van de normaliteit Prof. dr. Dirk De Wachter Psychiater-psychotherapeut KU Leuven Diensthoofd systeem- en gezinstherapie UPC, campus Kortenberg |
| 17.30-18-00 | Vraagstelling |
| Zondagochtend 7 oktober 2012 (08.45-13.00 UUR) | |
| 08.45-09.00 | Inleiding/onthaal |
| 09.00-09.15 | Jan Van Assche en Herman Kuppers |
| 09.15-10.00 | Identiteit en maatschappij Paul Verhaeghe Hoogleraar Universiteit Gent, psychoanalyticus |
| 10.00-10.45 | Epigenetica Prof. dr. Annick Vogels Centrum Menselijke Erfelijkheid, UZ Gasthuisberg, Leuven |
| 10.45-11.15 | Koffiepauze |
| 11.15-12.00 | Huisarts in een snel veranderende samenleving Van ‘niets gevonden en toch ziek’ tot ‘niet ziek en toch iets gevonden’ Dr. Paul Vandewiele Huisarts, Groepspraktijk De Standaard Houthalen |
| 12.00-12.15 | Rode draad |
| 12.15-12.45 | Slotpanel |
| 12.45-13.00 | Besluiten |
| 13-00- | Aperitief met slotlunch |
09.45-10.30 uur
Gij hebt makkelijk spreken
Getuigenis: Kristien Hemmerechts, schrijver, docente, meter van Te Gek?!
Kristien Hemmerechts is bijzonder goed geplaatst om een antwoord te formuleren op de vraag: wat betekent het om te leven met een psychisch ziek iemand? En misschien ook wel: wat betekent het om psychisch ziek te zijn? Zij groeide op samen met haar zus Veerle, die psychisch ziek zou blijken te zijn. In een aantal verhalen en romans schrijft zij over dit lastige en delicate onderwerp, bijvoorbeeld het boek over Ann, een vrouw die toen al vijfentwintig jaar aan anorexia leed en overwoog haar leven af te ronden. Het boek heeft haar niet genezen, maar heeft haar wel van haar voornemen doen afzien.
Samen met Wannes Cappelle maakte Kristien Hemmerechts een voorstelling Te Gek Intiem over zijn manisch-depressieve vrouw Alda. En ten slotte is zij meter van Te Gek?!, een stichting die ijvert voor het bespreekbaar – en beluisterbaar – maken van psychische problemen, aandoeningen en ziektes. Zij mag zich kortom een beetje een ervaringsdeskundige noemen en vertelt met passie over wat haar getroffen heeft.
10.30-11.15 uur
Wie niet ziek is, is gezien
Prof. dr. Ignaas Devisch
Professor medische en sociale filosofie en ethiek, Universiteit Gent en Arteveldehogeschool en voorzitter van de Maakbare Mens vzw
Tegelijk met de toegenomen impact van gezond-zijn worden wij individueel verantwoordelijk geacht voor onze gezondheid en horen wij schuld te bekennen indien we eraan hebben verzaakt. Indien leven en gezondheid niet langer een lotsbeschikking is, maar een te 'managen' kwestie, dan is de vraag naar verantwoordelijkheid en schuld natuurlijk nooit veraf. Wij die dachten ons te hebben bevrijd van allerlei taboes bij het beschikken over ons eigen leven, krijgen nu de bal in het gezicht teruggekaatst. Meer dan ooit zijn we met handen en voeten gebonden aan culturele en maatschappelijke verwachtingen, met wat hoort en niet hoort. We zullen deze evolutie schetsen en analyseren en vanuit het perspectief van gezondheid kritisch bekijken.
Nuttige links:
11.45-12.30 uur
De wazige grenzen tussen normaliteit en psychose: een neurobiologisch verklaringsmodel
Dr. Georges Otte, neuropsychiatrie - Hoofdgeneesheer P.C. Dr. Guislain.
Zolang we medisch neurowetenschappelijk niet begrijpen wat er gebeurt in de hersenen van een patiënt met psychotische symptomen, begrijpen we de werking van de hersenen niet. Wanen en hallucineren zijn een vorm van mentale disfunctie die als een fundamentele stoornis van perceptie lang ongrijpbaar leek voor een logische wetenschappelijke benadering.
