Startpagina Onderzoek Huisarts Nu Boekenkiosk
Het einde van de psychotherapie Afdrukken

Het-einde-van-de-psychotherVerhaeghe P.
Het einde van de psychotherapie (tweede druk).

Amsterdam: De Bezige Bij , 2009:253 blz. ISBN: 978-90-234-4202-8.

Dit boek is niet zo pessimistisch als de titel zou kunnen aangeven, maar een boek vol (kritische) reflecties die voor een huisarts zeer nuttig zijn. Als we de zorg voor patiënten ruimer willen bekijken dan de getallen die de evidentie ons aanreikt via EBM, dan vinden we hierin wel wat inspiratie.

Wat is bijvoorbeeld de valkuil van de pillen waar we actueel mee omgaan volgens ons uitgesproken biomedisch model: ‘alle menselijke problemen worden verondersteld een neurologisch-genetische basis te hebben’? Een illustratief voorbeeld in de evolutie van onze manier van denken: ‘hoofdpijn is het gevolg van een tekort aan aspirine in de hersenen’ als vergelijking met ons serotonineparadigma.

DSMbilisering

Het spreekt voor zich dat de DSM-classificatie die eigenlijk geen enkel therapeutische bedoeling heeft, hier uitgebreid aan bod komt onder de noemer ‘DSMbilisering’.

Deze krijgt flink gefundeerde kritiek, maar wordt door het medisch bedrijf maar al te graag (ten onrechte) gebruikt als instrument voor beleidsbepaling en daarbovenop nog met een niet-onderbouwde farmacotherapeutische benadering. ‘Benzodiazepines en antidepressiva vergroten veeleer de ellende dan deze op te lossen.’

Een betekenisvolle vertaling van ‘disorders’ als ‘ordeverstoorders’ reflecteert ook de veranderde actuele psychoproblematiek. ADHD wordt als ‘intolerantiefenomeen’ gezien voor het ‘regulerende biologisch medisch bedrijf’. Het veranderde gezicht van de psychoproblematiek wordt hier uitgebreid besproken.

Men krijgt ook een duidelijke schets van de evolutie van de psychotherapie in het veranderde wereldbeeld nu in vergelijking met de 20e eeuw: ‘…het bewijs dat men het wiel opnieuw moet uitvinden als men de geschiedenis van zijn vakgebied niet kent.’

Wildgroei aan therapieën Momenteel is er een wildgroei aan ‘protocollaire’ kortdurende therapieën en daarom gaat Paul Verhaeghe ook uitgebreid in op het aspect van EBM. De zwakke kant hiervan is om dergelijke therapieën te evalueren. Het klinkt als ‘snel iemand leren onthaasten’ en wat is ‘placebopsychotherapie’? Kortom het RCT-model met o.a. zijn uitsluiting van alle comorbiditeit (hoe kan dit op een terrein waar alles comorbiditeit en context omvat?) en misschien nog erger: de uitsluiting van alle interactie. Dit gaat niet op voor psychotherapie waarbij interactie juist een essentieel onderdeel is.

Mercantilisering van de zorgsector

De aangeboden reflecties zijn ruimer van toepassing in onze zorgverlening dan enkel op het afgelijnde terrein van de psychotherapie. Paul Verhaeghe toont hoe de ‘mercantilisering van de zorgsector’ ten koste is van wie de zorg moet ontvangen.

Als huisarts kennen wij zeker het spanningsveld tussen de clinicus die zich op één iemand concentreert, terwijl voor de wetenschapper bijna enkel de gemiddelde patiënt bestaat. Context wordt bij wetenschappelijk onderzoek vaak als de storende factor gezien, maar is bij psychosociale zorg juist een zeer centraal gegeven. Etiketten daarentegen werken ‘decontextualiserend’. Yalom schrijft (1989): ‘hoe meer ervaring een therapeut heeft, hoe minder strikt hij nog de orthodoxe regels van zijn of haar school volgt’. Zouden wij daarbij kunnen stellen dat hoe beter we de context van de patiënt vatten, des te minder we geneigd zijn het probleem te etiketteren?

Helemaal boeiend, maar voor mij iets te weinig uitgewerkt, wordt het ook wanneer hij schrijft over normering en intolerantie: ‘de intolerantie ten opzichte van het verschil’. Er is dringend nood aan de herwaardering (en het recht?) van het verschil tussen mensen (in plaats van de plicht allemaal hetzelfde gebit te hebben, zonder enige afwijking). Het Amerikaanse gebod ‘Be happy’ als bron van depressie (P. Bruckner).

Terug naar het individu

Dit is geen boek waar men happy van wordt, maar wel een bron van inspiratie om te helpen de mens zijn individualiteit terug te geven: ‘het belang van de erkenning van het subject’. Psychotherapie (en niet alleen psychotherapie?) ‘is slechts werkbaar wanneer de patiënt zelf bereid is tot en in de mogelijkheid verkeert om actief mee te werken aan de verandering.’

Tot slot de laatste paragraaf: ‘Volgens de klassieke formule lokt actie reactie uit. Het daarin besloten risico is dat psychotherapie verschuift naar wat Foucault (1972) aangeklaagd heeft bij het ontstaan van de psychiatrie, namelijk een sociaal dwingende en disciplinerende macht onder de mom van pseudowetenschap en pseudohumanitarisme. Tegenwoordig is dit zo mogelijk nog meer het geval, en bovendien in combinatie met een nooit geziene farmacologisering en steeds toenemende dwangmaatregelen. Alleen de collectieve reactie ertegen blijft uit. De ironie wil dat dit uitblijven een illustratie is van het probleem: eenzaamheid.’

Warm aanbevolen.

Marc Verbeke

 

Enkel leden kunnen reageren op artikels. Daarvoor moeten ze zich eerst aanmelden.