1. Inleiding

Johan Wens, Congresvoorzitter

pdfPresentatie1.3 MB

2. Van 'cure' naar 'care'

Prof. Dr. R. Schepers, Hoogleraar medische sociologie, KULeuven.

Chronische zorg wordt hier gedefinieerd als zorg voor chronische zieken in een langdurige relatie met artsen en andere zorgverleners. En gevolg hiervan is ondermeer het feit dat patiënten/consumenten leven met hun ziekte die niet enkel biomedisch wordt bepaald maar ook door de omgeving en door de persoonlijkheid van de patiënt. Chronische zorg vraagt een multidisciplinaire aanpak (via bijvoorbeeld SELS). In een relatie van chronische ziekte doet een patiënt kennis op en wordt hij/zij steeds mondiger. Gekoppeld aan de verschuivingen in het ziektepatroon is er eveneens een verschuiving van ‘cure’ naar ‘care’. Dit heeft ondermeer te maken met het feit dat de geneeskunde er niet in slaagt om chronische ziekten te genezen (‘cure’) en daarom noodgedwongen 'care' verstrekt.
Verschuivingen in Westerse zorgpatronen naar eerstelijnszorg hebben te maken met het ziektepatroon maar ook met de technologische vooruitgang, de hoge kostprijs van ziekenhuiszorg, de wens van patiënten met een langdurige ziekte om zoveel mogelijk in het thuismilieu te worden behandeld. Functionele revalidatie en re-integratie is wenselijk, zowel vanuit het perspectief van de patiënt als de maatschappij, maar afhankelijk van de ziekte niet altijd mogelijk.

pdfPresentatie901.82 KB

3. 'Puzzelen'

Johan Wens en Emmanuel Samyn

Is het niet ongelofelijk wat de technische geneeskunde vandaag allemaal kan? Acht dagen na een heupoperatie komen mensen zelf naar de raadpleging van de huisarts om de draadjes te laten verwijderen. Soms lukt het zelfs om hiervoor binnen te wandelen zonder hulpmiddelen. De intramurale zorgpaden die hierbij gebruikt worden combineren routine met kwaliteitszorg en resulteren in een aanzienlijk aantal gelukkige patiënten… Een waar succesverhaal.
Anders wordt het bij de begeleiding van ongeneeslijke chronische aandoeningen zoals COPD, hartfalen, diabetes,… Toch moeten we vaststellen dat veel van deze ‘ziekten’ perfect voorkomen kunnen worden door gezonde leefstijl en preventie-activiteiten. Ondanks de hoogtechnologische zorg en de multidisciplinaire zorgtrajecten is het probleem van de chronische zorg (nog) niet echt een succesverhaal en is het aantal gelukkige chronische patiënten niet zo groot... In deze interactieve sessie gaan we explorerend op zoek naar de noodzakelijke bouwstenen voor het opbouwen van een zorgmodel waarin de zorg aan mensen met chronische aandoeningen centraal staat. Hierdoor ontdekken we de verschillen in zorg tussen acute en chronische aandoeningen, en leggen we bij wijze van inleiding de fundamenten voor de verdere cursus.

pdfPresentatie1.04 MB

Achtergrondinformatie:

4. WG1. Coderen voor dummies?

Corine Reulens, ZTP/IT-coach, LMN West-Limburg en LMN Het Klaverblad.

Je hoort het overal, coderen in het EMD is een must geworden. Een enkeling doet dit al jaren, sommigen zien sinds kort het voordeel, de meerderheid is nog niet overtuigd.
Wat zijn de voordelen? Zijn er ook nadelen? Hoe begin ik eraan? Wat is de echte meerwaarde ervan voor mijn eigen huisartsenpraktijk? Wat zijn de voordelen? Wat zijn de valkuilen? Hoe houd ik dit vol in een steeds meer eisende huisartsenpraktijk? Big Brother toestanden of een gps voor de kwaliteit van mijn werk?
Ik wil wel, maar de collega’s van mijn groepspraktijk/netwerk zien het niet zitten.
Ik ben arts! Geen informaticus!

