| Dromen | ![]() |
Utrecht: De Tijdstroom; 2010:207 blz. ISBN 9789058981714 In dit boek verkent de auteur het grensgebied van de droom. Hij doet dat op een systematische manier waarbij hij naar volledigheid streeft. Als psychiater, psychoanalyticus en redacteur bij diverse tijdschriften is hij daar goed voor geplaatst. In ‘Deel 1: Achtergrond’ brengt hij een cultuurhistorische en fenomenologische verkenning van de droom. ‘Deel 2: Biologie’ gaat dieper in op de biologische hardware van het dromen. Het is duidelijk dat er nog veel onderzoek nodig is. De auteur geeft hier ook een volledig overzicht van de relatie tussen dromen en medicatie. Zo werd mij duidelijk dat veel geneesmiddelen – allemaal? - de droomprocessen kunnen verstoren. Uit ‘Deel 3: Psychoanalyse’ blijkt dat droominterpretatie ook na Freud tot op de dag van vandaag een belangrijke rol speelt in psychoanalyse (Jung, Winnicott, Fonagy en nog vele anderen). ‘Psychoanalytici na Freud leggen minder nadruk op het vertalen van de droom en aan het licht brengen van latente betekenissen. Ze zijn vooral geïnteresseerd in de dromer, het proces van de dromen en het dromen als psychische functie (het vermogen te dromen).’ (blz. 103) De betekenis van de droomtheorie van Bion wordt in een apart hoofdstuk toegelicht. ‘Deel 4: Psychiatrie’ behandelt de kliniek. Dit hoofdstuk bespreekt afwijkingen van het droomproces bij slaapstoornissen en bij enkele vaak voorkomende psychiatrische aandoeningen zoals psychose, verslaving, stemmingsstoornissen, nachtmerries, pavor nocturnus. Het laatste hoofdstuk ‘Dromen in de klinische praktijk’ sprak mij als huisarts het meeste aan. Hierin wordt door casuïstiek geïllustreerd hoe (professionele) psychotherapeuten de droom diagnostisch en therapeutisch kunnen aanwenden. ‘Het boek is een prestatie. Het is niet alleen het meest complete werk dat er in ons taalgebied over deze materie te vinden is, het is een voorbeeld van hoe de kliniek verschillende disciplines kan samen brengen en hoe een psychoanalytische achtergrond daar de drager van kan zijn.’ (blz. 10) Zo staat te lezen in de inleiding. Ik wil geen afbreuk doen aan deze woorden, maar ik moet bekennen dat ik veel moeite had om dit boek uit te lezen. Ik kreeg de aangeboden informatie niet goed geïntegreerd. Wat het voor een huisarts praktisch kan inhouden zou ik van de auteur wel eens willen vernemen op een nascholing bijvoorbeeld. Dit is dus een boek voor wie als (professionele) psychotherapeut een inventaris wil van wat er actueel over dromen geweten is. E. Springael |