Drieskens K, Bilsen J, Van Den Block L, Bossuyt N, Deschepper R, Bauwens S, Deliens L.
Vrije Universiteit Brussel
Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde
De meeste patiënten wensen thuis te sterven. Dit impliceert een belangrijke rol voor de huisarts naar management en coördinatie van de zorg aan het levenseinde. Er is weinig geweten over symptomen bij een algemene populatie van patiënten die thuis sterven. Dit onderzoek beoogt vooreerst een beschrijving van deze groep patiënten en bestudeert verder de prevalentie, alsook de frequentie van symptomen en de symptoomlast die deze patiënten ondervinden tijdens de laatste week voor overlijden.
Een kwantitatief retrospectief onderzoeksdesign werd uitgevoerd via het bestaande surveillance netwerk van Belgische huisartsen (Huisartsenpeilpraktijken).
Huisartsen werden gevraagd om wekelijks alle overleden patiënten (>1jaar) te rapporteren die deel uitmaakten van hun praktijk. Getrainde interviewers namen gestandaardiseerde interviews af bij de huisartsen wanneer de patiënt niet plots en thuis overleed in de periode tussen januari 2005 en maart 2006. Tijdens het interview werden huisartsen gevraagd om de Memorial Symptom Assessment Scale-Global Distress Index (MSAS-GDI) te scoren betreffende de prevalentie van fysieke en psychologische symptomen, de frequentie van psychologische symptomen en de symptoomlast tijdens de laatste week voor overlijden.
239 patiënten voldeden aan de inclusiecriteria. Huisartsen namen deel aan een interview over 204 gevallen (85.4%). De overleden patiënten waren gemiddeld 75.1 (±14.5) jaar oud en 61.1% van de patiënten was mannelijk. De top drie van doodsoorzaken bestond uit kanker (59.4%), cardiovasculaire aandoeningen (10.9%) en respiratoire aandoeningen (8.4%). De meest prevalente fysieke symptomen waren gebrek aan energie (92.8%), gebrek aan eetlust (87.7%), zich suf voelen (72.8%), kortademig zijn (56.4%) en pijn (55.4%). Voor meer dan 50% van de patiënten die deze symptomen vertoonden, rapporteerde de huisarts tenminste ‘een zekere mate’ van symptoomlast. Voor meer dan 50% van de patiënten met gebrek aan energie en/of kortademigheid rapporteerde de huisarts ‘vrij veel’ tot ‘zeer veel’ symptoomlast. De meest prevalente psychologische symptomen waren: zich droevig voelen (52.8%), zich zorgen maken (48.2%) en zich zenuwachtig voelen (44.1%). Voor meer dan 60% van de patiënten die zich droevig voelden en zich zorgen maakten, rapporteerde de huisarts de frequentie ervan als ‘frequent’ of ‘bijna voortdurend’.
Symptomen blijken substantieel aanwezig te zijn aan het levenseinde in de huisartsenpraktijk. De organisatie van de eerstelijns gezondheidszorg wordt geconfronteerd met belangrijke uitdagingen in de toekomstige organisatie van palliatieve zorg, in de opleiding van huisartsen betreffende het bestrijden van deze meest frequente symptomen en in het promoten van een optimale samenwerking tussen huisartsen en relevante specialismen.
Onderzoeksraad Vrije Universiteit Brussel (project GOA27 2003-2007)
* Sentinel network Monitoring End-of-Life Care
|
Naam inzender: |
Katrien Drieskens |
|
Beroep: |
Andere niet gezondheidssector |
|
Postcode Stad/gemeente: |
1090 Jette |
|
Land: |
BELGIE |
|
URL: |