Een workshop met een actieplan.

pdfPresentatie287.95 KB

Achtergrondinformatie:

5. WG2. "Living tomorrow". De praktijk van de toekomst begint vandaag

Piet Vanden Bussche, huisarts, lid van de vakgroep huisartsgeneeskunde UGent, projectleider Praktijkondersteunend programma (POP) Domus Medica.

Hoe goed is jouw praktijkorganisatie afgestemd op chronische zorg?
De complexe chronische zorg zal, gezien de demografische evolutie zeer sterk toenemen en de wetenschap biedt steeds meer mogelijkheden en uitdagingen op vlak van zorg. Dit eist ook meer inzet van mensen en middelen.
Men zegt dat enkel de eerste lijn dit zal kunnen opvangen. Maar is, met de tendens van het snel dalend aantal zorgverstrekkers in die eerste lijn, daarop een antwoord vinden geen enorme uitdaging voor de toekomst? Zijn we daar als praktijk op voorbereid? Gaan we gewoon meer huisbezoeken doen met minder huisartsen in ons snel toeslibbend verkeer? Kopen we ons allemaal een bromfiets of een helikopter of blijven we achter onze computer zitten om het online af te werken? Hoe snel komt dit eraan en hoe gaan we onze eigen praktijk daarop voorbereiden? Welke scenario’s kunnen we bedenken?

Achtergrondinformatie:

6. WG3. Chronische problemen en gedragsbeïnvloeding

Prof. Dr. M. Deveugele, Communicatie in de gezondheidszorg, Vakgroep Huisartsgeneeskunde UGent en Eerstelijnsgezondheidszorg.

Dokter Verbeten overloopt zijn afgelopen spreekuur: fijne patiënten, goede consultaties, het gevoel echt goed werk geleverd te hebben, een leuke job huisarts zijn. Ware het niet dat sommige patiënten niet mee willen. Mevrouw Van Luchteren heeft al jaren COPD en toch blijft ze roken. En dan maar klagen over een beperkte longfunctie. Mijnheer Suikerbuik is diabetespatiënt. Hij is veel te zwaar en vertikt het om te bewegen of op zijn voeding te letten, ondanks de verwijzing naar de diëtist, de psycholoog, het inschakelen van zijn echtgenote.
Komen deze voorbeelden u bekend voor? Hebt u ook vaak het gevoel dat u zo weinig kunt doen omdat de patiënt niet mee wilt? Voelt u soms irritatie voor deze tegendraadse mensen, die slecht voor zichzelf zorgen en het dan nog aan de huisarts willen toeschrijven?
Dan is deze workshop u op het lijf geschreven. De workshop omvat drie onderdelen: 1) technieken om de motivatie bij chronische patiënten te verhogen 2) technieken om eigen irritatie onder controle te krijgen en 3) weten wanneer het de moeite loont om inzet te tonen en wanneer stoppen en accepteren de beste keuze is.

pdfPresentatie603.86 KB

7. WG4. Knabbelen aan benzo's

Dr. Annie Goeman, huisarts, medewerker vakgroep huisartsgeneeskunde UGent, medewerker benzoproject van het FOD, Domus Medica en UGent en Jan Callens, klinisch psycholoog en gedragstherapeur, werkzaam in het centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie Sint Jozef te Pittem en in een ambulante praktijk te Wevelgem. Voorzitter van de opleidingscommissie van de VVGT.

Wij Belgen zijn de grootste benzoslikkers van de wereld. Bij ieder doosje hoort een voorschrift, dus een voorschrijfgedragactie loont de moeite om van naderbij bekeken te worden.
Tijdens de workshop worden communicatietechnieken en handige tools aangereikt om het voorschrift van benzodiazepines uitnodigend in vraag te stellen. We bekijken hoe we een prille motivatie kunnen installeren en ondersteunen. Indien we onze patiënt dusdanig kunnen motiveren, kunnen we zelfs overgaan tot stoppen.

pdfPresentatie583.97 KB

Achtergrondinformatie:

8. WG5. Toe noch zjeer

Prof. Dr. Guy Hans

pdfPresentatie1.74 MB

Achtergrondinformatie: pdfPrincipes van pijnbestrijding513.25 KB

9. WG7. Pillen: pletten, prakken of ...stoppen?

Rudy Faelens, Commissie CRA-domus.