In deze voordracht vertrekken we vanuit de normaliteit om aan te tonen hoe normale perceptie is opgebouwd en hoe de relatie tussen sensoriële input 'bottom-up' versus cerebrale 'top-down' predicties of 'geloofsfuncties' tot stand komt. We tonen aan dat ook bij perfecte normaliteit de input op centraal niveau sterk gefilterd wordt en dat wij zelf zeer gemakkelijk in onze percepties op een verkeerd been gezet kunnen worden. Via de verklaring van de werking van psychotomimetische hallucinatoire middelen, die van oudsher gebruikt werden om de mysterieuze wereld van de psychose te doorgronden, komen we tot een neurochemisch en cognitief neurobio-'logisch' verklaringsmodel dat ons helpt patiënten beter te begrijpen en te begeleiden.
14.30-14.45 uur
Jan Van Assche en Herman Kuppers
14.45-15.30 uur
Ons brein als plastisch orgaan in een maatschappelijke context
Prof. dr. Kurt Audenaert, hoogleraar psychiatrie Universiteit Gent, kliniekhoofd Psychiatrie UZ Gent
Ons brein is door de evolutie geëvolueerd naar een performant orgaan dat ons moet toelaten om als individu en als maatschappij de meest optimale keuzes te maken voor persoonlijke groei en maatschappelijke evolutie. De opmaak van onze hersenen is bepaald door genetische, epigenetische en milieugerelateerde wetmatigheden. In een ideaal scenario dragen zowel ons oude limbische brein als onze recente prefrontale hersenen bij tot het nemen van de beste beslissingen. Bij stoornissen in de interactie van deze structuren kan dit leiden tot ongepast gedrag en psychiatrische ziektebeelden. Een interpretatie van deze neurobiologische inzichten kan bijdragen tot een beter begrip van deviant gedrag en mogelijke behandeling ervan.
15.30-16.15 uur
Kinderen en abnormaal gedrag
Prof. dr. Piet Vandebriel, kinderpsychiater
16.45-17.30 uur
Hoe normaal is abnormaal: Het einde van de normaliteit.
Prof. Dirk De Wachter, psychiater-psychotherapeut KU Leuven diensthoofd systeem- en gezinstherapie UPC, campus Kortenberg
Psychiatrische diagnostiek is sterk verbonden met de maatschappelijke context, meer nog : het is er een afspiegeling van.
In onze bijdrage zullen we stilstaan bij een aantal problematische ontwikkelingen uit onze leefwereld en trachten we aan te tonen dat zowel patiënten als niet-patiënten in hetzelfde bedje ziek zijn. We bespreken achtereenvolgens splitting en verbrokkeling, vervlakking, moeilijke hechting, gebrek aan taal en tekort aan stilte.
We trachten dit te illustreren aan de hand van concrete situaties uit het leven van artsen en patiënten. Normaliteit blijkt hierbij weinig relevant.
09.15-10.00 uur
Identiteit en maatschappij
Paul Verhaeghe, hoogleraar Universiteit Gent, psychoanalyticus
Identiteit is een constructie die ontstaat doorheen de wisselwerking van een mens met zijn omgeving, waarbij de maatschappij doorslaggevend is. Die identiteit bevat niet alleen een beeld van onszelf in verhouding tot de anderen, maar ook onze ethiek. Een veranderde maatschappij levert bijgevolg een veranderde identiteit op en meteen ook andere normen en waarden.
Dit is wat wij de laatste vijfentwintig jaar ervaren hebben. We leven in een neoliberale maatschappij, waarin succes het criterium voor normaliteit is en falen een indicatie voor een stoornis. De nieuwe norm heet efficiëntie, het doel is materiële winst en de daarbijhorende deugd heet hebzucht. En we zijn er niet gelukkig mee.
10.00-10.45 uur
Epigenetica
Prof. dr.Annick Vogels, Centrum Menselijke Erfelijkheid, UZ Gasthuisberg, Leuven
De eerste onderzoeken naar de erfelijkheid van psychiatrische aandoeningen zijn gebaseerd op adoptie- en tweelingonderzoeken. Hieruit concludeerde men dat schizofrenie in bepaalde families vaker voorkomt en erfelijke factoren dus een rol spelen. Eind vorige eeuw werd er koortsachtig gezocht naar genen verantwoordelijk voor de belangrijkste psychiatrische aandoeningen, schizofrenie en bipolaire stoornissen. Honderden genen werden voorgesteld als oorzakelijke factor in de pathogenese. De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek spraken elkaar meestal tegen en het mysterie werd alleen maar groter, 'het gen' werd niet gevonden. Op basis van deze genetische studies en epidemiologische onderzoeken besloot men dat psychiatrische aandoeningen multifactorieel bepaald worden en dat verschillende genetische factoren, omgevingsfactoren en ook de interactie tussen genen en omgevingsfactoren een rol spelen.
