Kernboodschappen Afdrukken
wo 03.12.2008
  1. De huisarts tracht via anamnese pseudo-insomnia of vermeende slapeloosheid uit te sluiten en peilt naar de ideeën en verwachtingen van de patiënt. Daarna tekent hij een diagnostisch landschap uit om de oorzaak van de slapeloosheid te achterhalen.
  2. Bij het overlopen van de mogelijke oorzaken, probeert de huisarts eerst depressie met gevaar voor suïcide, psychose, acute intoxicatie, hyperthyreoïdie, slaapapneusyndroom en narcolepsie uit te sluiten.
  3. Er is een onderscheid tussen acute en chronische slapeloosheid. Dit onderscheid is vooral van belang voor de behandeling.
  4. Het beleid van slapeloosheid in de eerste lijn bestaat uit drie stappen. Eerst behandelt de huisarts de oorzaak van de slapeloosheid. Als er geen duidelijke oorzaak is, als er niet meteen oorzakelijk kan worden behandeld of als de oorzakelijke behandeling faalt, gaat de huisarts over tot een niet-medicamenteuze aanpak. Enkel in zeer uitzonderlijke situaties zal de huisarts een slaapmiddel voorschrijven (niveau 1 van bewijskracht).
  5. Op maat gesneden patiëntenvoorlichting en stimuluscontrole zijn de aanbevolen niet-medicamenteuze interventies (niveau 1 van bewijskracht). Ze zijn toepasbaar en efficiënt in de huisartsenpraktijk (niveau 3 van bewijskracht).
  6. De huisarts overweegt een slaapmiddel om symptomen van disfunctioneren overdag te verlichten bij de patiënt met acute, ernstige slapeloosheid die leidt tot extreme 'distress' (niveau 3 van bewijskracht).
  7. Als slaapmiddel kiest de huisarts voor een benzodiazepine met halflange werkingsduur, aan een zo laag mogelijke dosis en voor maximum één week (niveau 1 van bewijskracht).
  8. Opvolging wordt voorzien voor zowel een niet-medicamenteuze als een medicamenteuze behandeling.

 

Tijdens de bespreking van deze aanbeveling hebben we meermaals moeten vaststellen dat het toekennen van de niveaus van bewijskracht aan de sleutelboodschappen niet voor de hand ligt, vooral niet bij informatie afkomstig uit richtlijnen.