| Handboek Verslaving | ![]() |
Utrecht: De Tijdstroom, 2009; 538 blz. ISBN: 978-90-589-8140-0. Dit lijvig werk geeft een beeld van de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek naar alle aspecten van verslaving. In het eerste deel ‘Achtergrond’ maken we kennis met de begrippen misbruik, probleemgebruik, schadelijk gebruik, afhankelijkheid, verslaving. Vervolgens wordt de epidemiologie van het gebruik van de diverse substanties in talrijke tabellen, grafieken en cijfers weergegeven. De hoeveelheid gegevens maken dat de lezer er het noorden wat bij verliest: hoeveel Europese jongeren hebben tussen 18 en 25 jaar ooit een joint hebben gerookt? Hoeveel Nederlandse vrouwen uit de middenklasse vertonen problematisch alcoholgebruik?... Het tweede deel heet ‘Theorie’ en wijdt uit over de sociologische, psychosociale, genetische en neurobiologische modellen die verslaving trachten te begrijpen. Een goede kennis van het psychologisch en sociologisch jargon helpt om deze hoofdstukken te doorworstelen. Het derde deel ‘Praktijk’ leert dat het effect van allerhande preventieve acties minimaal en dus teleurstellend is. De verschillende meetinstrumenten voor alcoholmisbruik zoals CAGE , AUDIT en five shot screening worden besproken en vergeleken. Spijtig genoeg worden deze testen, ondanks de omvang van het handboek, niet getoond aan de lezer, zelfs niet in bijlage. Echt praktisch bruikbaar wordt het als het gaat over labo-onderzoeken, spoedeisende situaties, detoxificatie en farmacotherapie. Enkel in dit laatste hoofdstuk komt overigens nicotineverslaving ter sprake. Interessant zijn ook de beschouwingen over de (geringe) effectiviteit van straffen, verplichte ontwenning en de zogenaamde boot camps. Het boek eindigt met de bespreking van drie niet-middelengebonden verslavingen. We hebben het dan over ‘eetverslaving’ (bestaat dit wel, argumenten pro en contra zijn voorhanden), gokverslaving (hier zijn de overeenkomsten met drugsverslaving wel frappant) en internet en games. In verband hiermee is het laatste woord nog niet gezegd. Wat is in deze tijd immers een ‘normaal’ en een ‘pathologisch’ gebruik van de communicatiemiddelen? Veel hangt bijvoorbeeld al af van de leeftijd en de omgeving van de gebruiker. Dit Handboek Verslaving is het slachtoffer van zijn streven naar volledigheid. Talloze cijfers, studies, hypothesen, modellen en theorieën en letterlijk honderden bibliografische verwijzingen maken het tot een zeer academisch werk, in de eerste plaats geschreven voor gespecialiseerde hulpverleners. Bovendien richt het zich door zijn taalgebruik vooral tot lezers met een vorming in de psychologische wetenschappen. Voor de huisarts die oplossingen zoekt in zijn omgang met verslaafde patiënten, is het helaas weinig bruikbaar, maar het blijft wel ‘interessant’. Hugo D’aes |