Het gebruik van geneesmiddelen bij tachtigplussers ligt verontrustend hoog. Nochtans is bewezen dat bij ouderen per drie geneesmiddelen minstens één ernstige bijwerking zal optreden en ontbreekt het in de overgrote meerderheid aan evidentie voor hun nut.
Deze workshop richt zich op het verzamelen van tips en trucs hoe behandelend huisartsen met polyfarmacie bij ouderen om kunnen gaan. Het doel is ongepaste en onnuttige medicatie te vermijden of af te schaffen en daarbij zinvolle medicatie niet uit het oog te verliezen.
Na een zeer korte inleiding over START- en STOPP-criteria zoeken we samen uit hoe we kunnen weerstaan aan de druk en de vraag vanuit de ziekenhuisspecialistische, mantel- en verpleegkundige zorg om klachten systematisch farmacologisch te behandelen en hoe we als huisarts een niet-farmacologisch alternatief kunnen bieden.

pdfPresentatie1.92 MB

Achtergrondinformatie: 

10. Opvoeden...een PPPretje?

Inge Glazemakers, klinische psychologe ZNA-UCKJA en onderzoeksmedewerker CAPRI-jeugd UAntwerpen.

Ouders komen vaak bij artsen met zorgen over het functioneren van hun kind of met vragen over de opvoeding ervan. Hoe ga je hier als arts mee om? Wanneer en hoe kan je als huisarts preventief interveniëren bij opvoedingsproblemen? Wat kan je als huisarts doen om te zorgen dat ongewenst gedrag van kinderen niet escaleert in een (chronisch) gedragsprobleem?
Het Positive Parenting Program, of Triple P programma, is een evidence-based interventie, gericht op het versterken van opvoedingsvaardigheden van ouders. In deze uiteenzetting zal worden stilgestaan bij wat het programma biedt aan ouders en hoe het vorm krijgt in een huisartsenpraktijk. De bedoeling van het programma is zowel de ouder als de hulpverlener zelfzekerheid te geven in het omgaan met opvoedingsvragen.

pdfPresentatie513.49 KB

Achtergrondinformatie: Tripple P programma

11. Te zwaar? Gezin uit balans

Ann Tanghe, psychologe-coördinator obesitasteam Zeepreventorium v.z.w.

De Denen voeren een vettaks in. Moeten we daar in België ook over denken? Zal dit onze jeugd op het gezonde spoor zetten?
Obesitas is een verhaal met heel wat hoofdstukken, door velen in één ruk uitgelezen. Maar men vergeet dat het boek vaak herlezen moet worden en dus nood heeft aan een stevige kaft. De (huis)arts heeft een belangrijke plaats bij het ondersteunen van, vaak multiprobleem gezinnen, op weg naar een gezondere levensstijl. Op die weg hebben de families nood aan mensen die - voor lange tijd - vanaf de zijlijn supporteren, zonder te gaan overnemen of betuttelen.
‘Chronical support needed’ wil u uitnodigen om met deze jongeren en hun gezinnen op weg te gaan of, indien nodig, door te sturen op een andere weg.

pdfPresentatie790.37 KB

Achtergrondinformatie: website eetexpert.be

12. Hopen, kiezen en dromen

Beja Van Dyck, beeldend kunstenaar, gestaltetherapeut i.o.

In 1973 kregen mijn man en ik, toen allebei achttien jaar, onze eerste dochter. Acht maanden later bleek dat Lieke door complicatie bij de geboorte een hersenletsel had. ‘Spast’ was in die tijd zowat het meest courante scheldwoord …
De bikkelharde diagnose maakte een enorme vechtlust in mij wakker. Als ik naar die stralende baby in mijn armen keek, kon ik mij onmogelijk verzoenen met het idee dat wij haar zouden moeten toevertrouwen aan de zorg van een multidisciplinair centrum. De gedachte aan een instelling, aan uniformiteit en de beperking van haar toekomstperspectief, vond ik zo verschrikkelijk deprimerend en verlammend. Ik wilde voor mijn dochter kunnen hopen, kiezen en dromen. Altijd heb ik mij opgetrokken, aan de inspirerende woorden van John Upledger, de grondlegger van de cranio-sacraaltherapie: ‘Give her love and keep her free and as her mother, follow your intuition’.
Samen met u blik ik graag terug op ons wonderlijke parcours, een moeilijke weg van vallen en weer opstaan.

