| wo 18.06.2008 |
Screening naar precancereuze letsels d.m.v. episodische uitstrijkjes is bewezen effectief om de incidentie en mortaliteit van baarmoederhalskanker met tenminste 80% te verminderen. Wij bevelen huisartsen aan om de Domus Medica aanbeveling Preventie van Cervixkanker in hun praktijk te implementeren. De impact (effectiveness) van de HPV vaccins op de incidentie en mortaliteit van baarmoederhalskanker kan, gezien de trage evolutie van HPV-infecties naar invasief carcinoom, ten vroegste verwacht worden binnen 15 à 25 jaar. Het belang van deze vaccins op korte termijn is terug te vinden in de preventie van goedaardige en precancereuze letsels veroorzaakt door de HPV types van het vaccin én de fysische en psychische gevolgen van hun behandeling: hoewel er effectieve behandelingen bestaan voor precancereuze letsels, kunnen ze wel ernstige onmiddellijke en obstetrische complicaties hebben. Voor het 4-valent vaccin zal er ook een impact zijn op het voorkomen van genitale wratten en de consequenties van hun behandeling. Indien de patiënte niet van plan is om binnenkort met seksuele activiteiten te starten is er geen dringende noodzaak om al tot vaccineren over te gaan: mogelijks is er ondertussen een advies van de Hoge Gezondheidsraad en volledige terugbetaling voorzien. - Het HPV vaccin kan aanbevolen worden voor meisjes die nog geen geslachtsgemeenschap hebben gehad.
NNV om 1 geval van CIN 2 en hoger te vermijden ligt rond tussen 150 en 200. Alvorens het vaccin toe te dienen moeten de volgende aspecten zeker besproken worden: Screening naar baarmoederhalskanker dmv uitstrijkjes is bewezen effectief. HPV-infecties als oorzaak van genitale wratten en baarmoederhalskanker, natuurlijk verloop van de infectie; deze informatie dient ook systematisch gegeven te worden bij de doelgroep van het uitstrijkje, om de kennis hieromtrent te verhogen Preventie van SOA in het algemeen: gebruik van condooms: altijd en correct gebruik; maar niet heel effectief, dus toch nog kans op HPV infectie, maar wel uiterst belangrijk in het voorkomen van andere SOA en ongewenste zwangerschap. Preventie van baarmoederhalskanker: uitstrijkjes voor vroegdetectie: nodig en blijft nodig aan dezelfde frequentie. Na vaccinatie vermindert de kans op een afwijkende uitstrijkje. De effectiviteit van de vaccins: slechts 2 van de HR types opgenomen in het vaccin (theoretisch oorzaak van 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker)en mogelijks bescherming beperkt in duur, hervaccinatie kan nodig zijn Vaccinatieschema en prijs.
- De plaats van het HPV vaccin bij meisjes die reeds geslachtsgemeenschap hebben gehad is tot op heden onzeker. De volgende aspecten dienen hierbij in overweging genomen en besproken met de patiënte:
De kans op een HPV-infectie is het grootst in het begin van de seksuele carrière. Ze is ook afhankelijk van het aantal partners. De effectiviteit van het vaccin indien de vrouw HPV DNA positief is, is niet aangetoond. De kans dat de vrouw bij aanvang van de seksuele carrière geïnfecteerd is met de beide types (16,18) is erg klein. De effectiviteit van het vaccin is type specifiek dus als de vrouw nog niet in contact is geweest met 1 van beide types van het vaccin is er wel effect op dat type. Vermits HPV 16 het vaakst voorkomt, is de kans het grootst dat als er een infectie is , het met dit type zal zijn. Is het dan nog verantwoord om de patiënten meer dan €300 te laten betalen om zich tegen HPV 18 te vaccineren? Number needed to vaccinate om 1 geval van CIN 2 en hoger te voorkomen zal hoger liggen dan 1400. Dit zal voor de vrouw zeer kleine bijkomende winst betekenen.
- De registratie van toegediende dosissen in Vaccinnet (www.vaccinnet.be) is sterk aanbevolen.
Wijze van toediening en dosering: Gardasil® moet intramusculair worden toegediend in 3 doses van elk 0,5 ml. De eerste dosis wordt op een willekeurig moment gegeven, de tweede dosis na een interval van 2 maanden en de laatste dosis na een interval van 4 maanden na de tweede dosis. Een enigszins flexibel schema is mogelijk: de tweede dosis dient minimaal één maand na de eerste te worden toegediend en de derde dosis minimaal drie maanden na de tweede. De drie inentingen moeten binnen een periode van een jaar worden uitgevoerd. Gardasil® is geregistreerd voor gebruik bij meisjes vanaf de leeftijd van 9 tot 26 jaar. Het is niet geregistreerd voor gebruik bij mannen. Ook Cervarix® is geregistreerd voor intramusculaire toediening in 3 doses, volgens een 0, 1, 6 maanden schema. Dit vaccin is momenteel nog niet beschikbaar. Contra-indicaties en speciale voorzorgen: Ernstige allergische reactie op een van de bestanddelen van het vaccin of na toediening van een voorafgaande dosis. Zwangerschap is een contra indicatie voor het vaccin. Simultane toediening met andere vaccins: Gardasil® mag simultaan worden toegediend met het recombinant hepatitis B-vaccin.
|
| Laatst aangepast: wo 22.10.2008 |