| Het effect van een multidisciplinair zorgplan in de thuiszorg | ![]() |
| wo 14.01.2009 | |||
Op 29 mei 2007 verspreidde de persdienst van de KULeuven een bericht i.v.m. het rapport over zorgplannen voor de thuiszorg: Zorgplannen voor de thuiszorg in Vlaanderen: goed voor de kwaliteit, maar te veel rompslomp Als thuiszorg verloopt volgens de zorgplannen van het Samenwerkingsinitiatief Thuiszorg (SIT), gaat de kwaliteit erop vooruit. Maar amper voor 15 procent van alle zorgplannen is er een overleg waarbij de zorgverstrekkers rond tafel zitten. Eén van de redenen waarom zo weinig mensen eraan deelnemen, zijn de complexe administratie en het versnipperde zorglandschap. Dat blijkt uit een studie van het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de K.U.Leuven in opdracht van het Vlaams ministerie van Welzijn en Volksgezondheid. Het Centrum pleit voor een sterke vereenvoudiging van zowel de procedure als de structuur. Zorgplannen coördineren het werk van alle mensen die bij thuiszorg betrokken kunnen zijn: huisarts, kinesitherapeut, thuisverpleegkundigen , gezins-en bejaardenhulp familie, vrijwilligers … Uit de studie van het Academisch Centrum Huisartsengeneeskunde blijkt dat zorgverleners die bij een zorgplan betrokken zijn, daar wel degelijk het nut van erkennen. Er is een betere communicatie tussen de verschillende partijen en de patiënt wordt beter geëvalueerd en opgevolgd. Maar negatieve opmerkingen zijn er ook. Zo is de administratie veel te omslachtig. Er zijn geen eenvormige documenten in digitale vorm. Aanvragen voor zorgplannen moeten naar diverse financieringskanalen (gewestelijk en federaal) in veelvoud opgestuurd worden. Het Centrum pleit dan ook in de eerste plaats voor een sterke vereenvoudiging, coherentie en digitalisering van de formaliteiten. Wat de structuur van de thuiszorg betreft, is er een grote verscheidenheid. De thuiszorg is vaak nog in handen van veel verschillende partners en er kunnen heel wat verschillende diensten bij betrokken zijn. Een eenvormige structuur voor zorgplannen, waarin zorgdoelen worden geformuleerd en die onder meer uitgaat van een uniek aanspreekpunt, is dus wenselijk. Daarnaast ontbreekt bij het overleg vaak een belangrijke partij: de apotheker. Bij palliatieve thuiszorg, bijvoorbeeld, speelt die een belangrijke rol. Maar tot nu toe is hij inhoudelijk nauwelijks bij het ontwikkelen van zorgplannen betrokken. Het Centrum wijst er verder ook op dat er niet genoeg geld is voor de ontwikkeling van zorgplannen. Het aantal ouderen stijgt en velen van hen zullen in de toekomst thuis verzorgd worden. Maar het bestaande financieringssysteem biedt geen ruimte om de nodige zorgplannen te blijven coördineren. Het rapport
| |||
| Laatst aangepast: wo 14.01.2009 |