13. Familiariteiten - sterven binnen het gezin

Peter Pype, huisarts, equipe-arts netwerk palliatieve zorg Midden West-Vlaanderen, Lid Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg UGent.

Het nobele maatschappelijk streven om mensen thuis te laten sterven rekent (impliciet) op het gezin om dat waar te maken. Het gezin van een palliatieve patiënt is een ‘palliatief gezin’ dat extra zorg nodig heeft. Elk gezinslid als persoon evenals het gezin als systeem heeft nood aan specifieke steun. Tezelfdertijd wordt het gezin ingeschakeld als zorgverlener. Als persoon en als systeem.
Deze ambivalente positie - zorgvrager en zorgverlener - is niet vrijblijvend. Als tussenschakel tussen patiënt en gezin, tussen gezin en maatschappij, verzorgen wij, huisartsen, de regie van deze delicate evenwichtsoefening waarbij het gezin onvoorbereid in het avontuur gestort wordt.
Wat zijn de noden van deze gezinnen? Grote, kleine en nieuw samengestelde gezinnen? En hoe komen we aan deze noden tegemoet? In deze lezing wordt de recente literatuur hieromtrent besproken en vertaald naar praktijkadviezen. Het doel: preventieve familiezorg door de huisarts, gezinsarts.

pdfPresentatie922.11 KB

14. Samenwerken in de gezondheidszorg. Saai?

Nadine Callewaert, lector ergotherapie (Artesis Hogeschool) en stuurgroeplid van IPSIG binnen de Associatie Antwerpen.

Binnen de provincie Antwerpen wordt al verschillende jaren de IPSIG module (InterProfessionele Samenwerking In de Gezondheidszorg) georganiseerd. Gedurende één week leren laatstejaarsstudenten in de gezondheidssector en aanverwante beroepen doelgericht interprofessioneel samenwerken in de zorg voor een welbepaalde patiëntengroep. Maar wat na de opleiding?
De problematiek van patiënten wordt steeds complexer, waardoor verschillende zorgbeoefenaars bij dezelfde patiënt betrokken zijn. Verschillende beroepsgroepen hebben vaak uiteenlopende inzichten en belangen, onder meer bij ethische vragen waardoor gezamenlijk overleg over de te nemen beslissingen noodzakelijk wordt.
In team werken is dan vaak een uitdaging: hoe realiseren we met elkaar en voor elkaar, en vooral voor de patiënten die aan onze zorgen toevertrouwd worden, de inhoudelijke en menselijke meerwaarde die een groep kan creëren?

pdfPresentatie1.14 MB

Achtergrondinformatie: 

15. Samenwerken bij verslaving. High?

Rita Verrando, huisarts en medisch coördinator CAD/MSOC Limburg.

‘Druggebruikers zijn lastig, veeleisend en snel agressief. Het zijn criminelen en dragers van infectieziekten.’ ‘Druggebruikers zijn meester-manipulators die hulpverleners tegen elkaar uitspelen en die van de artsen alles voorgeschreven krijgen’. Door veralgemening en stigmatisering kunnen druggebruikers op weinig sympathie rekenen.
Ze vormen een moeilijke, maar erg boeiende groep die je als arts continu uitdaagt en voor je grenzen plaatst. Drugproblemen zijn veelzijdig en bijgevolg complex. Vandaar dat een multidimensionele benadering een absolute voorwaarde is voor kwaliteitsvolle zorg.

pdfPresentatie1015.21 KB

Achtergrondinformatie:

16. Samenwerken op leeftijd. Try!

De driehoeksrelatie huisarts, geriater en CRA

Jan De Lepeleire, huisarts Lint, Hoogleraar KULeuven.

