Isotretinoïne wordt sinds 1980 gebruikt voor de behandeling van ernstige acne. Casestudies en spontane rapportering suggereren een verband tussen het gebruik van deze medicatie enerzijds en depressie en zelfdoding anderzijds. De auteurs van dit artikel, werkzaam in het Karolinska Instituut in Stockholm, vonden dat de observationele studies tegenstrijdige resultaten toonden. Het doel van hun studie was om het risico op suïcide te evalueren voor, tijdens en na de behandeling van ernstige acne met isotretinoïne.
Het Zweedse naamregister voor de tijdspanne 1980 tot 2001 werd gebruikt om de patiënten die isotretinoïne namen, te koppelen aan hospitalisatiegegevens en overlijdensregisters in diezelfde periode. De onderzoekers identificeerden op deze wijze 5756 patiënten tussen 15 en 49 jaar aan wie een isotretinoïnevoorschrift werd gegeven. Ze observeerden 17 197 personenjaren voor de behandeling, 2905 personenjaren tijdens de behandeling en 87 120 personenjaren na de behandeling. De gestandaardiseerde incidentieratio (SIR), gedefinieerd als het geobserveerd aantal zelfmoordpogingen gedeeld door het verwachte nummer en gestandaardiseerd naar geslacht, leeftijd en kalenderjaar, werd berekend op drie jaar voor de behandeling, tijdens de behandeling en vijftien jaar na de behandeling.
Tijdens de studieperiode werden 128 patiënten naar het ziekenhuis gebracht vanwege een suïcidepoging. De SIR voor zelfdoding was gestegen gedurende het jaar voor de behandeling: 1,57 (95%-BI: 0,86-2,63) voor alle, ook herhaalde suïcidepogingen en 1,36 (95%-BI: 0,65-2,50) voor eerste suïcidepogingen.
Het risico op suïcidepogingen was gestegen gedurende zes maanden na de behandeling met een SIR van 1,78 (95%-BI: 1,04-2,85) voor alle suïcidepogingen en 1,93 (95%-BI: 1,08-3,18) voor een eerste suïcidepoging. Nadat de behandeling drie jaar gestopt was, benaderde het geobserveerde aantal suïcide pogingen het verwachte aantal en dit bleef stabiel gedurende de vijftien jaar follow-up met een SIR van 1,04 (95%-BI: 0,74-1,43) voor alle pogingen en 0,97 (95%-BI: 0,64-1,40) voor een eerste suïcidepoging. De SIR en de frequentie van suïcidepogingen waren hoger bij vrouwen dan bij mannen; acne heeft een hoger emotionele impact op vrouwen.
Van de 32 patiënten die hun eerste poging deden voor de behandeling, waren er twaalf (38%) die een nieuwe poging deden of een geslaagde poging daarna. Terwijl tien (71%) van de veertien patiënten die hun eerste poging deden zes maanden nadat de behandeling was gestopt, een nieuwe poging of een geslaagde suïcide deden in de follow-upfase (2-sample test van proporties, p= 0,034).
Eind 2001 waren zeventien mannelijke patiënten en zeven vrouwelijke patiënten gestorven door suïcide: één man gedurende de behandeling en twee mannen een jaar na de behandeling; één vrouwelijke patiënte deed een geslaagde suïcide zes jaar na de behandeling.
Er zijn wel beperkingen aan deze studie, zoals de eerder geringe statistische precisie, het gebrek aan data, onvoldoende kennis over de juiste inname van het medicament, geringe follow-up en geen controle op andere risicofactoren.
De auteurs besluiten dat het aan te raden is om personen met acne en behandeling met isotretinoïne nauwgezet op te volgen, eveneens op psychisch vlak, en dit zowel tijdens de behandeling als tot één jaar erna. Ook wanneer de behandeling onvoldoende effect heeft, moet de psychische toestand van de patiënt nauwgezet opgevolgd worden.
L. De Deken