Genetica is gericht op DNA en stelt dat veranderingen in de DNA-sequentie de oorzaak zouden zijn van psychiatrische aandoeningen. De term 'epigenetica' werd geïntroduceerd in 1940 maar de eerste grote doorbraak van dit onderzoek kwam er pas in 2003. Het laatste decennium werd aangetoond dat bepaalde molecules of eiwitten zich kunnen vastzetten op het DNA en zo de expressie van bepaalde genen kunnen onderdrukken. Het zijn eigenlijk aan/uitschakelaars die de genen waaraan ze vastgehecht zijn, uitschakelen. Dit proces noemt men epigenetica. Het interessante van deze epigenetische modellen is dat ze een verband leggen tussen de onmiskenbare rol van omgevingsfactoren en de genetische factoren. Omgevingsfactoren zoals voeding of honger kunnen deze schakelaar uitzetten. Epigenetica bestudeert hoe nakomelingen nieuwe genetische kenmerken vertonen zonder enige verandering in hun DNA.
Als voorbeeld geven we een samenvatting van een recent onderzoek.1 De auteurs vonden dat een voorgeschiedenis van seksueel misbruik geassocieerd is met symptomen van antisociale persoonlijkheidsstoornis en met methylatie van de 5-HTT promotor regio. DNA-methylatie is gelinkt aan asociale persoonlijkheidsstoornis. De auteurs concluderen dat seksueel misbruik tijdens de kinderjaren resulteert in methylatie die op zijn beurt een verminderde expressie van 5-HTT geeft. Dit laatste verhoogt het risico op impulsief of agressief gedrag. De studie was echter beperkt en retrospectief. Replicatie in grotere studies moet deze resultaten nog bevestigen. Resultaten van verschillende recente onderzoeken zullen besproken worden.
1 Beach SR, Brody GH, Todorov AA, Gunter TD, Philibert RA. Methylation at 5HTT mediates the impact of child sex abuse on women's antisocial behavior: an examination of the Iowa adoptee sample. Psychosom Med 2011;73(1):83-7
11.15-12.00 uur
Huisarts in een snel veranderende samenleving
Van 'niets gevonden en toch ziek' tot 'niet ziek en toch iets gevonden'
Paul Vandewiele, huisarts Groepspraktijk De Standaard, Houthalen
De laatste decennia worden we als huisarts steeds meer geconfronteerd met de enorme impact van de leef-, werk- en woonwereld van onze patiënten op hun gezondheid en op ons huisartsenwerk.
De mens wordt van wieg tot graf begeleid, niet alleen door zijn trouwe huisarts, maar ook op een veel subtielere wijze door big (pharma)brother, die via allerlei kanalen en communicatie bepaalt wat 'normaal' is en vooral wat allemaal 'abnormaal' is en dankzij de aangewende farmaca in goede banen kan worden geleid. Op het nachtkastje van onze kinderen zijn de knuffelbeertjes, het potje honing en de doorgesneden ajuin vervangen door rilatine, omeprazolecapsulen, aerosolapparaten en zelfs antipsychotica en antidepressiva.
Terwijl iedereen de mond vol heeft van de epidemie van depressie en burn-out, weten we niets beter te bedenken dan een paar maanden sertraline en een 'goed' slaapmiddel om alle zorgen te vergeten. Intussen gaat alles verder zijn gang, business as usual.
Decennialang werden symposia en congressen gewijd aan sociale maatregelen, die de gezondheidszorg beter en toegankelijker moeten maken, maar nog steeds leeft de ongeschoolde arbeider veel minder lang dan de hoge ambtenaar, en vooral heeft hij heel wat minder kwaliteitsvolle en gezonde jaren. 'Arm maakt ziek en ziek maakt arm' blijft een harde realiteit en de harde competitieve neoliberale maatschappij belooft daar weinig verandering in te brengen.
In deze tijden van crisis en 'maatschappelijke storm' kan en moet de huisarts zijn rol spelen als detector (radar) van pathogene sociale situaties, en signaalgever naar de maatschappij toe om deze situaties aan te klagen. Als huisartsengroep spelen we ook een rol om als vuurtoren de maatschappij te sturen in een andere richting, waar persoonlijk welzijn en geluk van de bevolking primeert boven naakte winstcijfers en consumptiequota, waar we terug meer oog hebben voor wat onze buren en vrienden wensen, dan voor de wensen en eisen van 'de markten', de nieuwe goden van de 21e eeuw waaraan we niet alleen ons geld maar zelfs ons (gelukkig) leven offeren.