In de zorg voor de oudere patiënt, met complexe problematiek, is overleg en afstemming van de zorg vaak essentieel om de zorg vlot en kwaliteitsvol te laten verlopen.
Zo zijn er vier criteria voor opname in het woonzorgcentrum. Maar hoe toetsen we die af? Daarvoor moeten we samenwerken. Met de complexe thuiszorg om te beginnen. Het nieuwe woonzorgdecreet biedt ons belangrijke mogelijkheden om hier innovatief mee om te gaan. Eens de oudere wordt opgenomen, start een samenwerking met de CRA, die specifieke taken heeft. Hoe pakken we de samenwerking aan? Stellen zich bijkomende problemen, dan wordt de patiënt opgenomen bij de geriater. Het zorgprogramma voor de oudere patiënt zou ons daarbij kunnen helpen.

Presentatie: niet beschikbaar

Achtergrondinformatie: pdfTekst congresmap178.55 KB

17. Samenwerken met de arbeidsgeneesheer. Why?

Bart Garmyn, arbeidsgeneesheer.

Alle werknemers in België staan onder medisch toezicht. Weinig artsen in de curatieve sector zijn echter op de hoogte van het takenpakket van de arbeidsgeneesheer. Zijn dat immers niet die artsen die enkel gezonde mensen onderzoeken en werken voor “den baas” van de patiënt ?

Het takenpakket van de arbeidsgneesheer wordt bij wet geregeld en is erg divers. Arbeidsgeneesheren werken ook steeds meer multidiciplinair waarbij zij het werk coördineren van diverse preventieadviseurs, psychologen ergonomen en bedrijfshygiënisten. Arbeidsgeneesheren vind je niet alleen in grote bedrijven maar ook KMO’s en kleine zelfstandigen doen beroep op deze specialisten via de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De samenwerking tussen de behandelende arts en de arbeidsgeneesheer zal in de toekomst enkel maar in belang toenemen. We zullen met zijn allen immers langer moeten werken. Dit kan enkel als het werk wordt aangepast aan de mogelijkheden van elke individuele werknemer.

Werknemers met ziekte of beperkingen moeten dus beter in het arbeidsproces geherintegreerd worden. Tijd dus dat huisartsen meer zicht krijgen op de mogelijkheden om samen te werken in het belang van hun patiënten-werknemer en in het belang van het betaalbaar houden van onze sociale zekerheid.

pdfPresentatie534.8 KB

Achtergrondinformatie:

18. PS2. Onbekend…onbegrepen?

Louis Ferrant, huisarts WGC Medikuregem (Brussel), medewerker Centrum voor huisartsengeneeskunde UAntwerpen.

De diversiteit aan patiënten stijgt niet alleen in de steden maar ook daarbuiten. Voor West-Europese patiënten hebben wij een eigen manier van communiceren ontwikkeld, waarbij de patiënt een medespeler wordt in het beleid rond zijn gezondheid en ziekte. Bij ‘vreemde’ patiënten is dit vertrouwde middel niet meer zo evident en stokt niet alleen het gesprek, maar ook het beleid.
Welke handvatten zijn er om een Turkse vrouw met een ontregelde diabetes type 2 toch op het juiste spoor te zetten? Of is het een verloren strijd? Kan een Centraal-Afrikaanse man met hypertensie überhaupt goed gevolgd worden indien hij zijn medicatie enkel neemt bij hoofdpijn?

In het verhaal van de patiënt en schuilt soms een onvermoede partner.

pdfPresentatie551.49 KB

19. PS3. Nieuw en beter?

Frank Nobels, endocrinoloog.

Gliniden, glitazones, DPP-4 inhibitoren, incretine mimetica. De farmaceutische industrie heeft de diabetesmarkt ontdekt.
Bieden deze producten een meerwaarde ten opzichte van de goede oude metformine en sulfonylurea? Zijn ze veilig? Zijn ze makkelijk in het gebruik? Wanneer schakelen we ze best in en hoe? In deze werkgroep leren we u verantwoord keuzes maken en praktisch omgaan met deze nieuwe producten.

pdfPresentatie1.46 MB

Achtergrondinformatie: Diabeteswijzer

20. PS4. Artsen met grenzen

Tine Daeseleire, klinisch psycholoog, gedragstherapeute, stichter van The Human Link.

