| wo 03.12.2008 |
- Elke huisarts moet kunnen beschikken over vlotte (en gratis) evidence-based informatie om het beleid van slapeloosheid objectief te kunnen voeren.
- Elke huisarts dient het medisch dossier episodegericht uit te bouwen om de meerdere consulten rond slapeloosheid te noteren.
- Elke huisarts moet de mogelijkheid krijgen om te worden getraind in de toepassing van niet-medicamenteuze opties om slapeloosheid aan te pakken, zelfs als de patiënt op consultatie komt met de verwachting een slaappil te krijgen.
- Elke huisartsenpraktijk moet beschikken over een pakket slaapwaakdagboeken en patiëntenfolders over slaap (liefst elektronisch) (zie bijlagen 1 en 2).
- Elke huisarts moet beschikken over een lokale of regionale medisch-sociale kaart met namen en adressen van kinesisten, psychotherapeuten, psychologen enzovoort, die gespecialiseerd zijn in de algemene slaapklachtgerichte aanpak (relaxatie, CGT, groepsinitiatieven) en naar wie hij vlot kan verwijzen. Dit geldt ook voor de verwijzing in geval van specifieke slaapstoornissen.
- De farmaceutische industrie moet een goedkoop benzodiazepine op de markt brengen met halflange werkingsduur aan een zo laag mogelijke dosis voor één week behandeling.
- Voor dit soort consultaties moet een apart nomenclatuurnummer of forfaitaire vergoeding worden voorzien. De vergoeding moet toereikend zijn en rekening houden met de extra geïnvesteerde tijd om de patiënt voor te lichten (procedure uitleggen, folders en dagboek voor de patiënt toelichten).
- De overheid moet het beleid rond slapeloosheid mee ondersteunen via voorlichtings- en aanmoedigingscampagnes die de niet-medicamenteuze aanpak promoten.
- De overheid moet overigens investeren in de toegankelijkheid van eerstelijnsvoorzieningen waar initiatieven voor slaapproblemen (zoals een slaapcursus in groepsverband) voorhanden zijn.
|