|
De Groot M, De Keijser J. Verlies door suïcide. Werkboek voor nabestaanden.
Baarn: Uitgeverij Ten Have, 2005: 207 blz. ISBN: 978-90-2595-577-9; prijs: € 21,50.
Marieke De Groot is psychologe en heeft gesprekken gevoerd met nabestaanden kort na het overlijden van mensen die zelf een einde aan hun leven hebben gemaakt. Deze gesprekken vonden plaats in het kader van een onderzoek naar de manier waarop deze families een verlies door zelfdoding verwerken. Marieke De Groot maakte als projectcoördinator deel uit van het onderzoeksteam; de tweede auteur, Jos de Keijser, was als adviseur en supervisor aan het project verbonden.
Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat het nabestaan na zelfdoding op een drietal punten anders is dan na een overlijden door een andere oorzaak. Men heeft in de eerste plaats moeite met het waarom van de zelfdoding - er is de schuld, schaamte en het zelfverwijt - en daarnaast is het moeilijker om sociaal gesteund te worden door het nog steeds heersende taboe. Ook ontstaan er meer familieproblemen dan na een ander overlijden. Familieleden van mensen die zijn overleden door zelfdoding, hebben tien keer meer kans op suïcidaal gedrag, inclusief een geslaagde suïcidepoging, dan mensen bij wie suïcide niet in de familie voorkomt. Nabestaanden van zelfdoding vormen dus een kwetsbare groep.
Naast de feiten over suïcide wordt heel veel aandacht besteed aan de rouwverwerking. Het verschil tussen rouw en depressie wordt hierin uitgelegd en de rouwfasen en -taken worden geëxpliciteerd. Het fasemodel van rouw, dat gebaseerd is op traditionele rouwtheorieën, verdwijnt de laatste jaren meer naar de achtergrond en maakt plaats voor eigentijdse beschrijvingen van rouw.
De vier rouwtaken volgens het takenmodel zijn: aanvaarden van de realiteit van het verlies, ervaren van de pijn die het verlies veroorzaakt heeft, het verlies integreren in je leven, gebeurtenissen emotioneel een plaats geven en het leven weer oppakken.
Rouwreacties worden ingedeeld in vier groepen, die in werkelijkheid niet zo strikt van elkaar te onderscheiden zijn: gedachten over de gebeurtenissen, emoties (gevoelens), lichamelijke reacties en manieren van doen (gedrag). De auteur besteedt verder veel aandacht aan zes soorten denkfouten: zwart-witdenken of denken in uitersten, generaliseren, ‘het-is-mijn-schuld'-denken, rampen voorspellen, gedachten lezen, eisen stellen.
Na een verlies krijgen mensen vaak heftige gevoelens; zo zijn er vier primaire gevoelens: boos zijn, bedroefd, bang en blij. Soms noemt men dit de vier b's. Veel gevoelens zijn afgeleid van primaire gevoelens, wat wil zeggen dat ze nauw verweven zijn met primaire gevoelens of in het verlengde ervan liggen. Boosheid leidt bijvoorbeeld vaak tot schuldgevoelens. Alle reacties worden helder voorgesteld door de illustraties met stukjes casuïstiek. Ook staan er na een aantal hoofdstukken oefeningen en opdrachten zodat het boek inderdaad een echt werkboek wordt.
‘Rouw in het gezin en op school' is een apart hoofdstuk, waarin het verschil in rouwverwerking per leeftijdsfase wordt uitgelegd. Er is immers een groot verschil in rouwverwerking tussen peuters en tieners. Bij het vertellen van deze problematiek aan kinderen worden concrete tips gegeven. Hoe men steun kan bieden na suïcide en wat normale rouw en pathologische rouw is, wordt ook uitgelegd. Dit is een interessant boek voor hulpverleners en voor mensen die anderen helpen bij rouwverwerking. Het is heel begrijpelijk geschreven en tevens diepmenselijk.
Lut De Deken |