Huisartsen worden steeds meer geconfronteerd met psychische problematiek in hun consultaties. Ook werkgerelateerde problemen (stressklachten, overspanning en burn-out) komen meer voor en worden steeds beter herkend door de huisarts. Omwille van de vele lichamelijke klachten en vermoeidheid bij deze problemen, vormt de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt en blijven patiënten graag bij hun huisarts voor verdere opvolging. Willen we somatische fixatie, langdurige werkonbekwaamheid en mogelijks zelfs CVS voorkomen, dienen artsen ook meer tools en knowhow te hebben over de rol die zij kunnen vervullen in de begeleiding van patiënten met burn-out.
In deze workshop worden concrete handvatten aangereikt aan huisartsen om de patiënt aan te zetten tot een actief herstelproces (welke signalen zijn belangrijk, hoe kan ik het snel screenen, wanneer is arbeidsongeschiktheid nodig, hoelang schrijf ik best voor, welke metaforen kan ik als arts gebruiken om de patiënt te helpen om zijn klachten beter te begrijpen, welke stappen zijn er in het actief herstelproces ...). De nadruk ligt op de rol die de huisarts kan opnemen om de patiënt hierbij te coachen. Tevens belichten we de mogelijke samenwerking met andere zorgverleners zoals de arbeidsgeneesheer, psycholoog en psychiater. Tot slot is het belangrijk dat we zelf als huisarts bevlogen blijven in ons beroep. Enkele tips tot zelfzorg worden meegegeven.

pdfPresentatie943.34 KB

21. PS5. Worstelen met het einde

Luc Van de Ven, klinisch ouderenpsycholoog,UPC KuLeuven.

De professionele hulpverlener die met ouderen werkt, wordt meer dan eens geconfronteerd met vragen rond het levenseinde. Dit kan gaan van de, eerder vage, vraag ‘Hoe raak ik van mijn lijf af?’ tot een zelfdoding. Als het gaat over leven en dood staan we vaak met de mond vol tanden, zeker als deze vraag kadert in een gerontopsychiatrische problematiek.
Toch heeft de professionele hulpverlener in het algemeen, en de huisarts in het bijzonder, een aantal hulpmiddelen om met deze complexe realiteit om te gaan, ook bij patiënten met psychiatrische stoornissen of psychische problemen. Een goede diagnostische inschatting van verbaal en non-verbaal gedrag is hierbij een eerste leidraad voor een gedifferentieerde benadering. Daarnaast is het betrekken van de naaste familie, van ‘belangrijke derden’, een aandachtspunt, het is als het ware een vorm van preventie.

Presentatie: niet beschikbaar

22. PS6. Datacollectie: De ACHIL-leshiel van de zorgtrajecten?

Viviane Van Casteren, diensthoofd WIV (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid).

ACHIL staat voor ‘Ambulatory Care Health Information Laboratory’ is gesitueerd binnen het WIV en gefinancierd door het RIZIV. ACHIL heeft tot algemeen doel de kwaliteit van de ambulante zorg te evalueren. De eerste opdracht is nagaan of het invoeren van de zorgtrajecten (ZT) leidt tot een verbetering van patiëntenuitkomsten en van het proces van zorg.
Vier verschillende informatiebronnen worden hiervoor gebruikt: de gegevens die contractueel moeten worden ingezameld voor elke patiënt in een ZT (= centrale pijler), de IMA (Intermutualistisch Agentschap) terugbetalingsgegevens van medische prestaties en afgeleverde medicatie, het netwerk van Intego en de Huisartsenpeilpraktijken.
Naast een globaal rapport zal ook ‘benchmark’ feedback geleverd worden aan de individuele huisartsen (voor de gegevens in de centrale pijler) en de lokale multidisciplinaire netwerken (voor de centrale pijler en de IMA gegevens). Kwaliteitsbevorderende initiatieven met ‘benchmarking’ zijn immers een belangrijk onderdeel van een chronisch zorgmodel.

pdfPresentatie469.28 KB

23. PS7. Pop ups. On/Off?

Siegfried Geens, huisarts, coördinator CEBAM Digital Library for Health vzw, secretaris EBMPracticeNet.

De medische wetenschap is voortdurend in evolutie. Maar het ontbreekt velen van ons aan tijd en kunde om op een snelle en adequate manier, de beste beschikbare informatie te vinden. Hoe kan je tijdens de consultatie toch terugvallen op betrouwbare up-to-date informatie om je beslissingen te ondersteunen?
Het EBMPracticeNet bevat de Domus Medica en SSMG richtlijnen met in aanvulling de internationale ‘EBM Guidelines’ van het Finse huisartsengenootschap Duodecim. Deze worden progressief aangevuld met de beschikbare Belgische informatie van lokale EBM producten zoals Folia, Minerva, KCE, BAPCOC, Farmaka … en aangepast aan de Belgische situatie.
Het dossier ondersteunend systeem EBMeDS koppelt deze informatie automatisch aan de gecodeerde diagnose in je elektronisch medisch dossier. Het resultaat is de juiste informatie voor de juiste patiënt op het juiste moment.
Deze sessie laat je kennismaken met het EBMPracticeNet en het dossier ondersteunende systeem EBMeDS.

pdfPresentatie1.92 MB

Achtergrondinformatie: EBM PracticeNet

24. Zelfhulpgroepen en huisarts: samen sterker!

Peter Gielen, Stafmedewerker Trefpunt Zelfhulp vzw

Men heeft wel eens de indruk dat er voor eender welk probleem wel een zelfhulpgroep of patiëntenvereniging bestaat. Dat is uiteraard overdreven, maar toch ook weer niet zo ver van de waarheid. Er zijn in Vlaanderen ongeveer 1400 zelfhulpinitiatieven, tweederde daarvan zijn patiëntenverenigingen. De steekwoordenlijst van de aandoeningen of problemen die ze willen aanpakken, reikt van ‘aangeboren misvormingen’ over ‘Markesbery spierdystrofie’ en het ‘Tourette-syndroom’ tot ‘zelfdoding’.

Deze bijdrage schetst vlug een algemeen beeld van het Vlaamse zelfhulplandschap: welke groepen zijn er, wat doen ze, en wat is de toegevoegde waarde? De focus ligt in deze werkgroep op manieren en domeinen waar huisartsen met die groepen kunnen samenwerken. Het steekwoord daarbij is complementariteit.

pdfPresentatie1.5 MB

25. Beperkte middelen - pijnlijke keuze

Prof. Diana De Graeve,UAntwerpen-Departement - Algemene Economie en Centrum Sociaal Beleid.

Het aantal chronische zieken neemt alsmaar toe en de behandeling kost de maatschappij en de patiënt heel veel geld.
Chronische zieken die elk jaar opnieuw geconfronteerd worden met extra kosten kunnen in financiële problemen komen. Voor de maatschappij betekent het dat een alsmaar groter aandeel van het BBP naar gezondheidszorg vloeit. En die middelen zijn niet echt overvloedig aanwezig. Wat is de remedie?
We bekijken hoe een (financiële) situatie van een patiënt er uitziet en welke maatregelen daarbij de cumulatie van patiëntbijdragen beperken. We staan ook stil bij maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat de beperkte middelen waarover de maatschappij beschikt, zo efficiënt mogelijk aangewend worden.

pdfPresentatie726.88 KB

26. Diabetesproject Aalst gestript…?

Frank Nobels, endocrinoloog.

De zorgtrajecten, en meer bepaald het zorgtraject diabetes (ZTD), hebben de chronische zorg in de eerste lijn op de kaart gezet. Ze zijn echter maar een schuchtere stap naar chronic disease management in België. In deze lezing zetten we het zorgtraject diabetes af tegen de resultaten van Diabetes Project Aalst. We trekken lessen uit de keuzes die werden gemaakt, kijken naar wat er elders in Europa gebeurt, en trachten te voorspellen waar het naar toe gaat.

pdfPresentatie1.06 MB

Achtergrondinformatie: Diabeteswijzer